Christus loon (1)

“Zo zal Hij zaad zien, Hij zal de dagen verlengen; en het welbehagen des Heeren zal door Zijn hand gelukkiglijk voortgaan”

Jesaja 53:10b

Jesaja mag profeteren wat het loon is op Christus arbeid als Hij alles op Golgotha ’s heuvel volbracht heeft. Wat dat loon is? De tekst zegt het: ”Zo zal Hij zaad zien”.

“Zo zal Hij zaad zien”. Dat zaad, dat is nu het loon dat Christus was toegezegd op Zijn Middelaarsarbeid. Het loon op Zijn lijden en sterven waar we deze weken bij stilstaan. Psalm 2 zegt ervan: “Eis van Mij en Ik zal u geven de heidenen tot Uw erfdeel en de einden der aarde tot Uw bezitting”. Dat is die ganse uitverkoren Kerk, uit Jood en heiden. We lezen daar ook van in Johannes 12:24. Wanneer het tarwegraan in de aarde valt en sterft, dan brengt het veel vrucht voort. Christus moest Zijn ziel tot een schuldoffer stellen. Hij moest de dood in, en in die weg zou Hij zaad verkrijgen. Het loon op Zijn arbeid, de zaligheid van Zijn Kerk, die Hij van eeuwigheid lief had. Dat zaad, Zijn loon, dat zag Hij, dat had Hij voortdurend voor ogen in de gang van Zijn vernedering. En uit eeuwige liefde niet alleen tot Zijn Vader, maar ook tot Zijn Kerk, heeft Hij de beker van Gods toorn geledigd en Zich als een schuldoffer laten nagelen aan het vloekhout. Dat zaad, dat loon, dat ziet Hij nu nog, als de verhoogde Christus Zijn verworven weldaden, aan al Zijn uitverkoren gaat toepassen. Dat blijft Hij zien zolang ze zullen aankomen uit het noorden, het zuiden, het oosten en het westen.  Zo zal Hij zaad zien. Hij zal het zaad zien, al de gegevenen des Vaders, die daar liggen op het vlakke des velds, dood in de zonden en in de misdaden. Zij worden zalig als God ze door woord en Geest levend maakt. Dan zal Christus dat zaad, als Zijn loon, zien. Dat zaad, volwassen mensen en kinderen, die door Gods Geest wederom geboren worden en voor God gaan leren bukken en buigen. Hij ziet dat zaad, als ze, met smeking en geween, de zonde gaan haten en verlaten, en de Heere gaan zoeken. Hij ziet ze, als ze in hun gemis, in hun nood en ellenden, zich naar Gods troon met gebeden zullen wenden. Hij ziet dat zaad als ze, in hun nood en dood, doorleven voor God niet te kunnen bestaan. Eén van de oudvaders zegt dat Hij hen zien zal met liefde, met welgevallen, met vreugde en met genot. Zo zal Christus nu Zijn arbeidsloon bezien. Nee, zo ziet dat zaad zichzelf niet. Zelf leren ze zich kennen als schuldigen, naakten, zondaren, doelmissers en goddelozen. Ze leren zichzelf kennen als buitenstaanders en ongelukkigen. Ze leren zichzelf kennen als Adamskinderen die voor Gods heilige rechtvaardigheid niet kunnen bestaan. Ze verdienen dat de Heere hen voor altijd zal wegdoen van voor Zijn ogen. Maar God ziet, in Christus, op dezulken neer, te midden van hun schuld en ellenden. Hij zal het voor hen waarmaken, om Jezus wil: “Zijn oog slaat hen in liefde gade. Hij zal hen heil bereiden, hen in de vesting, in die Enige Schuilplaats, leiden”. Hij zal zaad zien. Kanttekening 50 zegt ervan: “Hij zal dat zaad zien vermenigvuldigd worden. Het zal door de prediking van het Evangelie grotelijks aanwassen”. En dat wel  bijzonder nadat Christus ten hemel gevaren is en dat woord Gods zal uitgaan over het rond en het breed der aarde. Hij zal zaad zien. Het zal een schare zijn die niemand tellen kan. En ze zijn gekomen op de Pinksterdag 3000 en kort daarna uitgegroeid tot 5000. Ze zijn gekomen, een Paulus, een Lydia. Ze zijn gekomen zelfs van de einden der aarde en ze hebben leren bukken en buigen voor de Koning der Koningen en de Heere der Heeren. Ja, dat zaad zal vermenigvuldigd worden. Niet optellen, maar vermenigvuldigen. Als men twee getallen optelt, levert dat veel minder snel een groot getal, dan wanneer men deze vermenigvuldigt. Dat zaad zal vermenigvuldigd worden. Dat ziet op de grootte van dat loon. Het zal toch een schare worden die niemand tellen kan. Kom, daarom mag je nog vragen: “Heere zou ook ik, onverdiend, bij Uw arbeidsloon mogen behoren”. Moge dat zaad ook onder ons rijkelijk worden uitgebreid. Opdat ook onder ons vervuld wordt: Mijn Geest op uw zaad en Mijn zegen op uw nakomelingen. Christus ziet echter nog loon op Zijn arbeid. De tekst zegt dat Hij de dagen zal verlengen. Hij zal opstaan. En het welbehagen des Heeren zal door Christus’ hand ook gelukkiglijk voortgaan. We hopen daar de volgende keer op te letten. Als de kerkbode weer uitkomt is het Pasen geworden. We zullen dan in de meditatie letten op de twee anderen vruchten waar de tekst van spreekt en die vooral wijzen op Christus’ opstanding en de vrucht daar. Gezegende dagen toegebeden.

Uw en jouw ds. A. Verschuure