Christus loon (2)

“Zo zal Hij zaad zien, Hij zal de dagen verlengen; en het welbehagen des Heeren zal door Zijn hand gelukkiglijk voortgaan”

Jesaja 53:10b

Lezers, stonden we vorig keer stil bij dit tekstwoord, vooral in het licht van de lijdensweken. Mogen we nu na Pasen, vooral stilstaan bij Christus’ loon in het licht van Zijn opstanding. De tekst zegt: Hij zal de dagen verlengen. Dat is ook loon dat Christus ontvangen zal nadat Hij verbrijzeld en krank gemaakt is, en Zijn ziel tot een schuldoffer gesteld zal hebben. De dagen verlengen dat betekent, dat Christus op de Paasmorgen is opgewekt door de Vader, als Rechter. Op de Paasmorgen heeft God als Rechter gesproken: Het is volbracht. De Vader was volkomen tevreden met het volkomen schuldoffer van Zijn Zoon. Op deze wijze heeft het God behaagd Zijn uitverkorenen zalig te maken: Christus verbrijzeld en krank gemaakt tot in de dood; Hij heeft volkomen verzoening aangebracht, en dat door volkomen voldoening. En daarom werd Christus op Paasmorgen door de Vader opgewekt, en mag Hij daar staan als de Vrijgesprokene ten opzichte van het Goddelijk recht. En in Christus, wordt dat ganse uitverkoren zaad, op de Paasmorgen, voorwerpelijk gerechtvaardigd, en door de Goddelijke Rechter vrijgesproken van schuld, en van straf en ontvangen ze een recht op het eeuwige leven. Hij zal de dagen verlengen. Christus zal ook opstaan in eigen kracht. Hij zal leven en zal, als de verhoogde Zaligmaker, Zijn verworven weldaden in het leven van dat uitverkoren zaad toepassen. Hij zal dat uitverkoren zaad wederbaren door Zijn Geest, hen schenken dat waar zaligmakende geloof. Hij zal in hun leven door Zijn Geest, in de weg van ontdekking en ontlediging, op Zijn tijd en wijze, naar de mate die Hem behaagd, plaats gaan maken voor Christus en Zijn Middelaarsarbeid. Hij zal hen iets gaan leren van de onmisbaarheid en de noodzakelijkheid van Zijn Middelaarsbediening. Omdat er een erfenis, in de afsnijding van hun leven, als een doodschuldige en vijand in zichzelf, zal leren verstaan dat Hij overgeleverd is om hun zonden, maar ook opgewekt is tot hun rechtvaardigmaking. Om, met bewustheid voor eigen hart en leven, uit de mond van de Rechter de vrijspraak te mogen ontvangen, en Christus en Zijn Middelaarsarbeid toegepast te krijgen aan hun ziel. Hij zal hen hier op aarde, in beginsel verlossen van de zonde, de duivel, de vloek en het oordeel, en hen schenken de gerechtigheid, de vrede en de zaligheid. Maar Hij zal, door Zijn opstandingskracht, hen ook opwekken tot een nieuw leven. Opdat ze, door Christus kracht, de zonde meer en meer leren afsterven, en hier in beginsel zullen hersteld worden naar Zijn beeld, om Zijn Naam ter eer te leven. Opdat hun leven zou worden met Christus verborgen in God. Hij zal de dagen verlengen, dat wil ook zeggen dat Hij zal leven tot in de eeuwigheid. Hij zal nu altijd voor dat zaad zorgen. Een aardse vader kan wel tot op zekere hoogte voor zijn zaad zorgen en ook nog voor het zaad van zijn zaad. Maar eenmaal sterft hij, dan kan hij voor zijn nageslacht niet meer zorgen. Maar Christus zal de dagen verlengen. Hij leeft tot in eeuwigheid. En Hij zal voor dat loon op Zijn arbeid, voor dat zaad zorgen. Zelfs voor de laatste van dat zaad, die zal worden toegebracht tot op de jongste dag. Want Hij leeft tot in eeuwigheid. En Zijn ogen zijn altijd en gedurig op degenen die Hem vrezen. En hetgeen Hij hen schenken zal, de vruchten die voortvloeien uit Zijn Middelaarsarbeid, die zullen ook de eeuwigheid verduren. Hij zal dat zaad leiden door, en naar, Zijn raad en eenmaal opnemen in eeuwige heerlijkheid. Opdat die verloste schare dan een Drie-enig God zal gaan toebrengen de lof, en de eer en de aanbidding, en de dankzegging. Dan zal dat zaad eeuwig eindigen in dat onbevattelijke welbehagen van een Drie-enig God. Dat het God de Vader behaagd heeft om het Liefste wat Hij had te laten verbrijzelen, dat het Christus behaagd heeft om Zichzelf tot een Schuldoffer te stellen en dat Gods Geest hen, door het woord, Christus en Zijn weldaden heeft willen aanwijzen, openbaren, verklaren en toepassen. En met het vergaderen van dat loon, namelijk de toebrenging van de uitverkorenen, met dat werk der verlossing in het hart van Gods Kerk, in de oefeningen van het geloof, gaat de Heere nog steeds door. We lezen immers “en het welbehagen des Heeren zal door Zijn hand gelukkiglijk voortgaan”. Dat welbehagen is naar Kanttekening 52 het werk der verlossing en de vergadering der uitverkorenen uit alle volken door de prediking van het Evangelie. En dat gaat gelukkiglijk, dat is vast en zeker, gewisselijk en onwederstandelijk voort. Al is de tijd dan donker, al hangen de oordelen laag, er liggen nog kinderen, ook in de wieg, onder het zegel van Gods genade, die nog moeten zalig worden. Dat getal is nog niet vol. Wijlen ds. G.H. Kersten, die over deze tekst ook een preek heeft, zegt: “Zullen er nog mensen bekeerd worden? Gewis ja, omdat het welbehagen Gods nog niet ten einde is.” Dat loon op Christus Middelaarsarbeid is nog niet vol. En hoe gaat dat welbehagen dan voort? Wel, door de hand van Christus. En dan wijst Kanttekening 53 vooral op de dienst der prediking door de herders en de leraars. Dat welbehagen gaat voort en dat verheerlijkt de Heere bijzonder in Zijn huis, onder Zijn woord. En daarom, onbekeerde medereizigers, moet u er altijd zijn, als dat woord gepredikt en gelezen wordt. Daarom moet u de middelen waar nemen: Gods woord lezen, in Gods huis komen, uw knieën buigen, met de bede of God Zijn Geest aan Zijn woord zou willen paren. Opdat u, in de weg van het wonder, ook tot dat zaad zou mogen gaan behoren. Het welbehagen gaat nog voort, het is nog genadetijd. Zo gij Zijn stem heden hoort, haast u en spoedt u om uws levenswil. Het welbehagen gaat voort. Dat is ook waar voor u, Kerk des Heeren. God zal dat werk der verlossing, in de onderscheiden standen van het genadeleven, Zelf uitwerken in de harten van dat geestelijke zaad. En dan maakt Hij alles schoon op Zijn tijd. Hij schenke u veel het ontdekkende werk van Zijn Geest. Om meer en meer te mogen sterven aan alles wat van u is. Opdat er plaats komt voor Hem, die verbrijzeld is geworden. Opdat u, als een goddeloze in u zelf, gefundeerd  mag worden op dat volkomen Slachtoffer, Christus, Wiens werk volkomen is. En tot slot, dat welbehagen gaat voort. Geeft het u nog wel eens werk in de binnenkamer, volk des Heeren? Om te worstelen aan Gods genadetroon voor het zaad der gemeente, voor uw eigen zaad, dat God u toevertrouwd heeft. Of de Heere in uw gezin, in de gemeente van dat geestelijke zaad geboren wilde doen worden, dat Hem eerbiedig vrezen mag. De Heere geve, ook in ons midden, op het gebed, om de volmaakte voorbede van Christus, de vervulling van Psalm 22:16:

Zij komen aan door ’t Goddelijk licht geleid,
om het nakroost dat de Heere wordt toebereidt,
te melden ’t heil van Zijn gerechtigheid
en grote daden.

                                                                                     Uw en jouw ds. A. Verschuure