De Eerstgeborene uit de doden

“De Eerstgeborene uit de doden.”

Openbaring 1:5m

De tekstwoorden horen bij het opschrift van de Openbaring aan Johannes. Ze maken deel uit van de zegen die Johannes boven Christus’ boodschap aan de zeven gemeenten van Klein-Azië plaatst. Hij wil er mee zeggen dat alles wat volgt, staat onder de zegen van de dood van Jezus, Zijn opstanding en Zijn verhoging aan de rechterhand van God. De “Eerstgeborene uit de doden” wil niet alleen zeggen dat Jezus de eerste is Die uit de doden opstond. Daar wijst de apostel Paulus op in 1 Korinthe 15:20 als hij schrijft: “Maar nu, Christus is opgewekt uit de doden, en is de Eersteling geworden dergenen, die ontslapen zijn”. Zo spreekt Hij er ook over in Kolossenzen 1:18. Daar wijst Paulus de Kolossenzen er op dat Christus het Hoofd is van het lichaam, namelijk der gemeente. Het drukt dus ook een positie uit, namelijk dat Hij de belangrijkste is, met de eerste rechten van de erfenis. De gemeente des Heeren wordt daarom in Hebreeën 12:23 ook genoemd de gemeente der eerstgeborenen, die in de hemelen opgeschreven zijn. In de eersteling Adam hebben wij de dood gekozen boven het leven en zijn we allen de drievoudige dood onderworpen. Door de zonde is de dood in de wereld gekomen en de dood is tot alle mensen doorgegaan. Maar Christus in in de wereld gekomen om zondaren uit de doodstaat op te wekken. Hij doet dat door Zijn machtwoord en door Zijn Geest. Daarvoor looft Petrus de Heere als hij schrijft in 1 Petrus 1:3 “Geloofd zij de God en vader van onzen Heere Jezus Chistus, Die naar Zijn grote barmhartigheid ons heeft wedergeboren tot een levende hoop, door de opstanding van Jezus Christus uit de doden”. Daardoor hebben we deel aan de erfenis die in de hemelen bewaard wordt bij God. Het is al een onbevattelijk wonder als de Heere door Zijn Woord en Geest een zondaar uit de dood opwekt. Is dat in uw leven al gebeurd? Want we kunnen Pasen vieren, het feest van de opstanding van Christus, zonder dat we de inhoud daarvan voor ons eigen hart en leven verstaan. Want Pasen wordt niet verstaan zonder Goede Vrijdag. Als we niet bevindelijk hebben geleerd dat Jezus plaatsbekledend moest sterven, omdat wij tegen God gezondigd hebben en daarom de dood verdiend hebben, zullen we Pasen niet verstaan. In het doorleven van de nacht van zonde en schuld wordt de weg geopend naar Het Leven. Het wonder van Pasen is dat het leven in Christus wordt verklaard tegenover de dood in Adam.

In de offerande van Zijn lichaam, eenmaal aan het kruis geschied, is de Kerk geheiligd. Daarvan gaf de Vader getuigenis, toen bij Zijn dood het voorhangsel scheurde van boven naar beneden. Door zijn Koninklijke macht heeft Hij de dood teniet gedaan. Daarom is Hij de Eerstgeborene uit de doden. Hij kon van de dood niet gehouden worden. Als de Vorst des levens triumfeerde Hij over de dood door op de morgen van de opstanding uit het graf te verrijzen. Uit het graf, waarin Zijn lichaam niet is verteerd, omdat Hij de schuld van de zonde had afgelegd op het vloekhout van Golgotha. In Hem is in vervulling gegaan: “Want Gij zult mijn ziel in de hel niet verlaten; Gij zult niet toelaten, dat Uw heilige de verderving zie”.

Hij is de Eerstgeborene. Die met Hem begraven worden in de dood, zullen ook met Hem opstaan in heerlijkheid. Christus, het Hoofd der gemeente, de Eersteling, is heilig en daarom is ook het gehele deeg heilig. Alleen in Hem is de zaligheid en het leven gelegen. Alles van de mens telt niet mee. Hij is door Zijn dood en opstanding ook de Fontein van vreugde en blijdschap. En al moeten Gods kinderen dan ervaren dat het met hen ook gaat door de dood tot het leven, toch mogen zij door de genade Gods ook wel eens geloven dat de genadegift Gods het eeuwige leven is in Christus Jezus. Uit de overwinning van Sions grote Koning over de dood en het verderf, zal eenmaal het volmaakte geopenbaard worden. Als Hij wederkomt op de wolken des hemels zullen Gods kinderen in Hem, de Eerstgeborene, delen in de erfenis. Want als wij kinderen zijn, zijn wij ook erfgenamen, erfgenamen Gods en mede-erfgenamen van Christus. Uit de opstanding van de Eersteling ontspruit een vreugde, die eeuwig zal duren. Die blijdschap zal het graf niet kunnen doven of wegnemen. Maar die blijdschap zal dan onbepaald, door het licht dat van Zijn aangezicht straalt, ten hoogste toppunt stijgen. Is het zo al eens Pasen voor u, voor jou geworden? Of kennen we daar niets van? Pasen predikt ons niet alleen de overwinning van Christus over de dood, het graf en de hel, maar ook dat Hij eenmaal wederkomen zal om te oordelen de levenden en de doden en Zijn kinderen te doen delen in Zijn zalige opstanding. Kunnen we dan voor Zijn majesteit bestaan of zal Hij op de opstandingsdag zeggen: “Ga weg van Mij in het eeuwige vuur, dat de duivel en Zijn engelen bereid is?”

Ds. W. Silfhout