De prediking van Johannes de Doper

En hij predikte, zeggende: Na mij komt Die sterker is dan ik, Wien ik niet waardig ben nederbukkende den riem Zijner schoenen te ontbinden.

Markus 1:7

Johannes, de wegbereider van Christus, predikte en doopte aan de Jordaan. Hij predikte de doop der bekering tot vergeving der zonden. De heraut van Christus riep: “Bekeert u, want het koninkrijk der hemelen is nabijgekomen”. Welk een wonderlijk prediker, met zijn kemelsharen mantel, in de geest en de kracht van Elia. Waartoe kwam hij? Om de Koning te bereiden een toegerust volk. Neen, Johannes nam geen blad voor de mond, maar onomwonden zei hij het: ‘De bijl ligt alrede aan de wortel der bomen’. De onvruchtbare bomen worden uitgehouwen en in het vuur geworpen.
Velen gingen tot hem uit en allen werden van hem gedoopt, belijdende hunne zonden. Er kwam een geestelijke opleving, die echter bij velen ook weer is uitgedoofd. Het gaat over de ware belijdenis des harten. De droefheid naar God en de zaligmakende overtuiging des Geestes, van zonde, gerechtigheid en van oordeel.
De leefwijze van Johannes was streng. Hij at sprinkhanen en wilde honing. Zijn prediking was ook streng. Niemand ontzag hij, want hij wees de zonde aan en durfde de naam adderengebroedsel wel te gebruiken. Zeer duidelijk kwam openbaar in zijn prediking, de toorn des Heeren tegen de zonde. Niemand zou die kunnen ontvlieden zonder wederbarende genade. Hij was dus niet de man die de breuk op het lichtst wilde genezen en oksels onder de armen naaide. Hij wees duidelijk op de strenge eis van Gods rechtvaardigheid.
God wil dat aan Zijn gerechtigheid genoeg geschiede. Tevens wees hij ook op het Lam Gods, dat de zonde der wereld wegneemt. Neen, Johannes wees niet op zichzelf, maar van zichzelf af. Dat staat ook duidelijk in onze tekst. Na mij komt, die sterker is dan ik. Let op het woord ‘na mij’. Wonderlijk, Hij die voor Johannes is, komt na hem. Vóór hem is Hij als Zone Gods, van eeuwigheid tot eeuwigheid, God. Voor hem is Hij als Borg bij de Vader in de Raad des vredes. De Kerk is uitverkoren in Hem van voor de grondlegging der wereld. Zijn vermakingen waren van eeuwigheid met de mensenkinderen en ze zijn tot in eeuwigheid. O, dat zoete Lam, geslacht van voor de grondlegging der wereld, in de opluistering der Goddelijke deugden. In Hem woont al de volheid der Godheid lichamelijk. Hij verlost met een eeuwige verlossing.
Toch zegt Johannes: ‘Die na mij komt’. Wat betreft Zijn komst in het vlees, komt Hij na Johannes. Nadat Adam gevallen was in het paradijs, kwam God eerst als Rechter, en dagvaardde in Adam het ganse menselijke geslacht voor Zijn rechterstoel. De Heere sprak het vonnis uit, maar openbaarde tevens het verbond der genade.
Het recht Gods gaat aan de openbaring van Christus vooraf. Eerst Johannes de verkondiger van de wet, de handhaver van Gods recht. Waarom? Om plaats te maken voor het evangelie. Zo is het ook in de waarachtige bekering. Eerst Johannes de Doper, de wet, het recht Gods. In de spiegel van de wet ziet de zondaar, beide zijn aangeboren en werkelijke zonden. De wet veroordeelt en vloekt de zondaar. Het recht Gods verteert de zondaar, zonder openbaring van het Lam Gods.
Een buitenstaand en doodschuldig volk leert door Gods Geest aanvaarden de straffen van de ongerechtigheid. Aanvaarden krachtens de ingestorte liefde tot de deugden Gods. Tevens schreeuwt die zondaar in heilig heimwee der ziel tot God. Zij kunnen aan het recht Gods niet voldoen, onmogelijk. O, wat ligt dan de eis Gods zwaar op hun ziel. Gewis, uit de diepten der ellenden roept de zondaar tot God, Psalm 130.
Hoe kan nu zulk een zondaar zalig worden met behoud van Gods deugden? Wel, Johannes zegt: ‘Die na mij komt, is sterker dan ik’. Zij die Johannes de Doper in de ogen hebben gekeken, weten dat hij niet vervullen kan.
Hij kan wel zijn scherpe prediking laten horen en het is noodzakelijk, maar het leven geven kan hij niet. Daarom gaat het om die Sterkere, het Lam Gods.
Hij heeft de wet voldaan en van zijn vloek ontwapend, het recht Gods vervuld. Hij betaalde de schuld en moest wedergeven wat Hij niet geroofd had. Johannes wijst op Hem die zondaren zalig maakt. Hij die het leven verwerft en ook wedergeeft.
Hij is de Deur der hoop in het dal van Achor, voor ellendigen en nooddruftigen.
Hij is het einde der wet, Die het hart inwint en overwint en de ogen der ziel opent voor de Fontein des heils. Johannes gaat voorop en Christus komt na hem. O dierbaar Lam, gezegende Hersteller en Schulduitdelger. Hij is het, die als de Sterkere ingaat in het huis van de sterkgewapende en hem zijn vaten ontroofd. In Hem is God tevreden, de wet voldaan, opdat de liefde Gods met voldoening van het recht, onbelemmerd zou uitstralen in de harten van Zijn volk. Hij doopt niet met water, maar met de Heilige Geest. Hij rechtvaardigt en heiligt Zijn kerk en schenkt de reinigmakende genade.
Welk een heerlijke Verlosser is Hij van gevangenen en doodschuldigen. Johannes heeft tot verwondering neergeschreven, bij de ontdekking van Hem: ‘Het was omtrent de tiende ure’. Welk een gezegende overgang als Hij ons wordt ontdekt als de Parel van het Evangelie.
Al wat aan Hem is, is gans begeerlijk. Johannes beleeft zijn onwaardigheid als hij zegt: ‘Wien ik niet waardig ben, nederbukkende de riem Zijner schoenen te ontbinden’.
De geringste slaaf stond gereed om bij de thuiskomst van zijn heer, de riem zijner schoenen te ontbinden. De bezwete voeten waren vuil en nat vanwege het zand. Het was dan ook het minste werk dat gedaan moest worden.
Johannes wil zeggen, voor dat minste en minderwaardige werk ben ik onwaardig. Hoe laag bukt deze man voor Christus in het stof. Hij ziet het grote onderscheid tussen schepsel en Schepper, tussen de Borg en de schuldige en ellendige zondaar. Hoe meer genade, hoe dieper zij buigen. Johannes verdween in het niet bij het Lam Gods, hij onheilige voor de Heilige.
Genade verliest alle rechten in zichzelf. Genade bewondert en aanbidt de onbegrijpelijke diepte van de liefde Gods in Christus. Genade zinkt steeds dieper weg bij het zien van de afgrond van ons diep ellendig bestaan en Adams doodschuld, tegenover de afgrond van Gods welbehagen in Christus. Dat worden geen waardige, maar onwaardige zondaren, geen bekeerden, maar onbekeerden in zichzelf. Kennen wij Johannes en Jezus? O, hoe noodzakelijk is het de Sterkere te leren kennen. Buiten Hem is geen leven, maar een eeuwig zielsverderf. Doch ook is het noodzakelijk Hem te kennen en vervolgen te kennen. Hij moet wassen en ik minder worden.

Wijlen ds. A. Hoogerland (1918-1986)