De uitstorting van de Heilige Geest

Hij dan door de rechterhand Gods verhoogd zijnde en de belofte des Heiligen Geestes ontvangen hebbende van de Vader, heeft dit uitgestort, dat gij nu ziet en hoort.

Handelingen 2:33

De uitstorting van de Heilige Geest is een heilsfeit van bijzondere betekenis voor de Kerk. Zo is het trouwens met al de heilsfeiten. Niet één kan gemist worden. Zonder Kerstfeest zou er van Paasfeest geen sprake geweest zijn, maar zonder Paasfeest zou er geen Hemelvaart zijn en zonder Hemelvaart geen Pinksteren. Nooit zou enig mensenkind de zaligheid hebben verkregen, als het Woord niet vlees was geworden en onder ons had gewoond. Nooit zou een doemschuldige zondaar het eeuwige leven verkregen hebben als Christus niet opgewekt was uit de doden. Nimmer ook zou enig mensenkind in de gemeenschap Gods ingezet kunnen worden als de gezegende Immanuël niet ten hemel was gevaren om zo Zijn Kerk thuis te brengen. Terwijl ook de Heilige Geest niet had kunnen komen, als Christus niet alles had aangebracht wat nodig was tot zaligheid van verloren zondaren. Doch waar Christus volkomen genoegdoening gaf aan de geschonden deugden Gods en ingegaan is in het heiligdom, niet met handen gemaakt, maar in de hemel zelf, om nu te verschijnen voor het aangezicht Gods voor ons, daar daalt op de Pinksterdag de Heilige Geest neer om te komen inwonen in Zijn Kerk. En dit alles wordt nu door Petrus, vervuld met de Heilige Geest, op voortreffelijke wijze verklaard. Hij wijst er op, dat Christus het Pinksteren deed worden. De toegestroomde menigte mocht wellicht menen, dat Hij nog in het graf lag, want zij hadden Hem als een misdadiger aan het kruis gehecht en gedood. Doch in het graf wordt Hij niet meer gevonden, omdat God Hem opgewekt heeft uit de doden en Hem opgenomen heeft in heerlijkheid.

Christus, zo zegt hij in onze tekst, is door de rechterhand Gods verhoogd. Gods rechterhand is beeld van majesteit en almacht. Die rechterhand deed heerlijke dingen, want zij plaatste Christus, Die Zich tot in de dood vernederde, als triomferende Koning op de hemeltroon en reikte Hem de teugels van het wereldregiment. Verhoogd door Gods rechterhand leeft Hij aan die rechterhand om altijd werkzaam te zijn ten goede van al de Zijnen. Door Hem mogen ze dan ook met vrijmoedigheid toegaan tot de troon der genade, om barmhartigheid te verkrijgen en genade te vinden, om geholpen te worden ter bekwamer tijd. Verhoogd door de rechterhand Gods heeft Christus de belofte des Heiligen Geestes ontvangen van de Vader. Dit wil niet zeggen, dat Christus pas na Zijn hemelvaart de belofte van de Heilige Geest ontvangen heeft, maar dat die belofte nu is ingelost. Pinksterfeest toch is het feest van de vervulde belofte. Welke die belofte dan was? Dat de Heilige Geest zou komen, nadat Christus Zijn werk op aarde zou hebben volbracht, om Christus’ werk op aarde voort te zetten tot op de dag van Diens wederkomst. Die Geest was Christus in de stilte der eeuwigheid, toen Hij Zich plaatsbekledend voor al de Zijnen overgaf, door de Vader beloofd. Hij had immers tot de Zoon gezegd: ”Eis van Mij en Ik zal de heidenen geven tot Uw erfdeel en de einden der aarde tot Uw bezitting”. En hiertoe was de Heilige Geest nodig. Door die Geest toch zou Christus Zijn gemeente, ten eeuwigen leven verkoren, vergaderen uit het ganse menselijke geslacht. Christus zou door Zijn dood en bloedstorting het fundament der zaligheid leggen en de Heilige Geest zou de gemeente op dat fundament doen verrijzen. Eerst moest Christus aan Gods recht voldoen en de losprijs betalen voor allen, die Hem van de Vader gegeven waren, daarna zou Hij de bevoegdheid ontvangen om de Heilige Geest tot zaligheid der Zijnen te zenden. Die Geest is dan ook door de Heere Jezus toegezegd aan Zijn discipelen en in hen aan de ganse kerk van de nieuwe dag, toen Hij sprak: ”En Ik zal de Vader bidden, en Hij zal u een andere Trooster geven, opdat Hij bij u blijve in der eeuwigheid, namelijk de Geest der waarheid”. En vlak voor de Heere ten hemel voer, heeft Hij nog eens met Zijn discipelen er over gesproken en hen uitdrukkelijk bevolen, dat ze van Jeruzalem niet scheiden zouden, maar verwachten de belofte des Vaders, die gij, zeide Hij, van Mij gehoord hebt. Welnu, zegt Petrus, thans heeft Hij die belofte des Geestes ontvangen. Daarom is die Geest uitgestort, om het welbehagen des Vaders, dat door de hand van Christus gelukkig voortgaat, in het volk des welbehagens te verheerlijken en om hen Christus en al Zijn weldaden deelachtig te maken. Dat betekent, dat nu niet één van de door Christus’ bloed gekochten kan verloren gaan. Die Geest zoekt ze op en wederbaart ze. Hij verwekt in hun hart een droefheid naar God, die een onberouwelijke bekering werkt tot zaligheid. Hij is het. Die in Zijn ontdekkende bediening plaats maakt voor Christus en Zijn gerechtigheid. Hij opent voor de Schoonste van alle mensenkinderen het oog en doet ervaren, dat er in Zijn lippen genade is uitgestort. Hij maakt Christus noodzakelijk en onmisbaar, zodat het zuchten geboren wordt: ”Geef mij Jezus of ik sterf, want buiten Jezus is geen leven, maar een eeuwig zielsverderf”. En afgesneden in Gods recht, is het de Heilige Geest, die de ziel verzekert, dat de schuld en straf om Christus’ wil vergeven is en zij in Hem een recht heeft op het eeuwige leven. Ja, die Geest doet hen de gezegende Borg en Middelaar als hun Goël omhelzen, zodat ze verwonderd uitroepen: ”Hij is de mijne en ik ben de Zijne!” Het is die Geest, die hen verzekert van de gunst des Vaders en Die met hun geest getuigt, dat zij kinderen Gods zijn en erfgenamen van het eeuwige leven. O, welk een gezegend werk van de Drieënige God, want nu krijgt de Vader Zijn verloren kind terug. Christus ontvangt in Zijn volk Zijn arbeidsloon, de Heilige Geest krijgt Zijn tempel en een doemschuldig volk ontvangt de zaligheid. Zo is heel de zaligheid uit God, door God en tot God. En van die zaligheid gewaagt Petrus, als hij zegt: ”Hij dan door de rechterhand Gods verhoogd zijnde en de belofte des Heiligen Geestes ontvangen hebbende van de Vader, heeft dit uitgestort, dat gij nu ziet en hoort”. De apostel wil zeggen: de wondertekenen van deze dag zijn er een bewijs van, dat Christus waarlijk leeft. Zij melden ons Zijn kroning. Wat gij nu ziet en hoort, komt alles van Hem! De komst van de Heilige Geest predikt ons, dat Christus waarlijk verheerlijkt is, dat Hij leeft, gezeten aan de rechterhand Zijns Vaders, bekleed met alle macht in hemel en op aarde. Ja, op de Pinksterdag blijkt, dat de verhoging van Christus niet alleen strekt tot verheerlijking Gods, maar ook tot zaligheid van Gods Kerk. Is het voor u al Pinksteren geworden? Velen zagen en hoorden de tekenen, maar bleven toch die zij waren. Hoeveel pinksterpreken hebt u al gehoord en wat was de uitwerking? Hebt u de Heilige Geest al nodig gekregen? Hij kan het hardste hart breken. Wat zou het een zegen zijn, als u met de drieduizend ging uitroepen: ”Wat moet ik doen om zalig te worden? ” Of zijn er soms die het niet meer weten en het niet meer kunnen bekijken? Dat Gods Geest u als verlorenen aan Gods voeten bracht. Verlorenen, toch ontdekt Hij het heil, dat in Christus is. Wat zou uw weeklacht en geschrei veranderen in een blijde rei! Ja, die Geest make Christus heerlijk in uw harten en vervulle uw harten met Zijn genade. Hij doe het Pinksterfeest worden, door te getuigen met uw geest, dat gij kinderen Gods zijt, want zovelen als er door deze Geest geleid worden, die zijn kinderen Gods.

Wijlen ds. J. van Haaren (1933-1983)