Die zal Mij verheerlijken

“Die zal Mij verheerlijken”

Johannes 16:14a.

Wanneer Jezus de woorden van de tekst uitspreekt, staat Hij voor Zijn onuitsprekelijk lijden en sterven. Wetende dat alleen door Zijn dadelijke en lijdelijke gehoorzaamheid Gods geschonden deugden verheerlijkt zullen worden. Hoe heeft Jezus om de vreugde daarvan het kruis verdragen en de schande veracht. Zo heeft de Zoon als Middelaar de Vader verheerlijkt, waarvan Hij Zelf getuigenis heeft gegeven. Juist in dit onderwijs van Jezus heeft Hij ook zo nadrukkelijk gesproken dat het evenzeer een goddelijk werk is om dit in een verloren zelfbedoeler te verheerlijken. Als er iets is waarop in onze dagen wel dringend gewezen moet worden, is het hierop. Wat wordt het noodzakelijke en godverheerlijkende werk van de Heilige Geest verzwegen of openlijk of bedekt geloochend. Dan beaamt men wel de val in Adam en dat de mens daardoor zondaar is. Dan krijgt het werk van de Middelaar in Zijn aangebrachte verzoening de aandacht die het waard is en die niet heerlijk genoeg gepreekt kan worden. Maar hoe verenigen zich hier oude en nieuwe dwalingen, wanneer het gaat om het feit hoe ik hieraan kom. Nee, dat doet niets aan de verantwoordelijkheid van de mens en de eis van bekering en geloof af. Maar hoe wordt dan het werk van de derde Persoon geloochend en de doodstaat van de mens verzwegen. Hoe wordt hier ook een aan zichzelf ontdekte ziel, die smartelijk zijn schuldig onvermogen inleeft, de troost ontnomen. Hadden de discipelen er het licht over hoe God in hun leven verheerlijkt zou worden? Het is hun echter beloofd dat de Geest hen in alle waarheid zou leiden. Die neemt het uit de volheid van Jezus volmaakte borgwerk en werkt het in het hart van zelfbedoelers uit. Wie deed de pinksterlingen verslagen uitroepen wat ze moesten doen om zalig te worden? Het is die Geest Die met Zijn zoete onwederstandelijke werkingen het hart verbreekt, vernedert en in de smart en schuldbeleving over de zonde brengt. Het is die Geest Die door de wet zondaar in de beleving maakt en afsnijdt van alle hoop om door de werken der wet voor God rechtvaardig te worden. Die Geest echter brengt niet in de verlorenheid om te doen omkomen, maar om Jezus als Zaligmaker van verlorenen te gaan verheerlijken. Hoe schoon, gepast en onmisbaar is dan Jezus. Maar hoe troostvol is dan ook het werk van deze Geest, Die tot Hem doet uitgaan en door het geschonken geloof alles in Hem doet zien en vinden wat tot mijn zaligheid nodig is. Hoe wordt God dan verheerlijkt in Zijn eigen werk. Het is die Geest Die met Zijn zoete onwederstandelijke werkingen het hart verbreekt, vernedert en in de smart en schuldbeleving over de zonde brengt. Het is die Geest Die door de wet zondaar in de beleving maakt en afsnijdt van alle hoop om door de werken der wet voor God rechtvaardig te worden. Nu is het opmerkelijk hoe vaak we lezen dat de discipelen niets verstonden van Christus’ borgwerk. Zo kan voor een ziel met aanvankelijke geloofskennis van de Middelaar nog zoveel verborgen liggen. Maar Jezus heeft Zijn Geest beloofd om allen die zichzelf door beschouwing en verstandskennis niet kunnen helpen in alle waarheid te leiden. Die Geest doet meer en meer het licht opgaan over Jezus’ Persoon en arbeid. Hij leidt in de heerlijkheid van Zijn staten en ambtelijke bediening. Juist door meer ontdekking te geven en af te brengen van onszelf schenkt Hij de troost van Jezus’ lijden en sterven en van Zijn uitoefening van Zijn middelaarsrecht in Zijn verhoging aan de rechterhand des Vaders. Zo verheerlijkt de Geest door de voortdurende ontdekkingen in de uitnemendheid van de Zaligmaker en verzekert het geloof in haar aandeel aan Hem. Zovelen door deze Geest geleid worden zijn kinderen Gods. Mag dat ook voor u gelden?

Ds. C.A. van Dieren