Dood en Leven

En Die leef, en ik ben dood geweest; en zie, Ik ben levend in alle eeuwigheid.

Openb. 1:18a

Het is op de dag des Heeren. De verheerlijkte Christus verschijnt in al Zijn heerlijkheid, majesteit, luister en roem aan Zijn oude kind en dienstknecht Johannes op Patmos. We lezen: ‘en toen ik Hem zag, viel ik als dood aan Zijn voeten’. Hij wordt zo klein, zo nietig en ootmoedig als zijn Meester hem verschijnt. Het vernedert hem. Kent u dat ook? Als God in uw leven komt, dan blijft u niet meer rechtop staan. Als Hij verschijnt, verdwijnt u. Dan breekt u met de zonden. Dan wordt uw vijandschap verbroken. Dan verliest u alle grond onder uw voeten. Dan wordt u zondaar, schuldenaar voor de Heere. Dan kan Hij geen kwaad meer doen en u geen goed. Hij is recht en u bent slecht. Wonder van Goddelijke genade, Johannes wordt niet weggestoten. Vriendelijk en troostvol legt Christus Zijn rechterhand op zijn hoofd en spreekt: ‘vrees niet, Ik ben de Eerste en de Laatste; en Die leef, en Ik ben dood geweest; en zie, Ik ben levend in alle eeuwigheid’. Dat is het kruis- en het paasevangelie, uit de mond van Sions gezalfde Koning. Goede Vrijdag: Christus is dood geweest. Hij heeft geleden, heel Zijn leven, vooral in Gethsemané, Gabbatha en Golgotha. Daarna is Hij begraven. Alles predikt: Ik ben dood geweest. Zo diep moest Hij zich vernederen. Tot in de dood. Tot in de dood van het kruis. Om het recht van Zijn Vader te verheerlijken, de wet te vervullen, de straf te dragen en verloren zondaren zalig te maken. ‘…en Ik ben dood geweest…’. Toch is Christus niet in de dood gebleven. Nee, Zijn weg eindigt niet in het graf. Op Goede Vrijdag volgt Pasen. De dood kan Christus niet houden. Hij is de Levende, de eeuwig Levende. Hij is immers een volkomen Middelaar. Hij heeft alles, alles aangebracht. Daarom is Hij opgewekt door Zijn Vader en opgestaan in eigen Goddelijke kracht. Daarmee heeft Hij de dood, het graf en de hel verslonden tot eeuwige overwinning voor al Zijn kinderen. Christus roept het Zijn knecht toe: ‘En zie, Ik ben levend in alle eeuwigheid. Amen’. Johannes krijgt bevel om dit op te schrijven. De boodschap van Goede Vrijdag en Pasen. De boodschap van de dood in Adam en het leven in Christus. Weet u wat daarvoor nodig is? Dat u naast Johannes als dood neerzinkt aan Zijn voeten. Dan hebt u niets, dan bent u niets, dan moet u naar recht omkomen. Wonder van Gods genade als u dan Zijn rechterhand ervaart en uit Zijn mond hoort: ‘Vreest niet, Ik ben de Eerste en de Laatste; en Die leef, en Ik ben dood geweest, en zie, Ik ben levend in alle eeuwigheid’. Vergeet niet dat aan Pasen altijd een Goede Vrijdag vooraf gaat. Er is geen leven in Christus en met Hem, zonder dat u sterft aan u zelf en alles wat geen Christus is. Vandaag wil Hij nog Zijn rechterhand leggen op mensen die als dood aan Zijn voeten komen. Dat kunt u niet begrijpen, ik ook niet. Dat is alleen in verwondering te aanbidden. En dat gaan Gods kinderen doen, hier in dit leven in beginsel, straks in de hemel voor eeuwig. ‘Mijn God, U zal ik eeuwig loven, omdat Gij ‘t hebt gedaan.’

Ds. D.W. Tuinier