Een voortdurende behoefte

En zij waren volhardende in de leer der apostelen…

Handelingen 2:42a.

Laten we ons persoonlijk en kerkelijk leven eens vergelijken met wat hier gezegd wordt door Lukas in zijn tweede boek over de jonge gemeente in Jeruzalem. Het gaat hier niet slechts om dat wat voor ogen is, maar om het innerlijk, om het genadewerk van de Heilige Geest in het hart, dat openbaar komt in de vruchten, werkzaam door de liefde. Het veroordelend en vertroostend Woord van Petrus wordt door de toepassende kracht van de Heilige Geest “gaarne aangenomen”. Dat wil zeggen toegepast en ter harte genomen. ‘Met behagen… daartoe door de genade Gods gewillig gemaakt zijnde’ (Kantt. 86). Deze mensen worden bedoeld met de woorden “En zij … “. Wat een wonderen werkt de Heere: eerst 120, nu 3000 “toegedaan”, straks nog 2000 tot God bekeerd en later lezen we over “hoevele duizenden…!” Zou voor de Heere iets te wonderlijk zijn? Van dorre doodsbeenderen is toch geen enkele verwachting, toen niet en nu niet. Zeer veel en zeer dor zijn we, kan het erger? Maar de werking van Gods Geest is zo krachtig! Het Geesteswerk blijkt uit de vruchten van het nieuwe leven. Opvallend dat als één van de eerste kenmerken van deze verslagenen van hart, die door Christus’ Geest zijn bearbeid, wordt genoemd: “en zij waren volhardende. Dat houdt in een voortdurend blijkende trouwe behoefte. De al langer bekeerden zoals die 120 en de pas bekeerden zoals die 3000 hadden allen één begeerte, die voortdurend blijkt in de praktijk van hun dagelijkse leven. “En zij waren volhardende in de leer…” Daarmee wordt niet bedoeld, wat helaas vaak gedacht wordt bij het woord “leer”, een taai en saai systeem. Met “de leer” wordt naar het oorspronkelijke bedoeld: de ambtelijke onderwijzing. Nog maar net op de weg of meer geoefend in het leven der genade, ze verstaan allen, dat het leven van hun ziel hangt aan het standvastig blijven bij het Woord der genade zoals dat door de apostelen onderwezen werd. Er was een blijvende behoefte aan de woorden, door de apostelen gesproken, een blijvende begeerte om onderwezen te worden. Men láát zich onderwijzen zoals de apostelen dat deden. Geen diepere wens had men dan meer en meer in het Woord geworteld te worden. Er blijkt een hartelijk verkleefd zijn aan de ambtelijke onderwijzing, geput uit het Oude Testament, uit de woorden van Jezus zelf, door de Geest der waarheid geleid in al de waarheid, van zonde en genade. En dat bij monde van de ambten. Vertolkers van de leer van vrije genade; verkondigers van de rijkdom die in Christus Jezus is voor de grootste der zondaren. “En zij waren volhardende in de leer der apostelen”. Er staat niet “in de leer van Petrus”, wiens preek men gehoord had; niet van Matthias, die nog maar kort in het ambt staat; niet van Judas, van wie we zo weinig weten; niet van Johannes, die van karakter anders is als Thomas. Neen ondanks alle verschil in karakter, afkomst, leiding, gave en genade, geen verschil in de leer. Door dezelfde Geest bekeerd, door hetzelfde Woord geleid, op dezelfde vrije genade in Christus aangewezen. Dat bindt toch samen? Dat blijkt toch in een trouw samenkomen? Dan wordt er een honger naar de ambtelijke onderwijzing zichtbaar, een verlangen naar Gods huis en inzettingen zoals dat in Psalm 84 wordt verwoord. Luister eens hoe onze Dordtse vaderen dit op grond van Gods Woord belijden: “Gelijk het God beliefd heeft dit Zijn werk der genade door de prediking des Evangelies in ons te beginnen, alzo bewaart, achtervolgt en volbrengt Hij het door het horen, lezen en overleggen daarvan, mitsgaders door vermaningen, bedreigingen, beloften…” (DL V, 14). Het oude Nederlandse woord ‘vermaning’ betekent hier het geheel van de ambtelijke onderwijzing. Zoals Lukas dat ook bedoelt ons állen voor te houden. Hoewel men “de gave des Heiligen Geestes ontvangen” heeft, is er niet één, die bij eigen licht en ingeving leeft. Men acht zich niet hoger dan de ambten door de Heere ingesteld. Men buigt eerbiedig en ootmoedig voor de rol des Boeks, die met de dierbare naam van de “Heere en Christus” vervuld is. Wat een zegen heeft de Heere hieraan willen verbinden, onderling en naar de buitenstaanders toe! Is het niet om jaloers op te worden? Hoe is de praktijk van ons persoonlijk leven, als het gaat om deze blijvende trouw aan de leer der apostelen? Hoe is het met onze innerlijke houding t.o.v. de leer, de onderrichting? Láten we ons gezeggen en onderwijzen, als jongeren en ouderen? Is er een zielsverlangen naar onderwijs, omdat ik het niet weet; een heilbegeerte naar onderwijs, omdat ik het niet heb en niet deug? Hoe is het bovenal ook gesteld met de bevindelijke doorleving van deze leer? Ook al word ik dan veroordeeld en schuldig gesteld, ook al word ik erbuiten gezet, om dat van ganser harte te aanvaarden. Maar ook het lieflijk vertroostende Woord, dat de Heilige Geest toepast in verslagen zondaarsharten, om Christus’ wil. Gaat uw ziel uit vanwege Zijn spreken? Want genade is op Zijn lippen uitgestort. Zo ging het ongeveer 2000 jaar geleden in Jeruzalem. Zo werkt de Heere de bekering nóg, door Zijn Geest, alléén in de naam van Jezus Christus! De volharding in de leer der apostelen blijft niet ongezegend. Dat blijkt ook nog in het heden.

Ds. G.J. van Aalst