Een wonderlijke opdracht

“Werp uw brood uit op het water, want gij zult het vinden na vele dagen.”

Prediker 11:1

Na de schoolvakanties begint voor velen het gewone leven weer. Onze kinderen gaan naar school. Anderen zetten de eerste stappen op de arbeidsmarkt. Ook de huisbezoeken, catechisaties en alle kerkelijk werk wordt weer opgestart. Toch wijst de Schrift behalve de opdracht tot het werk nog een taak aan. De Prediker wijst er ons op in bovenstaande tekst. Het is een wonderlijke opdracht. Ogenschijnlijk lijkt ze zinloos. Een zware steen in het water veroorzaakt rimpels, maar verandert zelf niet. Maar brood in water valt uit elkaar. Na korte tijd zie je er niets meer van. Wat bedoelt Salomo met dit woord? De letterlijke verklaring is moeilijk te geven. De verklaringen lopen sterk uiteen. De Kanttekeningen wijzen op het verband met het tweede vers waarin over armen gesproken wordt. Wat aan hen gegeven wordt, krijgt men niet terug. Wel kan het gebeuren dat later de liefde beloond wordt. Hoewel we de letterlijke verklaring laten rusten, menen we toch dat de Prediker, nee de Heere Zelf, in deze tekst ons allen een diepe les wil leren. We lezen van brood. Het is de eerste levensbehoefte. Christus heeft Zijn discipelen het gebed voorgebeden: Geef ons heden ons dagelijks brood. We mogen en moeten de Heere vragen om al wat nodig is voor het leven van alle dag. De Heere zegt: Ken Mij in al uw wegen. Jongelui, vergeet de Heere toch niet in je studie, op school, je werk. Dit geldt ook de ouderen. We mogen met de noden en zorgen van dit leven en zeker ook de opvoeding van onze kinderen tot de Heere gaan. Maar de tekst zegt meer. Brood wijst niet alleen op de behoeften van dit leven, maar bovenal op wat nodig is voor de eeuwigheid. Christus sprak tot de schare: ‘Werkt niet om de spijze die vergaat, maar om de spijze die blijft tot in het eeuwige leven, welke de Zoon des mensen u geven zal’. En kort daarop wijst Hij Zichzelf als die Spijze aan: ‘Ik ben het Brood des levens’. Dat Brood moet worden uitgeworpen en bekend gemaakt. De tekst wijst op werpen. Dat wijst op gulheid. Er is immers genoeg. Aards brood raakt op, maar dit Brood nooit. Ook wij worden met dat Brood bekend gemaakt. Hoeveel vermaningen, roepstemmen en lokstemmen van het Evangelie hebben we al gehoord: thuis, op school, in de kerk, op de catechisatie en de vereniging. Maar wat is de vrucht in jouw en uw leven? Is alles nog schijnbaar voor niets geweest? O, dat Brood wordt ons aangewezen en aangeprezen. Het geeft zielenvoedsel, deze Spijze blijft tot in het eeuwige leven. Door de zonde vindt de mens geen ware vreugde en verzadiging meer in God. Nu is er de honger naar de wereld en wat van beneden is. Hoeveel tijd besteden we niet aan wat niet echt verzadigt. Christus is het Brood des levens. Hoe past deze Naam bij Hem. Brood moet worden toebereid. Het zaad wordt gezaaid, later is er de oogst, dan worden de graankorrels vermalen tot meel. Tenslotte moet het toebereide meel in de oven. Treffend beeld van de lijdensgang van Christus. Om Brood te kunnen zijn werd Hij door de Vader verbrijzeld. Hij was de Man van Smarten. Nooit is onder woorden te brengen wat het Hem gekost heeft om Spijze te kunnen zijn voor een hongerend en dorstend volk, dat alleen in en door Hem verzadigd wordt. Maar al is het een groot voorrecht te weten dat er Brood is, er is meer nodig. Dit Brood moet gegeten worden. Zoals de mens met het brood dat hij eet als het ware één wordt, zo moeten we met Christus door een waar geloof verenigd worden. De catechismus spreekt over een ingelijfd worden. En dat Brood blijft nodig. Dat geldt het natuurlijke leven, maar ook in geestelijk opzicht. Gods kinderen hebben telkens opnieuw het verzoenend en reinigend bloed van Christus nodig. Hoe ligt dat in uw leven? Verstaan wij al de noodzaak van de telkens terugkerende bede: ‘Heer’ ai maak mij Uwe wegen door Uw Woord en Geest bekend’. Alleen de Heilige Geest leert ons de ware aanhankelijkheid en afhankelijkheid. Maar nu klinkt de opdracht in onze tekst: ‘Werp uw brood uit op het water’. Dat Brood, dat Evangelie van zaligheid moet bekendgemaakt worden. Aan wie: Aan allen. Niemand uitgezonderd. Leeftijd en afkomst telt hier niet mee. De opdracht is om te werpen. Dat geldt in het bijzonder de dienaren van het Woord, Gods knechten, maar ook alle ambtsdragers, leerkrachten en leidinggevenden, ja alle ouders. De Heere zegt dat we aan alle wateren moeten zaaien. Eens zullen we rekenschap moeten afleggen over de zorg aan de zielen die ons zijn toevertrouwd. En die opdracht klemt te meer als we lezen: Werp uw brood. Gods dienaren moeten dit Brood kennen, de smaak ervan weten, de kracht ervan hebben ervaren. Maar het geldt ten diepste ons allen. Zonder dit Brood kunnen we eigenlijk geen ambtsdrager, leerkracht, leidinggevende, vader of moeder zijn. Kortom: we kunnen eigenlijk geen dag onbekeerd zijn. Dat is de diepe ernst die in dit woord ligt opgesloten. Hoe moet dat dan? Zwijgen of bedanken? Nee, de Heere legt de klem op ons leven opdat we er mee tot de Heere zouden vluchten; Hem smekend om genade en bekering, om de schenking van dit Brood. Maar de opdracht blijft! Ze is niet afhankelijk van onze gesteldheid. De Heere zal voor Zijn eigen werk instaan. Het schijnbaar nutteloze werk zal vrucht voortbrengen. Hij heeft beloofd: Want gij zult het vinden na vele dagen. En daarom moet het brood op het water worden uitgeworpen. Naar beneden ziend lijkt het soms zinloos. Veel zaad verstikt in de modder van de zonde en wereldse lust en ongeloof. Vaak verwekt het zelfs weerstand en vijandschap. Hoe moeilijk kan het soms zijn om onze kinderen, vooral als ze ouder zijn, op dit brood te wijzen. Vooral als de keus van de wereld gemaakt wordt. O dan geve de Heere de heilige worsteling met dit woord: Want… In dit woord ligt grote zekerheid. Nee, die zekerheid ligt niet in de mens, hoe goed hij ook zijn best doet en zijn taak verstaat, maar in Hem Die Zichzelf tot een Schuldoffer gesteld en Zijn Ziel heeft uitgestort in de dood. Dit woord geeft hoop voor de toekomst. God is de God van wonderen. Het Welbehagen des Heeren gaat door. De hemel komt vol. En Hij gebruikt daarbij een middel: Zijn Woord, waarvan Christus, het Brood, de grote Inhoud is. De Heere geve ons, nu we aan het begin van een nieuw jaarseizoen staan, zulke ambtsdragers, leerkrachten, leidinggevenden en ouders . O leg dan de vinger bij dit woord en worstel om de vervulling. Satan viert zijn triomfen, maar de hemel komt vol. Werp dan uw Brood uit op het water, want gij zult het vinden na vele dagen.

Ds. B. van der Heiden