En een grote schare der priesteren werd het geloof gehoorzaam

“En een grote schare der priesteren werd het geloof gehoorzaam”

Handelingen 6:7b

Er is geen hart zo hard, dat de Heere het Zich niet onderwerpen kan. Er is geen onwil te groot, dat Hij ons niet kan doen buigen. Dat blijkt wel op de Pinksterdag. Op de prediking van Petrus wordt de roep om genade uit veler monden gehoord. Er werden drieduizend zielen op één dag toegedaan. En de Heere deed dagelijks tot de gemeente, die zalig werden. Ze kwamen niet alleen uit de onderste lagen van het volk. Ze kwamen ook uit de priesterklasse. Ook uit de alleszins godsdienstige afstammelingen van Aäron komen er om zich voor Koning Jezus te buigen. Ze werden gehoorzaam aan het geloof. Dat waren ze dus daarvoor niet. Toch waren het ook geen heidenen, geen brute wereldlingen of mensen die openlijk in de zonde leefden. Nee, het waren zelfs bevoorrechte mensen, deze priesters, want zij behoorden tot het bevoorrechte volk van Israël aan wie de woorden Gods waren toevertrouwd. Bovendien hadden zij een heilige roeping ontvangen, namelijk om priester te zijn, dat wil zeggen: te staan voor het Aangezicht des Heeren. Hun taak was: het heiligdom te bewaken, tegen ontheiliging te waken, de offerdienst waar te nemen, de besnijdenis uit te oefenen en het volk te onderwijzen en te zegenen. Dag aan dag ontstaken zij de offers op het brandofferaltaar. Bij beurten brachten zij de offers op het reukaltaar, achter het eerste voorhangsel in het Heilige, gelijk ook Zacharias eenmaal deed. Gekleed in het smetteloos priestergewaad met de priestermuts op het hoofd. De priesters, duidelijke voorbeelden van Christus, de Hogepriester van het Nieuwe Verbond, zij waren het geloof niet gehoorzaam. Altijd bezig in Gods huis. In het heilig ambt werkzaam. Door de Heere geroepen en toch ongehoorzaam. Ook van hen gold het: Hij is gekomen tot het Zijne en de zijnen hebben Hem niet aangenomen. De Naam van God dagelijks op de lippen, maar de Zoon van God verwerpen. Dagelijks vloeide door hun hand het bloed van de offerdieren, maar tegenover het geheel enige offer stonden zij vreemd. Het bloed van het Nieuwe Testament achtten zij onrein. Eigenlijk is dit veel erger dan leven in de wereld of in de nacht van het heidendom. Ze waren er toen, ze zijn er ook nu. Die het teken van het verbond dragen, maar de besnijdenis van het hart niet deelachtig zijn. Die de tekenen van brood en wijn aannemen, maar de betekende zaak niet kennen. Die zich uitsloven voor Gods Koninkrijk, maar het geloof ongehoorzaam zijn. Ze zijn er. De Heere weet hoeveel. En nu moet u niet gelijk met de vinger naar een ander wijzen en zeggen: Ja, Judas was er zo een en die en die. De oprechten van hart leren vragen: Ben ik het Heere? Het moge ons brengen tot zelfonderzoek. Wat kan in het leven der genade de vrees het hart bezetten: Bedrieg ik me niet voor de eeuwigheid? Almachtige genade wordt verheerlijkt in het hart van een grote schare van priesters. Ze werden het geloof gehoorzaam, dat wil zeggen dat ze gehoorzaam werden aan de leer van het geloof, zoals hen dat werd verkondigd door de apostelen. Zoals ook van Paulus gezegd wordt: ‘Degene, die ons eertijds vervolgde, verkondigt nu het geloof, hetwelk hij eertijds verwoestte’ (Galaten 1:23). Wat is dan die leer van het geloof? Dat is de leer, zoals die ons in het Woord geleerd wordt. Waarin God Zichzelf openbaart in al Zijn deugden. Waar onze schuld en zonde ons wordt aangewezen. Waar gesproken wordt over de komst van Christus in de wereld. Immers, de rol des boek is met Zijn Naam vervuld. De leer van het geloof bevat Zijn lijdelijke en dadelijke gehoorzaamheid, Zijn Borgwerk, Zijn voldoenend lijden en sterven, de weg, de waarheid en het leven. Ook de weg, waarin wij Hem deelachtig worden, behoort tot de leer van het geloof. De Heilige Geest maakte er plaats voor in de harten van deze priesters. Er moest heel wat opgeruimd worden, voordat zij het geloof gehoorzaam werden. Het priesterlijk gewaad moest afgelegd. Hun eigengerechtigheid moest eraan. Ze waren immers priesters. Ze wisten het veel beter dan het volk. Kinderen van Abraham, bovendien tot een heilig ambt geroepen. Het kost hen hun trots. Hun hoogmoedige bestaan moet er aan. U zegt: Daar lees ik niets van. Dat hoeft ook niet. Ik hoop alleen dat u er wat van kent. Nee, we moeten er maar niet gering over denken wat deze priesters kwijt moesten in het gehoorzamen aan het geloof. Het is nauwelijks te geloven dat er van deze mensen, die meenden het te weten en meenden in te gaan, nu zullen zijn die de verachte rabbi van Nazareth te voet vallen, Die door de Farizeeën en de Schriftgeleerden werd gehaat met een gloeiende haat. De ergernis van de Joden erkennen als hun Zaligmaker? Het was echter voor de Pinkstergeest geen onmogelijk werk deze priesters te bekeren. De noordenwind van de ontdekking deed hen alle eigengerechtigheid verliezen en de zuidenwind van de vertroosting dreef hen uit naar Christus de Gekruisigde. Wij hebben het veel makkelijker, zegt iemand. Voor ons is het toch wel gemakkelijker om zalig te worden. Die priesters moesten afstand doen van hun bevoorrechte positie. Geloof maar niet dat ze bij hun soortgenoten behoefden aan te komen om te vertellen dat zij Jezus als hun Zaligmaker hadden leren kennen. Wij hoeven er wellicht in uiterlijke zin niet zoveel om te verliezen. Toch zal het met ons niet anders zijn. Wij zijn niet anders dan deze priesters. Ook wij moeten gebroken worden in onze eigen waan. Onze gerechtigheid moet worden als een wegwerpelijk kleed. Willen we Christus gewinnen dan zullen we het geloof gehoorzaam moeten worden. Dat betekent ons leven verliezen, alles verlaten om Christus’ wil. Komen tot gehoorzaamheid aan het geloof dat we niet meer zijn dan arme verloren zondaren en dat de zaligheid alleen is in Hem, Die alles heeft volbracht. Komen tot gehoorzaamheid aan het geloof door de almachtige kracht Gods. Een grote schare van de priesters werd het geloof gehoorzaam. De bekering van één zondaar is al zo groot. De Heere is Dezelfde. Hij kan ook nu een grote schare van mensen die voortleven in hun eigengerechtigheid of in hun ongerechtigheid het geloof gehoorzaam maken. Bent u reeds het geloof gehoorzaam? Is uw hart ingewonnen voor de leer van het geloof? Of bent u nog tevreden met uw uiterlijk godsdienstig leven? Val Hem heden te voet. Buig u voor Hem neer. Hij is het zo waardig.

Ds. W. Silfhout