En Hij zal leven

“En Hij zal leven.”

Psalm 72:15a

Er staat boven deze bekende Psalm: “Voor Salomo”. Kort voor zijn dood bidt koning David in deze Psalm voor zijn zoon, Salomo, die hem zal opvolgen als koning. Dat is het beste wat een vader voor zijn zoon kan doen: hem opdragen aan de troon van Gods genade. Wat is het groot als we zo een biddende vader hebben gehad of nog hebben. Maar nu is David hier niet alleen een biddende vader, maar hij is ook profeet. Hij voorzegt, dat Salomo een gezegend koningschap zal hebben. Er zal onder zijn koningschap vrede zijn, de armen en ellendigen zullen verlost en bevrijd worden. Hij zal regeren van zee tot zee en van de rivier tot aan de einden van de aarde. Andere koningen zullen zich voor hem buigen. Uiteindelijk zal zijn naam zijn tot in eeuwigheid. Als we dat lezen in deze Psalm, dan merken we, dat David hier al profeterend boven Salomo uitwijst, naar de grote Salomo, Jezus Christus. De Joden hebben vanouds in deze Psalm al een lofzang gehoord op de komende Messias. Wij mogen in deze psalm een lofzang horen op Christus.

Wat lezen we hier dan van Christus? “Hij zal leven.” Hier schijnt dus al in het Oude Testament het licht van Pasen. In deze woorden vinden we een duidelijke toespeling op de juichkreten bij de kroning van koningen: “De koning leve!” Het is dus een hartelijke wens: Moge de koning leven. Maar het is meer. Het is ook een profetie: De koning zal leven. Dat geldt in de meest diepe zin Koning Jezus. Hij is dood geweest, maar Hij leeft en Hij zal leven tot in eeuwigheid. Van Hem wordt gezegd, dat Hij leeft, altijd leeft om voor Zijn volk te bidden.

Jezus is in de dood geweest. Goede Vrijdag is Zijn sterfdag. Hij is de dood ingegaan om de zonde van Zijn kinderen te verzoenen, hun schuld te betalen en aan Gods recht genoeg te doen. De Zijnen hadden de eeuwige dood verdiend, maar Hij heeft hun dood overgenomen. Hij stierf hun dood. Hij in hun plaats, opdat zij eeuwig zouden leven. Wat een wonder, dat Jezus niet in de dood is gebleven. Stel u voor, dat het Evangelie u een dode Jezus predikte. Dan was het geen Evangelie meer. Dan was het voor eeuwig verloren. Het Paasevangelie predikt ons echter een levende Jezus. Hij heeft de dood overwonnen. De Vader heeft Hem opgewekt en Hij is opgestaan in eigen kracht. Pasen is het bewijs, dat de Vader volkomen tevreden gesteld is met het volbrachte werk van Christus. Als er immers iets had ontbroken aan Zijn Middelaarswerk, Hij was in de dood gebleven. Pasen predikt, dat Christus een volkomen Zaligmaker is, dat er niets ontbreekt aan Zijn werk.

“Hij zal leven.” De opgestane Zaligmaker heeft de dood voorgoed achter Zich, Hij is nu de Levende aan de rechterhand van Zijn Vader. Hij leeft en Hij zál leven. Zo leeft die Vorst altoos, zo leeft Hij eindeloos. Als de Levende zal Hij Zijn gemeente vergaderen uit alle volken, zal Hij voortdurend Voorbidder zijn bij de Vader, zal Hij Plaatsbereider zijn, Die een plaats bereidt voor allen, Die Hij kocht met Zijn bloed, een plaats in het Vaderhuis met vele woningen. Als de Levende zal Hij niet rusten voordat Zijn bruidsgemeente eeuwig bij Hem zal zijn.

Het leven van Christus is de garantie voor het leven van Zijn kerk. Hij zegt het immers: “Ik leef, en gij zult leven.” Hij heeft het leven verworven en Hij deelt het uit aan allen, die de Vader Hem gaf. Door Zijn Woord en Geest maakt Hij hen van dood levend in de wedergeboorte. Dan worden ze in zichzelf armen en nooddruftigen, zoals deze Psalm hen noemt. Dan leren ze, dat zij van zichzelf midden in de dood liggen en dat er van hen uit geen enkele weg meer is tot God. Ja, dan worden ze het eens gemaakt met al Gods rechten en eisen, zodat de Heere hen geen kwaad meer kan doen als Hij hen voor altijd zou verstoten. Maar wat een wonder als Christus Zichzelf dan aan hen gaat openbaren vanuit het Evangelie. Wat wordt Hij dan dierbaar en noodzakelijk. Hoe gaat hun hart dan naar Hem uit, zodat ze nergens meer rust kunnen vinden voor hun ziel dan alleen in Hem, in Zijn bloed, in Zijn volbrachte werk. Als het geloof vanuit eigen nood en dood op die Levende leert zien, dan komt er leven in de ziel. Ja, als ze dan door het geloof hun doodvonnis hartelijk leren ondertekenen, maar ook als verlorenen in zichzelf zich op Hem en Zijn werk alleen leren verlaten, dan leven ze, dan is er die vrede met God door onze Heere Jezus Christus. In zichzelf houden ze altijd weer de dood over en niet anders dan de dood, maar dan vinden zij het leven buiten hen alleen in deze levende Koning.

En dan blijft hier de strijd tot het laatste toe, maar dan zullen ze eeuwig leven met Hem.

“Hij zal leven.” Omdat Hij zal leven, zullen de Zijnen leven. Eeuwig leven. Hoe is het met u? Is de grote Salomo u al dierbaar en noodzakelijk geworden? Dan hebt u de dood in uzelf overgehouden, maar dan werd Hij het Middelpunt van uw verlangen. Zoek het leven dan buiten u, in Hem, zoals Hij in het Evangelie wordt geopenbaard. Omdat het Pasen geworden is, omdat Koning Jezus leeft en zál leven, daarom zullen dode zondaren leven. Daarom kan het ook voor u. Ook al is er bij u niet anders dan de dood. Omdat de Koning van Pasen leeft, staat uw dood Hem niet in de weg. Want Hij heeft de dood overwonnen. In het Evangelie biedt Hij het leven nog aan. Door Zijn Geest deelt Hij het nog uit. Wat zegt de Heere? “Neigt uw oor en komt tot Mij, hoort en uw ziel zal leven.” (Jes. 55:3). Dat is pas echt leven. Leven, dat de dood overwint. Leven tot Gods eer.

Ds. J.J. van Eckeveld