En in zwaren strijd zijnde, bad Hij te ernstiger

”En in zwaren strijd zijnde, bad Hij te ernstiger”

Lukas 22 : 44a

Bij de overdenking van het heilig lijden van de Borg en Middelaar betaamt ons de allergrootste schuchterheid, immers dit lijden is geheel enig en daarom geheel onderscheiden van het lijden van elk mens. Ons lijden is een gevolg van de zonde en heeft geen enkele verdienste voor het heilig oog van God. Maar Zijn dierbaar Middelaarslijden is plaatsbekledend en daarom (af)betaling, omdat Hij hierin het allerzaligste offer brengt. Welnu dan, zo brengt ons tekstwoord ons in dat heiligdom, alwaar we de gezegende Hogepriester bezig zien in dat bijzondere zware werk. Hier doorleeft de Borg zo ernstig, dat wat Hij niet geroofd heeft terug moet geven. En dan is dat zo smartelijk voor Hem dat Hij als een worm over de aarde kruipt en Zijn zweet wordt als grote droppelen bloeds. Voorwaar, het is niet te verwonderen dat Hij hier moet klagen: “o God, hoe zwaar hoe bitter valt dit lijden voor Mijn gemoed”. En ziet, wat is nu de kracht van Hem in dit Hogepriesterlijke werk? Wel, het staat in onze tekst omschreven: Zijn gebed tot Zijn Vader. O, wat is Hem dat menigmaal tot troost en sterkte geweest, vooral in de donkere uren als Hij naar het gebergte heenging om met Zijn Vader alleen te zijn. Hoeveel te meer heeft Hij dan nu nodig de kracht van het gebed. Dat is als het ware Zijn ademtocht, het leven van Zijn ziel. Zonder dat Hij Zijn Vader ontmoet heeft in het gebed, kan Hij niet werken, en daarom nogmaals geen wonder, dat de Borg ook hier in Gethsémané het aangezicht van Zijn Vader zoekt. En hoe groot is dan het wonder, de Vader zendt Zijn engel om Hem te versterken en zo gaat dan de Borg verkwikt heen, neen niet om te rusten, nee er staat zo dat Hij daarna te ernstiger in het gebed ging. Wonderlijk toch! Immers, als Gods kind eens een ogenblik verkwikt wordt in moeilijke omstandigheden, dan is men zo geneigd om de strijd te vergeten, om dan enkel zich te verwonderen. Zeer te begrijpen! Maar de satan rust nooit en juist in die uren is hij zo listig en straks bij vernieuwing vindt hij die rustende discipelen om ze te bestrijden. Maar ziet, de Borg rust nooit, ook niet na de liefelijkste versterkingen. Hij bad des te ernstiger. Wat een voorrecht toch voor de Kerk des Heeren. Want immers nu ligt de zaligheid zo onwrikbaar vast in Zijn volkomen werk. En niet het minst in dat Hogepriesterlijke gebed. Des te ernstiger….. welk een waarschuwend voorbeeld voor een ieder, die geen vreemdeling is van de binnenkamer van het gebed. Ach, wat wordt het gebed toch spoedig nagelaten in tijden van voorspoed en in de dagen van tegenspoed, ach noem maar op. In plaats dat het gebed des te ernstiger wordt opgezonden, zwijgt zo dikwijls de mond en het hart is bij velen zo verkild omdat ze in vele dagen God niet ontmoet hebben. Des te ernstiger …… hoe beschamend toch, vooral als men vroeger tijden gekend heeft waarin de ziel gedurig op de vleugelen van het gebed klom, om met God te spreken. Laat deze biddende Hogepriester u vandaag nog aansporen om die weg weer te zoeken, waarin ge alleen maar weer gemeenschap met Hem moogt hebben. En voor elk die in strijd is en een moeilijk kruis te dragen heeft, o zoek daarin toch uw kracht. En dan niet éénmaal, o nee hoe moeilijker het wordt des te ernstiger …. Maar ook als u verkwikt wordt, des te ernstiger…

Wijlen ds. E. Venema