Ik heb hun Uw Woord gegeven

“Ik heb hun Uw Woord gegeven, en de wereld heeft ze gehaat, omdat zij van de wereld niet zijn; gelijk als Ik van de wereld niet ben“

Joh. 17: 14

“Ik heb hun Uw Woord gegeven”. Christus wil aantonen hoezeer Zijn kinderen de troost van het Woord en de vreugde van Christus nodig hebben, omdat het voor hen in deze wereld zeer moeilijk zijn zal. Hij houdt hen voor dat zij geen andere troost zullen mogen zoeken; dat zij daarin moeten zien de grootste schat die zij hier op aarde hebben. Ik heb, zegt Hij, geen andere schat die Ik hen kan nalaten. Ik heb hun dit Woord gegeven, en ook nu wil Ik nog het hen inhameren, opdat zij Mijn vreugde volkomen en eeuwig bij zich zullen hebben; zodat zij ook na Mijn dood zullen kunnen zeggen: “Zie, ik ben in het bezit van het Woord van mijn Heere Christus, het Woord van de Almachtige God van hemel en aarde.” Hij bemint immers zijn eigen Woord en zal het gewis houden. Zie, dat geeft Zijn arme kinderen de troost en kracht die zij zo nodig hebben. Zie maar hetgeen nu volgt.  “En de wereld heeft ze gehaat”. Ziehier ons livrei!  Schaamt u zich er niet voor om, om Zijnentwil, dit kleed te dragen. Aanvaard het blijmoedig dat de wereld uw vijand is. U zult in de wereld niet alleen boeven en bandieten aantreffen, maar ook uw naaste en beste vrienden, die u toch vijandig gezind zijn, terwijl er geen andere oorzaak of schuld voor aan te wijzen is, die zij u ten laste zouden kunnen leggen, dan alleen dit ene dat u het Woord van Christus hebt, dat Woord preekt en belijdt. Alleen om die reden zeggen ze: Je bent een ketter, een duivelskind, een gruwel op aarde! Dit weegt blijkbaar bij hen zwaarder dan alle boosheid en slechtheid die er in de wereld te vinden is. Er lijkt geen groter zonde en schande te zijn dan een christen te zijn. In heel de wereld is er niemand te vinden die men zozeer haat. Alle andere boosheden praat men goed, laat men gaan, verschoont men; alle boeven en deugnieten verdraagt men, ja, helpt men zelfs, uit medelijden, maar de lieve christenen worden in deze wereld niet geduld. Hen te veroordelen, te vervolgen, uit te roeien, enzovoort, dat heet de beste dienst die men God kan bewijzen. Zie, dat is de dank of het loon, hetwelk de wereld Christus en Zijn apostelen zou uitbetalen. Wat zou zij anders doen dan de geheel onschuldige Christus zeer smadelijk kruisigen, als de ergste boef en misdadiger? En wie zouden dat doen? De allerheiligste en braafste mensen die ooit op aarde leefden. Zij zouden er prat op gaan dat zij God nooit een hogere dienst hadden bewezen dan met het kruisigen van Zijn eniggeboren Zoon.  Zeg nu zelf eens, is hier in deze tekst de wereld niet naar waarheid getekend, en afgeschilderd, naar haar wezen, en zelfs naar wat zij op haar best wezen wil? Welnu, als dit haar hoogste deugd is, dan houden wij onze mond, laat dan de duivel haar maar loven en prijzen! Wij zullen, naar ik hoop, tot lof van God, bevonden worden in het Woord van Christus, want ook ons haat de wereld, meer dan genoeg. Wij hebben dat voorheen ervaren en wij ervaren het nog steeds, want zij gaat tegen onze leer gruwelijk tekeer. Zij bewijst daarmee dat zij met haar hele hart ons haat en vijandig gezind is.  “Omdat zij van de wereld niet zijn, gelijk als Ik van de wereld niet ben”. Christus heeft willen zeggen: Ook Mijn Naam staat in datzelfde register, en zelfs staat die Naam bovenaan en vóór die van alle anderen. Zoals het Mij vergaan is, zo zal het ook hen vergaan. Als zij de Meester Beëlzebul hebben genoemd, zouden zij Zijn discipelen dan een andere naam waardig keuren? Want Ik ben niet één met haar. Het is zelfs Mijn taak en opdracht om haar ellende en blindheid aan het licht te brengen, haar wijsheid en heiligheid te ontmaskeren, omdat die voor God niet bestaan kunnen. Niet dat Ik haar kwaad wil doen en verderven, integendeel, maar juist omdat Ik de arme gevangenen van de duivel uit zijn muil wil wegrukken en tot God wil brengen. Maar de duivel kan dit niet verdragen. Daarom gaat hij zo fel te keer, daarom verbittert en hitst hij de harten der mensen op tegen Mij en Mijn Woord.  Dit moge voor ons allen een troostvol en bemoedigend woord zijn, voor ons die in het bezit zijn van het Evangelie en de haat van de wereld aan den lijve ervaren, terwijl zij toch ons nergens van kan beschuldigen dan alleen van dit ene, dat wij christenen zijn. Ik heb hen, zegt Christus, om die reden Uw Woord gegeven, opdat zij daaraan vreugde en blijdschap zouden hebben, midden in deze onzalige wereld, en welgemoed zouden afzien van alle gunsten van de wereld, ja, die zouden ontvluchten, om er maar geen deel aan te hebben.

Maarten Luther