Is het goed met mij?

“Zal het goed zijn, als Hij u zal onderzoeken?”

Job 13:9a

Het is onder ons een bekende uitdrukking als er gezegd wordt, dat we met God in reke-ning staan. Maar beseffen we wel wat dat betekent? Inderdaad, we staan met God in rekening. We zijn verantwoording schuldig aan Hem. Eens zullen we voor Zijn rechter-stoel staan. En hoe zullen we het dan maken? Zal het goed zijn als Hij u zal onder-zoeken? Job heeft deze vraag gesteld aan zijn vrienden. Die vrienden die hem kwamen opzoeken toen hij op de ashoop zat in al zijn ellende, hebben het hem niet gemakkelijker gemaakt. Meeleven kan heel goed doen, maar mensen kunnen de pijn van onze wonden ook nog erger maken. Mensenwoorden kunnen nieuwe wonden aan onze wonden toe-voegen. Wat kunnen we elkaar striemen met onze woorden. Dat deden die vrienden van Job. Ze veronderstelden dat Job zijn ellende aan zichzelf te danken had. Er moest wel veel zonde in zijn leven zijn. Die had de Heere nu gestraft. Ze gingen als het ware op de rechterstoel van God Zelf zitten en van hun eigengemaakte hoogte bekritiseerden zij Job in al zijn ellende. In plaats van naast hem te staan, gingen zij boven hem staan. Als reactie daarop stelt Job nu deze vraag. Met andere woorden: Mijn vrienden, jullie zijn nu wel zo druk met mij en jullie beschuldigen mij, maar hoe is het met jullie zelf? Jullie ver-geten jezelf toch niet? “Zal het goed zijn als Hij u zal onderzoeken”? We zijn zo vaak druk met anderen en we vergeten onszelf. We staan zo vaak klaar om anderen te beoordelen en te veroordelen, maar we vergeten onszelf te veroordelen. Hoe is het met ons? Staan wij niet allen persoonlijk met God in rekening? Zal de Heere niet over ons leven oordelen? Zal het goed zijn als de Heere met Zijn oordeel over ons leven komt? De vraag van Job is dan ook een indringende vraag, niet alleen voor zijn vrienden, maar ook voor ons. Hoe staan we tegenover de Heere? Hoe is ons leven? Niet alleen onze woorden, want die vrienden van Job spraken zoveel rechtzinnig schijnende woorden, maar ons leven. De Heere weegt ons leven. O hoe zal het zijn als Hij ons zal onderzoeken? Die God kent de meest verborgen schuilhoeken van ons hart. Hij weet onze gedachten. Hij ziet onze ver-borgen zonden. Er is niets wat Hem ontgaat. Als Hij ons zo onderzoekt en doorzoekt, wat blijft er dan over? Dan blijft er alleen zonde over. Dan staan we zo schuldig voor Hem. We hebben Hem niet gegeven wat Hem toekomt. We hebben de zonde zo liefgehad. We wilden onszelf niet verloochenen. We gingen onze eigen wegen. We meenden beter te zijn dan anderen, maar we zagen onze eigen zonden niet. Al waren we uiterlijk misschien degelijk en rechtzinnig, ons hart was niet voor de Heere. We zochten alleen onszelf. Hebben we onszelf zo al leren zien? Als de Heere in ons leven komt, dan gaan we dat leren. Dan gaan we onszelf enigermate leren zien, zoals de Heere ons ziet. Dan houdt alle zelfhandhaving op. Dan kunnen we ons niet meer beter voelen dan een ander, maar dan staan we persoonlijk als schuldige mensen tegenover God. Ja, dan zou het niet an-ders dan rechtvaardig zijn, als de Heere ons voor eeuwig verstoten zou. Zal het goed zijn als de Heere ons onderzoekt? Daar moeten we hier in dit leven een antwoord op leren geven vanuit het diepst van ons hart. We moeten hier leren, dat het niet goed is, als de

Heere ons onderzoekt. Want als we dat straks leren, voor Zijn rechterstoel, dan is het voor altijd te laat. Vraag of de Heere het u leren wil. Het kan nog. Het is nog genadetijd. De Heere roept u nog tot Zich. Weet u, wat zo’n wonder is? Dat er Eén is, bij Wie alles wel goed was. Die Ene is Christus. Hij kon zeggen: ‘Wie overtuigt Mij van zonde?’ Hij was volmaakt goed, in Zijn werken, in Zijn woorden, in Zijn gedachten. Heel Zijn leven beantwoordde aan het doel van de Schepper. Hij heeft God volmaakt verheerlijkt. Toen de Vader het werk en het leven van Zijn Zoon onderzocht, ontbrak er niets aan. Daarom is Hij opgestaan uit de dood en opgevaren ten hemel. Wat een wonder, dat het werk van Christus volmaakt en goed is. Daarom kan het voor mensen, die moeten zeggen: ‘Als de heilige God mij onderzoekt, dan is het niet goed. Dan moet Hij mij voor eeuwig wegdoen vanwege mijn zonden.’ Ach, in onszelf kunnen we voor God nooit bestaan. Wat is nodig? Het geloof, waardoor we met Christus worden verenigd. Het geloof waardoor we onszelf leren veroordelen en God leren rechtvaardigen, maar waardoor we ook tot Christus leren vluchten. Hoe kom ik aan dat geloof? De Heere werkt het Zelf door Woord en Geest. Laat het uw gebed zijn, of de Heere het ook u geven wil. Als we door het geloof met Christus worden verenigd, dan wordt Zijn volbrachte werk ons toegerekend. Dan ziet God mijn zonden niet meer, maar alleen nog de gerechtigheid van Christus. Dan, dan alleen, maar dan ook zeker, is het goed, als de Heere ons zal onderzoeken. Wanneer is het goed? Als er niets meer ligt tussen God en mijn hart. Als alle zondeschuld is opgeruimd. Dat is het werk van de Zaligmaker. In Christus is een slecht mens goed, volmaakt goed, in Gods Heilige ogen. Waarom? Omdat, toen de Heere Christus onderzocht, alles goed was. ‘Jezus, Uw gerechtigheên, Die zijn mijn dekkleed, die alleen!’

ds. J.J. van Eckeveld