Ja Heere! Gij weet, dat ik U liefheb

“Ja Heere! Gij weet, dat ik U liefheb.”

Joh. 21:15m

Een maaltijd aan de oever van de zee! Een maaltijd samen met Christus! Welk een ontroerend ogenblik moet het daar geweest zijn. En dan wel in het bijzonder voor Petrus. Er is immers zoveel gebeurd de laatste dagen. Hun Meester, hun dierbare Meester is gevangen genomen. Tot de kruisdood veroordeeld! En toen dat lijden! O, het was niet om aan te zien. Maar daar is meer gebeurd, veel meer. Het graf is geopend en vol majesteit is Christus opgestaan uit de doden. Aan velen is Hij verschenen, ook aan Petrus! Er zijn tranen gevloeid, er is schuld vergeven. En nu zitten allen rondom hun dierbare Koning. Voor Petrus wordt dit een onvergetelijk uur. Immers hier wordt hij gedagvaard voor de rechterstoel van Christus. Er wordt een onderzoek ingesteld. Een onderzoek in het bijzonder naar de liefde. Tot driemaal toe zal die vraag weerklinken: “hebt gij Mij lief?” En die vraag juist roept bij Petrus zovele herinneringen wakker. Liefde, liefde tot Christus! O, hij heeft gemeend dat hij meerdere liefde had dan de anderen. Hij zou zijn leven zetten voor Christus. En juist Petrus is gevallen, gevallen in het stuk der liefde. In plaats van liefde is uit zijn mond gekomen die vreselijke verloochening. Tot driemaal toe heeft hij gezegd “ik ken de Mens niet”. En nu zit hij hier voor Christus. De maaltijd is beëindigd. Er volgt een stilzwijgen. En dan komt die vraag: “Simon, zoon van Jonas, hebt gij Mij liever dan deze?” Hoe pijnlijk moet deze vraag hem getroffen hebben. Het gaat als een mes door zijn binnenste. Lief? en dan meer dan deze? Kijk en dan komt toch dat schone antwoord van onze tekst: “ja Heere, Gij weet dat ik U liefheb”. Nu moet u weten dat zij beiden een bijzonder woord voor liefde gebruiken. Christus en Petrus. Christus gebruikt hier het woord liefde, hetwelk inhoudt de volkomen liefde. De liefde, die God eist met een volkomen hart. Maar Petrus gebruikt hier het woord liefde hetwelk wil zeggen, liefde zoals een vriend een vriend liefheeft. En dan wordt het liefdesgericht hier aan de oever van de zee al meer duidelijk. Nee de Heere vraagt niet weinig, de Heere vraagt alles. Hebt gij Mij volkomen lief? En dat kan Petrus niet, dat kan niemand meer. Sinds de val in Adam, zijn we alles kwijt. En dat met name de liefde. En nu is bij Petrus de breuk hersteld. Er is weer liefde in zijn hart uitgestort. Maar ach, hij heeft het er zo slecht afgebracht. Juist in het stuk der liefde is hij gestruikeld. Alles, ja alles is hij kwijt. En toch is er wat overgebleven, een betrekking tot Christus. Daarom dat woordje: ‘Ik bemin U gelijk een vriend een vriend bemint. Ik houd van U’! En dan roept hij Christus zelf op tot Getuige. Gij weet het. Is dat niet kostelijk. O, menigeen meent dat hij Christus liefheeft. Maar Christus zelf weet het niet. En men is bang ook om Christus tot Getuige op te roepen. Anders is het echter bij Gods volk. Zelf weten ze het vaak niet. Maar als ze dan in de binnenkamer mogen vertoeven, dan durven ze Hem op te roepen om het te getuigen dat het waar is. Heere Gij weet alle dingen. Gij weet hoe mijn ziel naar U schreit. Gij weet van dat verborgen leven af. Kent u daar ook iets van? Het is Pasen geweest. De kerk heeft mogen gedenken dat de Koning uit het graf opgestaan is. De schuld is uit Gods boek gedaan en ook ziet Hij geen van hunne zonden aan. En dat moet nu toegepast worden. Net als bij Petrus moet het dan een persoonlijke zaak worden. Dan wordt de vierschaar gespannen. De vierschaar van het recht. Dan wordt er onderzoek gedaan. Nee, niet naar geloof in de eerste plaats, maar wel naar de liefde. En dat mes snijdt diep. Dat doet pijn, meer dan gezegd kan worden. Want wie Christus niet liefheeft die zij een vervloeking. En in dat gericht moet elk mens verloren gaan. Daar komt zijn armoede openbaar. Gelukkig als dan over mag blijven Gods eigen werk. Gij weet alle dingen. Daar wordt een mens eerlijk gemaakt. Maar daar wordt God ook verheerlijkt. Daar wordt Christus grootgemaakt. En hoe staat het nu met u en met mij op reis naar de eeuwigheid? Het is het onderzoek wel waard. Eénmaal zal ik gedagvaard worden voor Zijn rechterstoel en dan zal het niet meevallen. Gelukkig als het hier gebeuren mag tussen wieg en graf. Het wordt wel een pijnlijke weg. Maar toch ook een zalige weg. Hier mag Petrus straks naar huis terugkeren. Wel afgekeurd door zichzelf, maar door Christus weer in het ambt hersteld. Onbruikbaar materiaal wordt door Christus bruikbaar gemaakt. Zo wordt het Paasfeest, ook voor Petrus. En zalig als het hier in dit leven Paasfeest voor u en mij mag worden.

Ds. E. Venema