Kwalijk bidden

Gij bidt en gij ontvangt niet, omdat gij kwalijk bidt.

Jakobus 4:3a

Wanneer u dit onder ogen krijgt staan we samen in de tijd van de biddagen, om Gods onmisbare zegen af te smeken over gewas en arbeid. Dat is nood­zakelijk, dat betaamt ons, want aan des Heeren zegen is alles gelegen. Dat samenkomen, dat ‘bidden’ wordt op zichzelf niet veroordeeld. Het moet ons eigenlijk alleen maar met zorg vervullen, dat er onder ons zijn, die alleen aan de avonddienst genoeg hebben. Erg, als we zelfs de vorm niet meer in acht nemen. Een teken van geestelijke achteruitgang en verarming. In Jakobus’ tijd nam men die vorm nog wel in acht. Mag ik dan eens een heel persoonlijke vraag aan onze jongens en meisjes stellen hoe dat bij ons is? Hoe vaak hebben we in de tijd tussen dank­dag en biddag onze knieën gebogen? Of, hebben we het helemaal nagelaten? Hoe is het op ons werk geweest? Als er anderen bij waren waarvan we wisten dat ze ‘nergens aan deden’. Schaamden we ons er voor? Hoe was het in onze gezinnen? Weten onze kinderen, ouders, dat ze een biddende vader en moeder hebben? Waaruit, vaders, be­staat ons ‘priesterschap’? In alleen maar een formuliergebed opdreunen? Mag ik deze vraag ook eens aan Gods kinderen stellen? Hoe is het met ons gebedsleven? Is er verschil tussen tien jaar geleden en nu? Was het toen een vermaak en nu een sleur? Toen nooit te lang en nu zo klaar? Kwalijk bidden, zie maar het einde van vers 2: “Gij hebt niet, omdat gij niet bidt”. Bidden en bidden is twee. Wanneer we, als we eerlijk zijn, van ons gebedsleven moeten walgen, wat zal de Heilige Geest dan wel moeten doen? “En gij ontvangt niet”. Hoe vaak komen we dat niet tegen? Ik heb er al zoveel om gevraagd en ik heb het nog steeds niet gekregen. Waarom niet? “Omdat gij kwalijk bidt”. De woorden en het hart stemmen niet met elkaar overeen. Wat is kwalijk bidden? Vragen om bekering, maar de zonden wel indrinken als water. Vragen om vergeving, maar de zonden wel met hand en tand vast houden. Dat is kwalijk bidden. Die werkelijk bidt, die ontvangt altijd? U zegt, dat geloof ik niet. Ja, maar ik zeg niet dat dat gebed altijd verhoord wordt, maar zo iemand ontvangt altijd. Namelijk de vrede Gods, die alle verstand te boven gaat, in het hart. Ook in het buigen onder Zijn wil, denk maar aan Paulus, een scherpe doorn in zijn vlees, driemaal gebeden of de Heere die doorn weg wil nemen en wat is het antwoord van de Heere? “Mijn genade is u genoeg”. Toen heeft Paulus gestameld: “Dank U Heere”. Hoe gaan wij biddag houden? Laten we allereerst vragen om geopende ogen. Tijdelijke voorspoed is groot, maar betrekkelijk, het gaat zo voorbij en we kunnen er de wereld niet mee door en niet mee uit. Jong en oud, laat het ons gebed zijn: “Heere, wilt U het zaad dat gestrooid zal worden doen vallen in een weltoebe­reide aarde, opdat het vrucht zou mogen dragen. Dat ik mij zelf zou leren kennen in m’n schuld en verlorenheid, God in Zijn heilige eis, dat Hij de zonden haat en straft, maar dat ik zou mogen komen tot de kennis van Hem, Die te kennen alleen het leven en de zaligheid is. Die waarde krijgt in het leven van verloren zonen en dochteren van Adam”. De Heere zegene de arbeid die verricht staat te worden op de akker, in de visserij of welke geoorloofde bedrijfstak ook, maar bouwe bovenal Sion met Zijn gezegende hand krachtig.

Ds. A.J.Gunst