Lezing: Gewetensvorming

Wat is het geweten?
Het woord ge-weten bestaat uit twee delen:  ge = samen. Het is dus: samen weten. Het is niet een zaak van één, maar van twee. Het wil zoiets zeggen als: medeweter zijn met jezelf.

In de Bijbel wordt het in tweeërlei zin gebruikt:
– een aanklagend en een boos geweten (Romeinen 2 vers 14 en 15).
– een geheiligd, goed en rein geweten – dat is door wedergeboorte (Romeinen 9)

Geweten in Bijbels licht

Het geweten is ingeschapen in de mens. Van oorsprong was het zuiver in wil, denken en doen
Direct na de val, waarin de mens zijn eigen wil volgde, kwam de innerlijke onrust in het geweten.
Alle mensen hebben – los van Gods openbaring – nog een zeker geweten, maar met een groot verschil in inhoud.

Het geweten is niet onfeilbaar

Het geweten kan dwalen. We kunnen geen beroep doen op ons geweten en zeggen: ik voel het zo. Gevoel is dan de hoogste norm. Gods Woord moet echter ons richtsnoer zijn. Dat gaat soms tégen ons gevoel in!

Het geweten wordt gevormd in de opvoeding
Het geweten kan ons waarschuwen: wie ingaat tegen de norm, krijgt last van zijn geweten. Het mede-weten functioneert. Ik weet met mijzelf, dat ik schuldig sta aan een overtreding van de mij bekende norm.

Een verschillend geweten:
Een teer geweten: dat is een voorrecht. Leef er niet overheen. Het tere geweten is te verharden. Eén keer de zonde doen geeft een sprekend geweten, maar de tweede keer gaat het al gemakkelijker.
Een ruim geweten: Wat kan er veel mee door. Zo kunnen we een ergerlijk leven leiden en het goedpraten. We zijn geen voorbeeld voor onze omgeving.
Een toegeschroeid geweten. Het geweten is veranderd. Het spreekt niet meer, omdat we de zonde hebben geaccepteerde en een andere norm hebben aangenomen.

De ontwikkeling van het geweten
Het is noodzakelijk om vanuit de opvoeding in gezin, kerk en school de kinderen in te scherpen wat de wil van de Heere is. Het doel is: wedergeboorte en bekering. Onze kinderen bewaren bij Gods Woord en houden bij Zijn getuigenis. Het is waar, alleen de Heilige Geest kan ze dat leren. Maar daarom juist is het onze taak in de opvoeding over deze dingen te spreken.

Hoe ontwikkelt het geweten? In Woord en voorbeeld, in het stellen van duidelijke normen.
Het begint al heel jong. Kinderen moeten weten wat mag en niet mag. We moeten grenzen stellen!
We zien in de ontwikkeling van het kind het volgende:
-baby: gewoontevorming is belangrijk. Rust, reinheid en regelmaat – een oud begrip, maar ook vandaag nodig.
-2 jaar: er zijn grenzen, maar als de opvoeder niet aanwezig is, vallen de regels weg. Dat is geen bewuste ongehoorzaamheid
-3-4 jaar: als een kleuter op school komt, is het geweten aan het ontwikkelen. De volwassene is zijn maatstaf. Het kind weet dat het moet doen wat er gezegd wordt, maar het begrijpt nog lang niet altijd de bedoeling.
-5-6 jaar: regels zijn belangrijk, want dat geeft veiligheid. Ze moeten zich aan regels houden en zelfbeheersing leren. Ze begrijpen nu de regels en vragen ook vaak: “Waarom?” Aan ’t eind van kleuterperiode kan een kind zichzelf beoordelen. Het voelt bij overtreding van de regels schuld en schaamte. Wat verkeerd gedaan werd, moet vergeven kunnen worden.
-de basisschoolleeftijd: de regels staan centraal. Kinderen kunnen zichzelf beoordelen. Ze zijn verantwoordelijk, hebben plichtsgevoel en taakbewustzijn. Ze worden hoe langer hoe zelfstandiger. Het gesprek is belangrijk. Opvoeders moeten uitleggen waarom – naar de norm van Gods Woord – dit niet mag en dat wel. Zo kan het kind zich regels eigen maken. Het leert zelf na te denken en een eigen mening te vormen. De groep gaat ook een grote rol spelen. Er zijn groepsregels!
-de puber: groepsregels bepalen vaak het gedrag. Normen en waarden moeten eigen gemaakt en verinnerlijkt worden en soms gebeurt dat door zich af te zetten tegen de opvoeders! Pubers zoeken daarin vaak de uiterste grenzen – juist om grenzen te leren. Opvoeders zullen moeten proberen in gesprek te blijven, vragen te stellen, te luisteren en zo de puber een mening te leren vormen naar Gods Woord.

Onbewuste opvoeding

Gewetensvorming is belangrijk deel van opvoeding. Bij gewetensvorming is zelfs de hele opvoeding betrokken: Godsdienstige opvoeding, wilsopvoeding, zedelijke opvoeding, seksuele opvoeding – in alles komt gewetensvorming naar voren.
Bijbelse waarden en normen moeten worden ingescherpt. Daar zijn we als opvoeders altijd – voor een groot deel onbewust – mee bezig. Opvoeders zijn het voorbeeld voor hun kinderen!

Bewuste opvoeding:
1.de relatie en sfeer: in een veilige sfeer is er overdracht. In vertrouwen kan geweten groeien. Ook in de sfeer van orde, rust, regelmaat. Onvoorspelbaarheid is verschrikkelijk voor het kind.
2.grenzen stellen en ruimte geven. Kinderen moeten duidelijke, concrete regels leren. De consequente handhaving is nodig voor een goede gewetensvorming. Evenwicht in het aantal regels is wel nodig.
3.het straf geven en het waarderen: De bedoeling van de straf moet duidelijk zijn. Bij straf hoort liefde. Waardering is onmisbaar! Als er schuld is, moet er ook schuldvergeving zijn.
4.het onderwijs geven: de inhoud van Gods wet moet in liefde overgedragen worden. Dat is niet alleen zeggen wat wel of niet mag. We moeten zélf de tien geboden voorleven. Kinderen nemen onze woorden, daden en keuzes over.
5.gesprekken voeren. Communicatie is een belangrijk opvoedingsmiddel. Daarbij hoort ook luisteren, zich inleven in de wereld van het kind, ingaan op achterliggende gedachten en gevoelens. Nodig is ook om helder onze standpunten uit te leggen.
6.het goede voorbeeld geven. Er mag geen kloof bestaan tussen leer en leven!

In de huidige maatschappij
Als we in onze opvoeding Gods Woord als richtsnoer mogen hebben, gaat dat tegen de maatschappij in. Denk bijvoorbeeld aan alles wat zich op ICTgebied aan ons opdringt. Alle geboden van de Heere hebben daarmee te maken. Wat is het nodig om in duidelijkheid, oprechtheid en liefde grenzen te stellen.
Dat vraagt liefde en geduld om het hart van onze kinderen te bereiken. Het vraagt ook zelfverloochening om voor de kinderen een voorbeeld te zijn. Het vraagt onderwerping om Gods Woord centraal te stellen in eigen leven en in het leven van de kinderen.
Laat er toch geen schot staan tussen de Heilige Schrift en de praktijk van ons leven!

N.J. Teerds / A. Teerds-Gertenbach