Lezing: Grenzen stellen

Grenzen stellen om je kind te helpen

Sarina Brons-van der Wekken

Op de voorkant van het boek ‘Ruimte door regels’ staat een jochie in een grote plas. Hij kijkt of het water zijn laarzen instroomt. Het jongetje is echt een kind: hij kliedert  met water en zoekt naar grenzen. Dit plaatje geeft het spanningsveld aan voor opvoeders: een kind moet kind kunnen zijn, maar tegelijkertijd mag hij niet alles wat hij wil. Wat zijn goede grenzen en hoe zorg ik ervoor dat mijn kind luistert?

Een kind heeft grenzen nodig

Een baby is afhankelijk en hulpeloos en kan zonder hulp van volwassenen niet overleven.  Grenzen stellen  is nodig om een veilige ruimte af te bakenen.  Een klein kind kan nog niet inschatten:
wat veilig  of gevaarlijk is.  De weg is te gevaarlijk, daarom op de stoep met de driewieler.
wat mogelijk en onmogelijk is. Hij wil net als mama die zware boodschappentas dragen.
wat goed en kwaad is. Als zijn zusje met de trein speelt, wil hij die ook. Hij slaat haar als ze hem niet geeft.
Zolang kinderen zelf niet weten wat verstandig is, stel je als ouder grenzen: ik wil niet dat jij dit doet. Het zijn hekjes die een ruimte afbakenen waarbinnen je kind het goed kan doen.

Een kind is belangrijk, maar niet alles mag om het kind draaien

Grenzen hebben een doel:  je wilt je kind uiteindelijk leren dat het binnen de grenzen beter is.
Houd tijdens het opvoeden het einddoel voor ogen: Hoe zou je willen dat je kind later als volwassene is? Naar dat einddoel moeten we toe werken! Kind moet leren waarom het beter is dat hij niet doet wat papa verbiedt. Gedurende de tijd dat je kind nog echt bij je is, moet hij een innerlijk kompas ontwikkelen. Als  zijn ouders niet meer over zijn schouder meekijken, moet hij ook binnen de grenzen willen blijven. In de tijd die je als ouders met je kind optrekt, moet hij ervan overtuigd raken waarom het binnen de grenzen beter is.
Voor ons als christenen hebben grenzen veel te maken met de tien geboden en de hoofdsom daarvan: het liefhebben van God en het liefhebben van de naaste. Grenzen zijn hiervan als het goed is praktische uitwerkingen.

De opdracht om grenzen te stellen

Kol. 3: 20 “Gij kinderen, zijt uw ouders gehoorzaam in alles, want dat is de Heere welbehaaglijk”.
Kol. 3: 21 “Gij vaders, tergt uw kinderen niet, opdat zij niet moedeloos worden”.

Gezag uitoefenen is een goddelijke opdracht. In de praktijk is het niet altijd gemakkelijk om grenzen te stellen.  Onder meer om de volgende redenen. Ouders geven toe omdat ze het moeilijk vinden om van hun kind te houden en tegelijkertijd streng te zijn. Of ze zijn onzeker: vraag ik niet teveel? Of ze hebben te weinig energie om de confrontatie aan te gaan en kiezen voor een kortetermijnoplossing.
God roept ons ertoe op om gezag uit te oefenen. Wij mogen en moeten het voor het zeggen hebben in ons gezin. Hoe? Niet autoritair, maar met wijsheid, geduld en liefde. (Jac.1:5)

Tegenover elk ‘nee’ moet minstens één ‘ja’ staan

Kinderen moeten de liefde van ouders ervaren. Ze moeten voelen dat papa en mama van hen houden. Onvoorwaardelijk, dus niet omdat ze iets zo goed doen. Maar gewoon omdat ze hun kind zijn.

Welke grenzen moet een kind leren?

Er zijn algemene grenzen die ieder kind helpen groot te worden:
– honger- en dorstgrens. Hij moet leren wachten om geduld te oefenen.
– dag- en nachtgrens. De dag is voorbij als hij eenmaal naar bed is gebracht.
– mijn-  en dijngrens. Die auto is niet van hem, maar van zijn broer.
– Hard-  en zachtgrens. Er is niemand doof, dus je hoeft niet te schreeuwen.
– Ja-  en neegrens. Ik wil niet dat jij nu gaat verven.

Grenzen stellen in praktijk

Grenzen worden overtreden omdat een kind uitprobeert hoe sterk een grens is. Zolang het overtreden voor hem voordeel oplevert, zal hij ermee doorgaan. Daarom moeten we de ruimte binnen de grenzen – het gewenste gedrag –  aantrekkelijk maken voor een kind. Dat doen we door het gewenste gedrag te belonen.Het moet leuk zijn om te doen wat moeder zegt. Moeder prijst Tim als hij zijn speelgoed heeft opgeruimd: “Wat ben je al groot!”
Gaat hij een grens over, dan moet dat juist niet leuk zijn. Het gevolg, de consequentie, moet vervelend zijn.“Helaas Tim,als jij je speelgoed niet opruimt,dan doe ik het in een bak en dan zet ik het in de schuur. ”  “Jij bent voor de tweede keer te laat thuis. Deze week mag je niet meer de deur uit tot we gegeten hebben.”
Houd rekening met verzachtende omstandigheden. Jonge kinderen kunnen niet alles omdat hun denkvermogen nog beperkt is en ze zich bijvoorbeeld nog niet in een ander kunnen verplaatsen. Het kan ook zijn dat er iets tegenzat, waardoor hij dwars reageert.

Wij kunnen kinderen niet dwingen om binnen de grenzen te blijven. Wat we wel kunnen is het kind laten merken dat het waardevol is om binnen de grenzen te blijven. Daarom moeten we niet alleen ge- en verbieden, maar ook vertellen dat we daar belangrijke redenen voor hebben.
Kiest een kind er toch voor om de grens over te gaan, dan moet hij zelf de consequenties dragen die uiteraard vervelend zijn.
Zodra het mogelijk is, moeten ouders kinderen verantwoordelijkheid leren dragen.  Bied een keuze aan tussen enerzijds gewenst gedrag en anderzijds ongewenst gedrag met een vervelende consequentie.  “Wij eten hier aan tafel met ons bestek, want we zijn geen apen. Als jij wilt eten met je handen, dan ga je maar naar de keuken.” Dit eenzaam eten in de keuken gebeurt waarschijnlijk geen tweede keer, want een kind wil er graag bij zijn.
Als een kind de grens overgaat, dan krijgt hij de afgesproken consequentie. Natuurlijk is dat niet
leuk, maar laat het probleem waar het hoort, namelijk bij het kind. Hij heeft er zelf voor ‘gekozen’.

Grenzen zullen verruimen naarmate een kind groter wordt. De driewieler wordt ingeruild voor een eigen fiets, met steeds grotere bandmaat. Uiteraard fietst een tiener niet meer op de stoep, maar op de straat. Een kind krijgt steeds meer eigen verantwoordelijkheid en zelfstandigheid.
Er zijn grenzen die voor iedereen blijven: de tien geboden. Ouders dragen de verantwoordelijkheid naar God toe voor de dingen die in het gezin gebeuren. Sommige grenzen worden huisregels zodat daarover geen discussie hoeft gevoerd te worden. Zolang jij in ons huis woont, sta ik niet toe dat je verzuimt je taken te doen. Op zondag gaan we twee keer naar de kerk.

Tot slot
Grenzen stellen is nodig om je kind te helpen groot worden. Zoals een klimroos geleid moet worden door de hovenier, moeten ouders hun kind leiden via grenzen. Het liefst met zachte hand, waarbij we kinderen uitnodigen om mee te helpen en mee te doen. Er zit echt verschil in een bevel of in een vraag!

Bouw een ontsnappingsmogelijkheid in. Een kind staat niet graag met de rug tegen de muur. Zorg dat hij zonder gezichtsverlies terug kan keren binnen de grens.

Ik geloof niet in een maakbare opvoeding, maar moeten wel zo goed mógelijk opvoeden. We maken allemaal fouten en hebben vergeving nodig. Laten we als opvoeders dagelijks bidden om de hulp van de Heere bij de belangrijke taak die op onze schouders rust.