Mara

“Doch zij konden het water van Mara niet drinken; want het was bitter.“

Exodus 15 : 23m

Israël is in de woestijn en er is geen water voor hen. Iedereen raakt afgemat. De kinderen huilen van dorst. Geen water is er voor het vee. Hun kleine voorraad is spoedig op. Overal waar ze om zich heen kijken, is dorheid en doodsheid. Nergens een spoor van water. En dit gebeurt vlak nadat ze aan de Schelfzee het lied van de bevrijding hebben gezongen. Deze wisselingen zijn er nog zo vaak in het leven van Gods kinderen; het zure ligt zo vaak dicht bij het zoete. In de woestijn van het leven kun je er dan zo makkelijk toe komen om het evenwicht te verliezen en de moedeloosheid en twijfel grijpen om zich heen. Er is geen water. Een grote beproeving. Maar de Heere brengt ze in een nog zwaardere beproeving. Na drie dagen komen ze bij een kleine oase. En door het struikgewas heen in de diepte glinstert een streepje water. Wat een opluchting. De mensen rennen naar het water. Maar dan de teleurstelling: het water is giftig, bitter en ondrinkbaar. Hun teleurstelling vertolken ze in de naam die ze de oase geven: Mara, dat is bitterheid. Dit moet vreselijk voor hen geweest zijn. Dorst lijden is erg. En dan na drie dagen water vinden, dat ondrinkbaar is, is nog erger. De uitgestelde hoop krenkt het hart. Zo wordt Israël bij Mara bepaald bij de bittere gevolgen van de zondeval. Ze konden het water bij Mara niet drinken, want het was bitter. In deze woorden weerspiegelt zich de werkelijkheid van het leven. Je denkt, na alles voor je kinderen gedaan te hebben wat in je vermogen lag, te kunnen genieten, maar de kinderen wandelen niet in de vreze des Heeren. Bitterheid en teleurstelling. Je hebt samen hard gewerkt om straks samen rustig te kunnen genieten van een oude dag en één van de twee wordt ernstig ziek… Het water van de verwachtingen die je had, zag je glinsteren, maar het blijkt bitter water te zijn. Je verwacht na je opleiding een fijne carrière te maken en er slaan depressieve gevoelens toe, die je beletten te functioneren. Het water blijkt bitter te zijn. Je zet al je verwachting op een man of een vrouw met wie je het leven wilt delen en het loopt uit op een grote mislukking. Weer blijkt het water niet te drinken te zijn; het is bitter. U kunt het wellicht zelf aanvullen vanuit uw eigen leven. Er zijn wat Mara’s in het leven. Maar dat hoeft ons niet te ontmoedigen, want de Heere Zelf leidt naar Mara. Ook kruis en tegenspoed komen voor die Hem vrezen uit Zijn Vaderlijke hand voort. De Heere heeft een bedoeling met al deze Mara’s. Want bij Mara komt er uit wat er in ons hart leeft. Niet wat er in de mond leeft, maar wat er in het hart leeft. Wat Israël gezongen had bij de Schelfzee, moest nu praktijk worden. Het volk staat tegen God op en dat is het aller-bitterste: opstand tegen God. Bij Mara leert Israël niet alleen zichzelf kennen, maar vooral ook Wie de Heere is voor een slecht mens. Bij Mara komt uit dat de Heere barmhartig is en groot van goedertierenheid. En dan doet de Heere het nooit om waardigheid en verdienste van ons, maar om Zichzelf, om Christus’ wil, Die nooit tegen God opstond. De Heere Jezus is door het aller-bitterste Mara gegaan op Golgotha, waar de Heere Jezus de lijdensbeker, die de Vader Hem toeschikte niet weigerde en tot de laatste druppel leegdronk. En dan maakt de Heere bitter water zoet. Wat een opluchting voor het volk. Ze waren gered en konden drinken. De Heere wil Zich bemoeien met opstandige mensen die mokken en mopperen. Hij is de Heelmeester, Die het hardste hart verbreekt maar ook geneest. En het is waar, ik wil niet naar Mara en u ook niet. We hebben liever een andere weg. Toch werkt de Heere daar naartoe en acht Hij de gang naar Mara nodig. Bij Mara wordt geleerd wat genade is en Wie de Heere in de Heere Jezus is voor schuldige mensen. En dan kom je er achter: wat zou het leven zijn als Jezus er niet was. Dan is bij Hem bitter water toch zoet. Ik zal Zijn lof zelfs zingen in de nacht, daar ik Hem verwacht.

ds. J.S. van der Net