Onze eigen zonden

“Ik gedenk heden aan mijn zonden”

Genesis 41 : 9b

Lezers, in de komende maanden zal ik (ds. A. Verschuure) steeds een meditatie plaatsen van één van de predikanten die onze gemeenten in Capelle aan den IJssel gediend hebben of nog dienen. Eerst de beide gemeenten en daarna de gemeente van West of Middelwatering afzonderlijk. We hopen de meditaties te plaatsen in de volgorde waarop de (reeds overleden) broeders onder ons gediend hebben of nog dienen. Het zijn de predikanten G.A. Zijderveld, G.J. van den Noort, L. Blok, P. Blok, P. Mulder, A. Moerkerken, W. Silfhout en A. Verschuure  We beginnen met een meditatie van de eerste predikant die Capelle aan den IJssel van de Heere kreeg: wijlen ds. G. A. Zijderveld (1959-1963).

Jozef, de zoon van de aartsvader Jacob, is door de valse beschuldiging van een zedeloze vrouw in de gevangenis gekomen. Wat een beproeving voor deze godvrezende jongeling. Maar de God zijner vaderen was met hem in de verdrukking, zodat hij niet omkwam in de ellende. Zelfs de gevangenbewaarder had achting voor Jozef en gaf hem zoveel vrijheid als mogelijk was. Op zekere dag ontmoette Jozef de schenker en de bakker van de koning van Egypte, die evenals hij in de gevangenis waren opgesloten. Deze hovelingen van Farao kregen in een nacht ieder een droomgezicht. Zij vertelden beiden hun droom aan Jozef, die hen de dromen verklaarde en profeteerde dat de schenker in ere zou worden hersteld en dat de bakker zou sterven. Deze beide dromen werden letterlijk vervuld. Jozef richtte aan de schenker een vriendelijk verzoek. Hij vertelde hem zijn levensgeschiedenis en dat hij buiten zijn schuld in de gevangenis zat. Zijn verzoek luidde: “Maak melding van mij bij Farao en maak dat ik uit dit huis kome”. Doch de schenker vergat Jozef toen hij in ere hersteld was. Gebeurt het niet dikwijls in ons leven dat een gedane belofte wordt vergeten? Daar droomt in een nacht de koning van Egypte zelf. De schenker van Farao hoort dat niemand de droom kan uitleggen. En dan denkt hij aan Jozef die in de gevangenis zit. Dadelijk spoedt hij zich naar de koning en zegt tot hem: “Ik gedenk heden aan mijn zonden”. Deze belijdenis van zonden moet door ons allen persoonlijk worden beleefd. Het is voor iedereen noodzakelijk om herinnerd te worden aan eigen zonden. Wij zijn allen grote, goddeloze en verloren zondaren. Gods Woord zegt het ons duidelijk. We hebben allen tegen God gezondigd met gedachten, woorden en werken. Wij zijn allen helwaardige zondaren door erf- en dadelijke zonden. Weet u wat de gewoonte van de mens is, hij moge oud of jong zijn? Om zijn zonden te vergeten. Hij tracht ze te verdoezelen, zichzelf vrijpratend van zijn misdaden. We willen van nature niet erkennen dat we schuldige zondaren zijn. Het is de aard van de zondige mens om zijn goddeloze daden te bedekken. Hij bespreekt de zonden van andere mensen om zo zijn eigen zonden te verbergen. Wij denken in ons hart dat we beter zijn dan anderen en vergeten om aan zelfonderzoek te doen. Wat is de mens dwaas. God weet precies wie we zijn. Hij oordeelt ons hele leven. De Heere ziet de zonden van de jeugd en Hij aanschouwt de zonden van grijsaards. Hij kent onze openbare en onze verborgen zonden. De Heere weet alle zonden die in ons hart wonen en die openbaar worden in het dagelijkse leven… God weet ons zitten en ons opstaan en Hij weet van verre onze gedachten. Hoe zwart, onrein en melaats is de mens in het oog van een alwetend God. Kinderen des Heeren, weet dat God uw zonden ziet. Jeugd, Gods oog aanschouwt je overal waar je ook bent, zelfs in de late avond en in het nachtelijk uur. Mannen in de kracht van uw leven. God weet uw plannen en Hij oordeelt over uw gedachten die in uw hart leven. Vrouwen, Gods oog ziet in al de schuilplaatsen van uw hart en Hij oordeelt uw zielenleven. Wie wij ook zijn, de Heere kent ons leven door en door tot in de diepste roerselen van ons hart. Vrienden, houden wij er rekening mee dat alle dingen naakt en geopend zijn voor het aangezicht van Hem met wie wij te doen hebben? Wat is voor ieder mens onmisbaar? Dat we vrede met God ontvangen. We moeten onze Rechter om genade bidden. Wat eist de Heere in Zijn Woord van ons persoonlijk? Dat we onze zonden belijden voor Gods aangezicht. “Ik gedenk heden aan mijn zonden”. Wij moeten een arme zondaar voor God worden en onze schuld belijden in waarheid en oprechtheid. Als dat gebeurt door de verlichting van de Heilige Geest, dan zien we onze hemelhoge schuld, onze eigen schuld en verlorenheid voor God. Dan gaat het ons smarten dat we tegen een heilig, rechtvaardig en goeddoend God hebben gezondigd! Dan wordt in ons hart een oprechte schuldbelijdenis geboren en een smeken om genade om Christus wil. Door de kracht des Geestes komt er verandering in ons leven waardoor we breken met ons zondeleven. We wensen zonder zonden en in heiligheid voor God te leven. Wij gaan strijden tegen al onze hart- en boezemzonden omdat ze tot oneer des Heeren zijn. Er wordt een hartelijk begeren in ons hart geboren om genade van God te mogen ontvangen. Groot is de weldaad om onze zonden voor de Heere te mogen belijden. Zalige tranen die naar God worden geschreid, want deze droefheid werkt een onberouwelijke bekering tot zaligheid. Er ontstaat een worsteling om genade en ontferming. Zou de Heere ons willen redden van het verderf? God alleen doet wonderen, want Hij maakt dode zondaars levend. “Ik gedenk heden aan mijn zonden”. Dat doet pijn, en geeft zielendroefheid. De goddeloze mens denkt ook wel eens aan zijn zonden, maar het is hem geen smart tegen God te hebben gezondigd. Neen, er moet droefheid naar God in het hart komen, dan worden onze zonden een last en een smart. Waar moeten wij met onze zonden heenvluchten? Naar de troon van Gods genade en de fontein van Jezus bloed. De zonden moeten ons vergeven worden, zal het wel met ons zijn voor de eeuwigheid. Er is vergeving van zonden mogelijk, want het bloed van Jezus Christus, Gods Zoon, reinigt ons van alle zonden. Er is een weg der verlossing voor verloren zondaren. Wij mogen zeer veel zonden gedaan hebben, maar het bloed van Gods Zoon kan ons reinigen van al onze vuile zonden. Hij kan ons verlossen van de heerschappij des duivels en van de macht der zonde. Gaan wij gebukt onder de last van onze zonden en schuld? Er is genade bij God, zalig worden is ook mogelijk voor u. Wanhoop nooit aan Gods genade. De Heere ontfermt Zich over zondaren die hun schuld voor Hem belijden en hun Rechter om genade bidden. Gedenk uw zonden kinderen, jeugd, mannen, vrouwen en ouden van dagen, ja alle mensen. Er is een volk dat vrede met God heeft ontvangen en Christus kent als zijn Verlosser en Zaligmaker. Zij mochten voor eigen hart beleven wat de dichter zo schoon heeft gezegd: “Zo Gij, Heere! de ongerechtigheden gadeslaat; Heere! wie zal bestaan? Maar bij U is vergeving, opdat Gij gevreesd wordt”.

Wijlen ds. G.A. Zijderveld