Rechtvaardigheid Gods

“Want de rechtvaardigheid Gods wordt in hetzelve geopenbaard uit geloof tot geloof”

Rom. 1:17a

Het Evangelie is een blijde boodschap. En dan toch spreken over rechtvaardigheid of gerechtigheid? Daarvan is de hele brief van Paulus aan de Romeinen doortrokken. Dat zijn toch woorden die meer bedreigend zijn dan dat ze reden tot blijdschap geven? Ze spreken toch eerder van wraakoefening en strafoefening dan van genade? Van straffende gerechtigheid wordt ook gesproken in Gods Woord. Gerechtigheid die wraak vordert en ook wraak zal oefenen over degenen die niet voor Christus wilden buigen, die de gerechtigheid van Christus niet nodig kregen tot behoud van hun onsterfelijke ziel. Die straffende gerechtigheid komt ons tegen in de vloek van de wet: Vervloekt is een iegelijk die niet blijft in al hetgeen geschreven is in het boek der Wet om dat te doen. Het gaat hier immers over Gods rechtvaardigheid. In het algemeen kun je zeggen dat rechtvaardigheid is iemand naar recht behandelen, hem geven wat hem toekomt. De goddeloze krijgt wat hem toekomt en waar hij zelf voor gekozen heeft: geen vrede, maar de eeuwige ondergang en smart. De godvrezende moet ook krijgen wat hem toekomt: de dood, maar hij ontvangt het leven. Niet op grond van zijn eigen verdienste, maar op grond van de verdienste van een Ander.

Deze rechtvaardigheid van God is ook niet iets wat de mens zelf zou kunnen bewerkstelligen. Voor deze rechtvaardigheid heeft God Zelf gezorgd. Hij heeft ze uitgedacht en verworven. Deze rechtvaardigheid kan ook alleen voor God bestaan. Een rechtvaardigheid die voor God kan bestaan, moet volkomen zijn en goed in Gods oog. Waar zullen we die zoeken en vinden dan anders bij God. Bij de mens niet, want wij die naar Gods beeld zijn geschapen in ware kennis, gerechtigheid en heiligheid, zijn van God afgevallen. We hebben Hem de rug toegekeerd. Daarom geldt van u en mij van nature: Er is niemand rechtvaardig, ook niet tot één toe. Zo zijn we geworden. We doen zonden, we zijn zonde. En rechtvaardig zijn is: zonder zonde zijn, heilig zijn. Wij zondaren zijn niet rechtvaardig en kunnen daarom voor de rechtvaardige God niet bestaan. We zijn de toorn van God onderworpen, want God moet op grond van Zijn rechtvaardigheid de zonde straffen met tijdelijke en eeuwige straffen.

Ook al probeert de mens zichzelf op te knappen voor God, het is ten enenmale tekort. Want de gerechtigheid die voor God kan bestaan moet volkomen zijn en volmaakt in alle delen. En van de gerechtigheid van de mens staat dat die is als een wegwerpelijk kleed. De vrome mens met al zijn goede werken en goede bedoelingen wordt er buiten gezet. De godsdienstige mens krijgt daar de doodsteek. Het gaat om de gerechtigheid van God. Dat is nu zo’n aangrijpende boodschap voor u en voor mij. Dat wij geen gerechtigheid kunnen aanbrengen, terwijl we zo schoon door God zijn geschapen. Zo erg is het nu met ons: de minste zonde stelt ons schuldig voor God. Uit ons kan ook niets anders dan zonde voortkomen. De wortel van ons bestaan is immers verdorven. Het is hopeloos aan onze kant. Er is geen enkele verwachting, dat we ons uit die verlorenheid kunnen verlossen. Niet één mens zal daaruit verlost worden, ware er niet de rechtvaardigheid van God.

Dat is nu Evangelieprediking. Dat er gerechtigheid bij God vandaan is. God heeft een weg uitgedacht waardoor verloren zondaren weer recht voor Hem kunnen komen en hersteld naar Gods beeld, God weer kunnen toebrengen wat Hij waardig is. Wat is die weg? De weg waarin Hij Zijn geliefde Zoon heeft gegeven om aan Zijn recht te voldoen. Christus is door de Vader gegeven tot rechtvaardigheid. Hij is De rechtvaardigheid Gods. Omdat Hij de rechtvaardigheid Gods is, kan een zondaar alleen rechtvaardig zijn voor God, als Hij deelheeft aan de gerechtigheid van Christus door het geloof.

Daarvoor wilde de Zoon van God als de Rechtvaardige gaan; de weg van lijden en sterven. Hij is gehoorzaam geworden aan de eisen van Gods recht tot in de dood. Voor overtreders, voor onrechtvaardigen wilde Hij Zich laten veroordelen tot de vervloekte kruisdood, terwijl Hij geen zonde heeft gekend, noch zonde gedaan. Voor overtreders van Gods wet ging Hij deze weg. Hij bad voor hen aan het kruis: Vader, vergeef het hun, want zij weten niet wat zij doen. Voor overtreders heeft Hij het recht van God vervuld. Die wet heeft Hij gedragen in het binnenste van Zijn ingewand. Christus, de Rechtvaardigheid Gods. Van Hem heeft de hoofdman bij het kruis uitgeroepen: Waarlijk deze mens was rechtvaardig.

Deze rechtvaardigheid wordt in het Evangelie geopenbaard. Het Evangelie onthult deze rechtvaardigheid. Dit heilgeheim van het plaatsbekledende offer van Christus wordt in de blijde boodschap ons gepredikt. Zijn onze ogen er al voor open gegaan? Hebben we die rechtvaardigheid van God al nodig gekregen? Of denken we door onze godsdienst of door onze ijver voor God rechtvaardig te zijn voor God? Dat dachten de Joden. Maar de Heere Jezus heeft gezegd: Want Ik zeg u: Tenzij uw gerechtigheid overvloediger zij, dan der Schriftgeleerden en der Farizeeën, dat gij in het Koninkrijk der hemelen geenszins zult ingaan. Alleen de gerechtigheid van Christus redt van de dood.

Ds. W. Silfhout