Want het betaamde Hem

Want het betaamde Hem, om Welken alle dingen zijn en door Welken alle dingen zijn, dat Hij, vele kinderen tot de heerlijkheid leidende, de overste Leidsman hunner zaligheid door lijden zou heiligen.

Hebreeën 2:10

In de achterliggende weken hebben we mogen stilstaan bij het plaatsbekledend lijden en sterven van Christus. Ook Zijn opstanding hebben we mogen gedenken. Waarom moest Christus deze weg gaan? Onze tekst geeft daar het antwoord op. Hij moest lijden en sterven omdat het Hem, de Vader, behaagde. Het paste Hem. Er was een goddelijke noodzaak voor. Het was de enige mogelijkheid tot redding van verloren zondaren. Om Wie en door Wie. God de Vader is niet alleen de oorsprong van alle dingen, Hij is ook het einddoel. Alles is uit Hem, door Hem en tot Hem. De goddelijke noodzaak van het lijden en sterven van Christus komt voort uit het eeuwig raadsplan van God. Om het welbehagen van de Vader te vervullen moest de Christus lijden en sterven. Daarmee had God een doel. Niet alleen met Christus’ lijden en sterven, ook met Zijn verheerlijking. Dat doel was dat Hij zou verheerlijkt worden in het zaligen van zondaren. Het vast gebouw van Zijn gunstbewijzen zal in eeuwigheid naar het gemaakte bestek rijzen. Daarin ligt ook de troost voor Gods Kerk. Het doel van de verheerlijking van Christus ligt van eeuwigheid vast. Het ligt rotsvast, omdat het vastligt in God. Hij is de Rotssteen, Wiens werk volkomen is. Dat is tot grote troost voor een zondaar, die zo heen en weer geslingerd wordt. Hij ziet zijn zonden voor ogen zweven. Hij kan maar niet geloven dat een heilig en rechtvaardig God van eeuwigheid gedachten des vredes en niet des kwaads over hem heeft gehad. Aan zijn kant is er alle reden dat de Heere voor altijd voorbijgaat. O, wat een troost, te mogen horen dat al degenen die met hun zonde en schuld leren vluchten tot de enige Fontein van heil en zaligheid in dat Godsgebouw zullen worden ingevoegd, want Gods bestek wordt afgemaakt. Tijdens de bouw van een gebouw wordt soms een gedeelte van het bestek niet uitgevoerd, maar Gods bestek wordt tot in de kleinste bijzonderheden uitgevoerd. Hij verheerlijkt Zich in het toebrengen van zondaren tot zaligheid door het offer van Zijn enige en geliefde Zoon. Door de overste Leidsman van hun zaligheid. De Zoon van God is de Leidsman. Dat wil zeggen dat Hij aan het begin staat en dat Hij vooropgaat. Hij is de Eerste, Die door lijden is geheiligd. Hij is de Eerste, Die na Zijn opstanding van de Vader de heerlijkheid heeft ontvangen die Hij door Zijn lijden en sterven voor Zijn Kerk verworven heeft. Hij is de Leidsman. Hij wilde vooropgaan in de weg, die van eeuwigheid van de Vader is bepaald. Hij wist welk een vreselijk lijden daaraan verbonden was. Toch heeft Hij Zich uit liefde tot de deugden van Zijn Vader gegeven tot in de dood. Om de vreugde, die Hem was voorgesteld, heeft Hij het kruis verdragen en de schande veracht. Hij is de overste Leidsman van de zaligheid van Zijn Kerk. Hij ging voorop. Hij is de Eerstgeborene uit de doden. Hij kon van de dood niet gehouden worden. Het was immers de bedoeling van Zijn Vader om Hem de heerlijkheid te geven, die Hij bij de Vader had eer de wereld was. Hij ging voorop. Daarom zullen allen die in Hem begrepen zijn volgen. Door lijden geheiligd. Welk een waardigheid en heerlijkheid heeft Christus na Zijn opstanding ontvangen. De Vader betoonde volkomen verzoend te zijn door het offer van Zijn Zoon. Daarom is voor Hem de heerlijkheid weer ontsloten. Toen Hij aan het kruis hing tussen de hemel en de aarde, was Hij verre van die heerlijkheid. Daar riep Hij het uit: Mijn God, Mijn God, waarom hebt Gij Mij verlaten? De bittere toorn van God perste Hem deze klacht uit de lippen. Daar op Golgotha kwam de hel tegen Hem in opstand. Eeuwige verschrikking was daar Zijn deel. Dat wilde Christus nu ondergaan, plaatsbekledend en borgtochtelijk voor Zijn Kerk. Door lijden geheiligd. In Zijn lijden droeg Hij de zonden van Zijn gehele Kerk. In Zijn sterven doodde Hij de zonden van Zijn Kerk. In Zijn opstanding betoonde Hij te zijn Degene, Die de breuk heeft hersteld tussen een vertoornd God en een schuldige zondaar. Door lijden geheiligd. Niet alleen opgewekt, maar Christus is opgevaren naar de hemel en zit ter rechterhand Gods. Alzo betaamde de Vader. Alzo betaamde Christus. Hij leeft. Hij heeft alles volbracht. Hij heeft de heerlijkheid verworven. De heerlijkheid, die eenmaal volkomen zal geopenbaard worden voor al degenen die Zijn verschijning hebben liefgehad. Voor zondaren, die moeten erkennen die heerlijkheid niet verdiend te hebben. Integendeel. Gods kinderen leren dat de hemel om eigen schuld gesloten is en voor eeuwig gesloten moet blijven. De hel verdiend. Maar nu de hemel geopend door Christus. Door lijden geheiligd. Gods Kerk wordt door lijden geheiligd. Zij moeten leren de voetstappen van de Meester te drukken. Dat is vleeskruisigend. Daarvoor moeten ze ingewonnen worden. Maar het lijden van deze tegenwoordige tijd weegt niet op tegen de heerlijkheid die eenmaal geopenbaard zal worden. Daarom zingt de Kerk wel eens: Looft, looft den HEER’ der legerscharen, O volken, heft een lofzang aan; Hij wil ons in het leven sparen, Ons hoeden op de steilste paân, Voor wank’len onze voet bevrijden. Gij hebt ons voor een tijd bedroefd, En ons gelouterd door het lijden, Gelijk het zilver wordt beproefd. Zo worden vele kinderen tot de heerlijkheid geleid. U/jij ook?

Ds. W. Silfhout