Wie kan dan zalig worden?

“Zijn discipelen nu dit horende, werden zeer verslagen, zeggende: Wie kan dan zalig worden? En Jezus hen aanziende, zeide tot hen: Bij de mensen is dat onmogelijk, maar bij God zijn alle dingen mogelijk.“

Mattheüs 19:25-26

Daar staan diep verslagen discipelen, rondom hun Meester. Zojuist is een ernstige jon-geman bedroefd weggegaan. Hij was met zijn zielevragen bij Jezus gekomen. Die vragen hadden betrekking op de eeuwigheid. De grote Profeet had deze jongeling zo getrouw en eerlijk onderwezen in wat hem ontbrak. Dat was de aanleiding tot het onderwijs voor Zijn discipelen: Voorwaar Ik zeg u, dat een rijke zwaarlijk in het Koninkrijk der hemelen zal ingaan. De discipelen konden zich boven die rijke jongeling niet verheffen. O nee, dat hij kon zalig worden, was voor hen nog wel mogelijk. Maar als deze jongeling dan niet kan zalig worden, wie kan dan wel zalig worden? Zeer verslagen leggen zij die vraag de Meester voor. Geliefde lezer(es), misschien hebt u die vraag zichzelf ook weleens ge-steld. Dan is het goed eens te overdenken wat Matthew Henry hierbij zo treffend aante-kent: ‘Als wij bedenken hoe goed God is, dan kan het ons wel als een wonder toeschijnen dat er zo weinigen de Zijne zijn; maar als wij nagaan hoe slecht de mens is, dan is het nog groter wonder dat zo velen Hem toebehoren’.

Maar in deze vraag openbaart zich toch ook nog iets anders. Daar staan elf discipelen, die door de Heere Zelf gebracht zijn op de leerschool van genade. Deze vraag kwam voort uit de nood van hun ziel. Zij hadden er iets van geleerd ‘hoe slecht de mens is’. Ze waren overtuigd van zonde, gerechtigheid en oordeel. Maar ze kenden ook een hartelijke overbuiging, zodat God hen geen onrecht deed als Hij hen voorbij zou gaan. In dat buigen onder Gods recht was hen het Lam geopenbaard, Die hun zonden kon wegnemen. Toen konden ze nog zalig worden! Maar hoor nu de nood eens van hun ziel: Wie kan dan zalig worden? Kennen wij die nood ook? Zijn er onder de lezers, die déze nood verstaan? Weleens de mogelijkheid gezien buiten uzelf, maar nu in zoveel raadsels, omdat uw schuld niet is verzoend en Gods recht in uw leven niet is verheerlijkt. O, wie kan dan zalig worden? ‘En Jezus hen aanziende’. We zouden er zomaar overheen lezen, maar ligt daar niet het geheim van dit wonderlijke onderwijs? Jezus hen aanziende! Hij heeft hen aangezien in de stilte van de eeuwigheid, toen Hij Zijn Kerk ontving uit de handen van Zijn Vader. Hij heeft hen aangezien, toen ze lagen op de vlakte van het veld, vertreden in hun geboortebloed. De één in het tolhuis, de ander achter het visnet en een volgende onder de vijgenboom. Maar Hij heeft aangezien, opdat Hij door Zijn profetische bediening hen leren zou hoe zulke doodschuldige zondaren kunnen zalig worden. ‘Bij de mensen is dat onmogelijk.’ Wat een afsnijdend antwoord. Bij de kinderen van Adam is dat onmo-gelijk. De Heere brengt terug naar het verloren paradijs. Daar hebben wij in Adam het onmogelijk gemaakt. We hebben God verlaten en de satan verkozen. Daar moest een heilig en rechtvaardig God de toegang tot de boom des levens afsluiten vanwege Zijn heilig recht. Dat is onmogelijk bij de mensen! Die onmogelijkheid leren al Gods kinderen inleven. Dat onderwijs hadden de discipelen nodig om voorbereid te worden op de lij-densgangen van Hem, Die dat onderwijs gaf. Het is een heilige les om het daar mee eens te worden, opdat een ziel ‘onder het heilig recht niet meer vecht, maar billijkt het

zondenloon’. ‘Maar bij God zijn alle dingen mogelijk’. Maar! Wat een eeuwig wonder voor een vastgelopen volk. Bij God, de Drieënige God. In de eeuwigheid is die mogelijkheid uitgedacht en in de tijd geopenbaard in Christus. Hij daalde af in de diepten van de ramp-zaligheid om aan Gods gerechtigheid te voldoen en Gods deugden te verheerlijken. Door Zijn bloed en gerechtigheid heeft Christus de zaligheid van Zijn volk mogelijk gemaakt. Sion zal door recht verlost worden. Verslagen discipelen zullen leren dat bij God alle dingen mogelijk zijn. Zij zullen hun leven wel verliezen, maar dat zal de weg tot hun eeu-wig behoud zijn. Onbekeerde medereiziger, bij God zijn alle dingen mogelijk. Zelfs een rijke jongeling kan nog terecht gebracht worden en geestelijk arm gemaakt en gehouden worden. Voor al Gods kinderen zal dat de stof van eeuwige aanbidding zijn. Van hun kant eeuwig onmogelijk, maar mogelijk bij God de Vader, de Zoon en de Heilige Geest.

ds. B.J. van Boven