Zacharias’ kerstlied

“Om te verschijnen dengenen die gezeten zijn in duisternis en schaduw des doods”

Lukas 1:79

Zacharias kan weer spreken. Maandenlang ging hij met een gesloten mond over de aarde. Hij moest inleven hoe bitter de zonde van het ongeloof is. Bitter in zijn Godonterend karakter, bitter ook in zijn vrucht. Toen de blijde dag aanbrak van de geboorte van hun kindje, was Zacharias nog altijd stom. Pas bij de besnijdenis, op de achtste dag, werd zijn tong losgemaakt. Met dat hij de naam Johannes op het schrijftafeltje zette, maakte God zijn tong los. Johannes betekent ‘God is genadig’. Gods Geest paste die woorden toe in Zacharias’ hart. Toen ging hij spreken, beter gezegd, hij begon God te loven (Luk 1:64). Diepe verwondering vervulde zijn hart. De lofzang van Zacharias begint bij God. Het lied is doortrokken van verwondering over Gods werk, Zijn Woord, Zijn eed, Zijn welbehagen (Luk 1:69, 70, 73, 78). Dragen de liederen die wij rond de Kerstdagen zingen ook dit stempel? En, beleven we wat we zingen? Zacharias zong over Gods genade. Aan wie schenkt de Heere deze genade? Daarover horen we in onze tekst. De Heere wil verschijnen aan mensen die gezeten zijn in duisternis en schaduw des doods. In sobere woorden vatte Zacharias de toestand van zijn ongeloof samen. Het woord duisternis tekent een zeer dikke duisternis. Het woord wordt ook gebruikt voor de doodstaat van de mens (Ef. 4:18, 5:8). Zonder de inleving van de duisternis van onze zonde, is er geen plaats voor het Licht des Levens. Eenmaal sprak God dat er licht zou schijnen in de duisternis (2 Kor. 4:6). Diezelfde God is machtig en gewillig om het licht te laten opgaan in duistere harten. Belijdt maar eerlijk hoe slecht het er met u voor staat. Erken Gods rechtvaardigheid als Hij u in uw duisternis laat liggen. En smeek Hem om een straal van het Goddelijke licht in uw ziel. Met het woord duisternis beleed Zacharias hoe het met hem gesteld was. Hij leerde de kracht van het ongeloof kennen. Zo groot was die kracht dat hij zei: Ik leefde zoals iemand in wie nooit het licht had geschenen. Zo duister was het. Nog een stapje verder gaat de priester in zijn lofzang. Over de duisternis van zijn ziel kwam een schaduw. Dat was de schaduw van de dood, de schaduw van Gods straf op de zonde. Als die schaduw over het leven valt, dan wordt het in de beleving van de ziel sterven. Wie dan zijn onverzoende schuld ziet, siddert. Kennen we dit? Tegen deze zwarte achtergrond klimmen de tonen van Zacharias’ lofzang des te hoger. Hij gaat zingen over het werk Gods. God was van eeuwigheid in Zichzelf bewogen over Zijn uitverkorenen, liggend in de diepte van Adams val. Uit Gods eeuwige liefdeshart is een weg van zaligheid voortgekomen. Zacharias zingt over de Opgang uit de hoogte. Dat is Christus, Die vergeleken wordt met een zonsopgang. De zingende priester noemt de Heere Jezus zelfs de Opgang uit de hoogte. Christus kwam voort uit Gods peilloos diepe zondaarsliefde. Als Christus uit onze begeerten zou moeten opkomen, dan was het verloren. Maar nu Hij de Opgang uit de hoogte is, is er een ruimte van zaligheid bij God vandaan. De Opgang uit de hoogte zal verschijnen, zo zingt Zacharias. Wanneer? Op Gods tijd. Niet te vroeg, niet te laat. Wanneer is het Gods tijd? Dat kan de bange vraag zijn van een vermoeide ziel. Het kan ook de verlangende vraag zijn van een uitziend hart. Wanneer is het Gods tijd? Paulus schrijft: Want het einde der wet is Christus, tot rechtvaardigheid, een iegelijk die gelooft. Het is Gods tijd als wij met al onze gerechtigheden aan een einde komen en God leren billijken in de straf van Zijn gerechtigheid. Daar zal de poort van Gods genade opengaan. Zacharias zingt over de verschijning van Christus als Opgang uit de hoogte. Het woord ‘verschijnen’ betekent openbaar maken wat verborgen was. Hoe verborgen is Christus, al wordt Hij elke zondag gepredikt. Hoe onmogelijk is het om in Christus te geloven. Zo wordt dat beleefd. Hoe verschijnt dan de Middelaar? Als Hij Zichzelf door het Woord openbaart als Zaligmaker. Dan verlicht de Heilige Geest het hart om Christus te kennen en in Hem te geloven. Deze verschijning is zeer gepast, want Christus is uitnemend gepast voor een gewonde ziel. Deze verschijning is ook zeer lieflijk. Is licht in de duisternis niet liefelijk en verkwikkend? Daarom is deze verschijning ook tot blijdschap. Hoeveel blijdschap klonk er in de stem van Andréas, toen hij tegen zijn broer Simon zei: ‘Wij hebben gevonden den Messias, hetwelk is, overgezet zijnde, de Christus’. In deze verschijning wordt de schuld bedekt, zwijgt de wet en is de ziel een ogenblik verlost van de kracht van de zonde. Wat is de vrucht van deze verschijning in het hart? Verwondering over zo’n grote zaligheid. En aanbidding over de God van deze zaligheid. Deze verschijning vervult het hart met liefde tot zo’n gewillige Zaligmaker. Het hart wordt ook vervuld met verlangen om meer van Hem te mogen kennen, ja, om Zijn eigendom te mogen worden. De dagen van Kerst naderen. Zonder deze Middelaar is het zo donker in ons leven. Smeek om het ontdekkende licht van de Heilige Geest, opdat u het waarachtige Licht, schijnende in de wereld, nodig zou krijgen. Kent u de worsteling om het Licht des levens? Moet u inleven dat het net zo onmogelijk is om het licht in de ziel te laten opgaan, als het onmogelijk is om de zon te laten opgaan? Moet u inleven dat het niet alleen onmogelijk is, maar ook onverdiend is? Is het de taal van uw hart: Wie is Hij, dat ik in Hem geloven zou? Hoort dan de woorden van de Middelaar: Ik ben het Licht der wereld. Hij kwam in het duister om voor zondaren in het duister het licht te laten opgaan.

ds. J.M.D. de Heer