zo heeft zij het gedaan tot een voorbereiding van Mijn begrafenis.

“zo heeft zij het gedaan tot een voorbereiding van Mijn begrafenis.”

Matthéüs 26 : 12b.

Maria zalfde de Heere Jezus tot een voorbereiding van Zijn begrafenis. Hoe was zij daar toch toe gekomen? Hoe wist zij dat Hij spoe­dig sterven zou? En… iemand balsemen of zalven gebeurde na het overlijden. Wij zien de vrouwen op de dag der opstan­ding daartoe naar de hof gaan. Maar dan hoeft het niet meer! Want Christus is opgestaan. Maria deed dit echter vóór Zijn begrafenis. Hoe kwam zij daar toch toe? Wel, is het niet, omdat de Heilige Geest in al de waarheid leidt? Geeft God niet in het hart Zijner uitverkorenen de gave des geloofs, waardoor zij dingen gaan zien, geestelijk zien, die voor het natuurlijk verstand verborgen zijn? Ja, geeft de Heere geen geestelijke lessen aan Zijn volk? Daarbij leidt Hij Zijn kin­deren niet alleen tegelijk even vlug of even ver in het geestelijk leven. Meerdere malen had Christus tot Zijn discipelen reeds over Zijn aanstaand lijden gesproken en toch verstonden zij het niet. Maria echter heeft aan de voeten van de Heere Jezus geze­ten. In zichzelf dwaas en blind, bedelende om hemels onder­wijs. Anders zit iemand niet aan de voeten des Heeren; dan menen wij het zelf wel te weten. Maar blinden worden onder­wezen en geleid in ‘s hemels wegen. Maria had het goede deel uitgekozen. Dat éne nodige! De Heilige Geest heeft Jezus onderwijs in Maria’s hart willen verzegelen. Daar heeft zij geleerd hoe diep ellendig en verlo­ren zij was in zichzelf. Ze heeft haar eigen doodstaat en verlo­renheid leren kennen. Juist daar mocht zij echter leren dat Jezus de opstanding en het leven is. Zal zij niet van harte ingestemd hebben met de woorden van haar zuster Martha, toen de Heere Jezus haar vroeg: en een iegelijk, die leeft en in Mij gelooft, zal niet sterven in der eeuwigheid. Gelooft gij dat? Zij zeide tot Hem: Ja, Heere, ik heb geloofd, dat Gij zijt de Christus, de Zone Gods, Die in de wereld komen zou? O, zeker! Doch waartoe kwam Hij in de wereld? Lezen wij dat niet in Jesaja 53?

Hoe wordt ons het lijden van de Borg getekend. Hoe wordt daar niet aangegeven, dat Christus de zondeschuld van Zijn volk op Zich genomen heeft om hen vrij te kopen. Daar lezen wij dat Hij voor de overtreders gebeden heeft. Van dat lijden heeft Christus Zijn discipelen gesproken. Doch zij verstonden het niet. Van dat lijden heeft Hij Maria onderwezen en de Heilige Geest wilde het aan haar hart zegenen. De Grote Profeet onderwees haar in Zijn priesterlijke arbeid. Daardoor zag zij de heerlijkheid en de beminnelijkheid van de lijdende Borg. O, nu leerde zij dat Hij de dood inging voor zulke ellen­dige zondaren als zij zich ook leerde kennen. Daar oefende zij geloof in Christus’ zoendood. Daar zag zij de betekenis ervan ook voor haar eigen hart.

En Jezus werd onuitsprekelijk groot en dierbaar voor haar hart. Hij is blank en rood en draagt de banier boven tiendui­zend! Uit dit geloof ontspruit de hartelijke liefde tot een lijdende en straks dode Jezus. Juist om wat Hij doen wil voor zulke verlo­renen, bemint zij Hem. Zulk Eén is mijn Liefste. Zij zalft Hem. Met de allerduurste zalf. Niets is haar teveel. “Hem al mijn liefde waardig schatten, omdat Hij mijn rechterhand wou vat­ten”. Zij zalft Hem. Hij is het waard. Wie zal Hem zalven als Hij gestorven zal zijn? Wie zal dat dan doen, als het al zou kun­nen? Zij zal het nu doen. Zij mag het doen. Zij mag het van de Heere doen. Zij heeft een goed werk aan Hem gedaan. Werd de lijdende Borg ooit dierbaar aan ons hart? Toonde de Heilige Geest Hem aan onze ziel toen wij als dwaas, blind en in onszelf verloren aan Zijn voeten lagen? Ja, toen wij recht­vaardig moesten omkomen? O, dan is Hij ons dierbaar.

Ds. M.J. van Gelder