Advent

Om te verschijnen dengenen die gezeten zijn in duisternis en schaduw des doods.

Lukas 1 vers 79a

Zacharias wist uit ondervinding wat het betekent te zitten in duisternis en schaduw des doods.
Weten wij het ook? Van nature zitten we er allemaal in, maar beleven het niet.
Dan zijn we net als de mijnwerkers in Hongarije, waar Philpot over schrijft in één van zijn preken.
Deze mensen zaten jaren achter elkaar in de mijnen met hun gezinnen.
Daar werden zelfs kinderen geboren. Zij hadden het daglicht nooit aanschouwd, ja zij wisten niet eens dat er daglicht bestond.
U begrijpt dat het dan heel wat is als zulke kinderen van een jaar of zeven voor het eerst de zon krijgen te zien.

Dodelijke gerustheid.
Maar van nature leven we allen zo. In duisternis en schaduw des doods.
Duisternis van ongeloof, zonde, ongerechtigheid en schuld.
En dan dood in de zonden en de misdaden. Ja, gezeten! Dat ziet op de dodelijke gerustheid, waarmee mensen in die duisternis verkeren.
Is dat bij ons al anders geworden? De Heere maakt doden levend. Zij beleven wat de tekst zegt.
Ze leren de duisternis van hun boze hart kennen.
Daar wordt hen wijsheid bekend gemaakt. De duisternis van een leven zonder God en zonder hoop.
Wat wordt dat smartelijk beleefd. De duisternis van mijn gruwelijke zonden, die ik tegen God bedreven heb.
De schaduwen des doods, die zich neigen over mijn leven.
Dan komt de eeuwigheid zo nabij. En dat betekent dat ik God moet ontmoeten en niet kan ontmoeten.
Ach, als we daar iets van gaan beleven, dan proberen we toch alles te doen om uit die duisternis te komen?
Velen steken daar zelf het kunstlicht aan van eigenwillige godsdienst.
Maar zie, dat kan een oprecht gemaakte ziel niet! Er komt een ogenblik dat hij ‘gezeten’ is in die duisternis.
Dat betekent: hij kan er zichzelf niet meer uithelpen.
Dan wordt het zo bang en benauwd. Dan wordt er iets van geleerd, dat God geen onrecht doet als Hij mij in die duisternis laat zitten, want ik heb mezelf erin gebracht.
Dan krijgt Adam de schuld niet, maar word ik schuldenaar voor en onder God.

Opgang uit de hoogte.
O, wat krijgt voor zulke mensen de tekst ter overdenking waarde.
Deze spreekt van de Opgang uit de hoogte! Daarmee wordt de Messias bedoeld.
Hij komt als de Opgang uit de hoogte. Als in de vroege morgen, na het duister van de nacht, de eerste stralen van het licht doorbreken, dan is dat een prediking van de komst van de zon.
Zo wil nu de Heere de eerste stralen van Zijn Evangelie doen doorbreken in het hart van één die in duisternis is gezeten.
‘Doch Hij zal verschijnen tot ulieder vreugde’ (Jes. 66:5m).
O, wat een wonder als de Heere spreekt. Zeker, zo’n ziel wordt bestreden of het wel werkelijk van de Heere was.
Maar geliefde lezer(es), dat mag dan tot onderzoek zijn!
Als de Heere spreekt, werkt dat altijd vernedering.
Dan word ik zo klein voor Gods aangezicht. Maar het werkt ook verwachting.
Het geeft een uitziend leven naar de vervulling van Zijn Woord. Immers, alleen de Heere kan Zijn woord vervullen.

Bezoeken en verschijnen.
‘Om te verschijnen!’ Zie, Zacharias spreekt van het wonder van de openbaring van die Opgang.
Hij gebruikt daarvoor twee woorden: bezoeken en verschijnen.
Bezoeken ziet op Zijn gunst, verschijnen op Zijn heerlijkheid. Van beide leren de ‘zittenden in duisternis’ iets kennen, als het Kindeke geopenbaard wordt aan hun ziel.
Vraagt u hoe dat gaat? Welnu, lezer, dat gaat in een weg van recht.
Daar leer ik al mijn rechten verliezen en Gods recht lief krijgen.
Dat zoete bukken en zalige buigen leidt tot de kribbe. Daar leren de armen van geest knielend aanschouwen.
Daar verschijnt voor hun geloofsoog de Opgang uit de hoogte.
Daar wordt hun verlangen bij aanvang vervuld.
Daar stamelen ze de bruid na: ‘Alles wat aan Hem is, is gans begeerlijk’.
Daar zien ze ook waar die Opgang vandaan komt: uit de innerlijke bewegingen der barmhartigheid onzes Gods.
Uit het eeuwig welbehagen van de Vader.
Uit de Vrederaad Gods. Uit het verbond der genade. Kennen wij iets van dit adventsleven?
Mogen er onder de lezers zijn, die in het uitzien naar de komende Kerstdagen niet verder komen dan een eerbiedig bedelen:

Hij maakt, op hun gebeden,
Gans Israël eens vrij
Van ongerechtigheden;
Zo doe Hij ook aan mij!

ds. B.J. van Boven (De Valk-Wekerom)