Alleen genade

Want uit genade zijt gij zalig geworden

Galaten 2 vers 8

Wat is het een wonder, dat de Schrift ons leert, dat zalig worden alleen genade is!
Want als er van ons ook maar één stipje bij moest, dan was het hopeloos verloren.
Immers onze werken, zelfs onze beste werken, zijn zo ver beneden de maat van Gods heiligheid, dat Paulus ze zelfs “blinkende zonde “ noemde.
Wat is genade? Niet anders dan dat God Zich over een zondaar ontfermt, zonder enige verdienste van de mens.
Genade dat is niet anders dan de vrije gunst, die van eeuwigheid God bewoog.
Want genade begint al in de eeuwigheid.
Toen al heeft de Heere vanuit Zijn eeuwige vredesgedachten de weg van zalig worden uitgedacht en toen al heeft Christus Zich gegeven om Borg en Middelaar te zijn voor mensenkinderen.
In de eeuwigheid heeft de Vader al de Zijnen gelegd aan het Middelaarshart van Christus.
Daar begint Gods genade, want er was geen mens, die naar God vroeg, zelfs maar vragen kón, omdat de hemel en de aarde nog niet waren voortgebracht.
Genade wil dus zeggen, dat alles alleen van God uitgaat.
Hij zoekt naar mensen, die naar Hem niet zochten. Niets uit ons, maar alles uit Hem.
Daarom blijft er in de mens geen enkele roem over, maar wie roemt, die roeme in de Heere.
Het is door Hem, door Hem alleen, om het eeuwig welbehagen. Daarom kunt u nog zalig worden.
Als wij één zucht zelf tot onze zaligheid moesten toedoen, dan zou nooit iemand zalig kunnen worden.
Is dat voor u al een wonder geworden? Dat wordt alleen een wonder voor ons, als we in onszelf niet anders overgehouden hebben dan schuld.
Genade staat immers tegenover schuld.
Ons ongeluk is, dat we iets willen meebrengen naar de Heere, dat we iets willen zijn.
We willen geen naakte, schuldige zondaar zijn, die het waard geworden is door de Heere naar recht voor eeuwig verstoten te worden.
Altijd weer willen we voor God en mensen ons beter voordoen dan we zijn.
Wat is nu het werk van de Heilige Geest als die Geest plaatsmaakt in het hart voor genade?
Die Geest maakt ons wie we zijn. Zondaar, enkel zondaar, en niet meer. Onze zonde gaat ons dan veroordelen en onze schuld gaat ons dan aanklagen.
We houden niets over om te betalen. En toch, diep in het hart die schreeuw van het heimwee naar de levende God.
Maar hoe zal het ooit in orde komen tussen God en onze ziel? Wij kunnen onze schuld alleen maar groter maken.
O, hoe verloren wordt het dan aan onze kant!
Maar wat een wonder als dan vanuit de Schrift het woordje “genade” door de Heilige Geest in ons hart wordt gebracht.
Als ik dan leer zien, wat genade betekent, dan mag ik het hoofd opheffen. O, dan kan het voor de meest schuldige, dan kan het zelfs voor mij.
Wat gaat er dan een ruimte open. Nu hoeft de Heere van mij niets meer te hebben, dan enkel mijn schuld.
En nu zet de Heere tegenover die schuld Zijn genade. Er is bij de Heere zo’n volheid van genade, dat niemand behoeft te wanhopen, ook al is er nog zoveel zonde.
Tegenover Gods genade kan men nooit te slecht zijn. Genade, Goddelijke genade, wist al mijn zondeschuld voor eeuwig uit.
Hoor de apostel dan zeggen in onze tekst: “Want uit genade zijt gij zalig geworden.”
Maar hoe is dat dan mogelijk? Hoe kan de Heere zulke schuldige zondaren Zijn genade bewijzen?
Moet de Heere naar de eis van Zijn recht de zonde dan niet straffen? Die vragen vinden hun antwoord op de heuvel Golgotha.
Daar hing Christus, Gods Enige, Die Hij van eeuwigheid liefhad, te bloeden aan een kruis.
Daar hing Hij uit onbegrijpelijke liefde, beladen met de schuldenlast van allen, die de Vader Hem gegeven had.
Hun schuld was Zijn schuld geworden en hun zonde Zijn zonde.
Beladen met de zonde der Zijnen werd Hij door de Vader als een zondaar behandeld, met de misdadigers gerekend.
God kan van Zijn heilig recht nooit af en dat recht heeft zijn loop gehad in die bloedende en stervende Kruiseling.
“Ik voor u, daar gij anders de eeuwige dood had moeten sterven.”
Hij in de plaats van schuldige zondaren.
Als we in dat heilgeheim worden ingeleid door Woord en Geest dan gaan we doorleven, dat die plaats door ons verdiend was, dat wij het ons hebben waardig gemaakt in de absolute Godverlatenheid weg te zinken, ja in de diepte van de hel.
Maar nu wilde Christus in die plaats staan om ons van het rechtvaardige oordeel Gods te bevrijden.
Onuitsprekelijk heilgeheim. Jezus heeft alles volbracht, Hij heeft de schuld van Gods volk uit Gods boek gedaan en nu ziet de Heilige geen van hunne zonden meer aan.
Nu kan genade weggeschonken worden aan schuldigen.
“Want uit genade zijt gij zalig geworden.” Daar klopt nog steeds het hart van waarachtig geestelijk leven.
Niets uit ons, maar alles uit Hem. Heeft die genade al waarde gekregen in uw leven? Genade krijgt daar waarde, waar wij ons diep schuldig en verloren kennen voor God.
Als dan in onze duisternis Gods genade gaat oplichten, dan heffen we het moede hoofd omhoog, dan kunnen we zalig worden.
Niet op onze kosten, maar op kosten van het Lam en daarom uit genade.
Wat wordt dat Lam ons dan dierbaar. Zijn bloedende wonden zijn fonteinen van genade.
En hoe verder de Heere ons leidt, hoe armer en schuldiger we worden in onszelf, maar hoe groter het wonder van vrije genade en van de verdiensten van Christus.
“Genade alleen”, dat zal de grote inhoud zijn van het gezang voor de troon.
Zult u er ook bij zijn? Buiten Gods genade in Christus is er geen leven en zaligheid, maar een eeuwig zielsverderf.
Maar in die genade is zo’n volheid, dat het kan ook voor u. De Heere heeft uw werken en verdiensten niet nodig, maar Hij vond alles in het offer van Zijn Zoon, en daarom wil Hij zondaren hebben en zalig maken, zo schuldig en verloren als ze zijn.
Dan krijgt genade alleen de eer. De nodiging tot Gods genadevolheid gaat nog uit tot ieder, die het maar hoort of leest.
O zondaar, vlucht dan tot Hem, Die nog wacht om genadig te zijn.

Ds. J.J. van Eckeveld