Christus verschijning aan Zijn discipelen op Paasavond

“en als de deuren gesloten waren waar de discipelen vergaderd waren (…) kwam Jezus en stond in het midden”

Johannes  20  vers  19b

Geliefde lezer, de inhoud van deze meditatie is een bewerkte versie van een deel van de preek van 2e paasdag.
Zij verplaatst ons naar de avond van de opstandingsdag van Christus. Drie zaken zijn het die dan onze aandacht vragen.

De vergaderde discipelen.
Wat zijn deze tien discipelen voor mensen wat hun zielenleven betreft?
Allemaal mensen die door het wonder van Gods soevereine genade uit de duisternis getrokken zijn tot Gods wonderbaar licht.
Mensen die door ontdekkende en ontblotende genade, in de weg van het toevallen van Gods recht, gebracht zijn tot kennis van de Zaligmaker.
Lezer, weet u ook van deze dingen? Dat is immers onmisbaar nodig op reis naar de eeuwigheid.
Daarbij hadden deze discipelen drie jaar met Christus mogen wandelen en Zijn onderwijs mogen genieten.
Vooral de laatste weken hadden ze veel onderwijs ontvangen aangaande de noodzakelijkheid van Zijn priesterlijke arbeid, waarin zij leren moesten dat Sion alleen door recht zal verlost worden.
Ze waren erachter gebracht dat met Jezus zalig worden nog iets anders is dan te leren door Jezus zalig gemaakt te worden.
En toen ze die les moesten leren, zijn ze in de hof van Gethsémané als vijanden bij Hem vandaan gevlucht.
Zijn er onder de lezers ook die dat met smart en schaamte verstaan?
Die in de achterliggende lijdensweken geleerd hebben, niet meer te zijn dan een vijand van vrije, soevereine genade met alles wat er in het leven gebeurd is?
Dat is niet aangenaam, maar wel zielsprofijtelijk.
En zo zitten ze nu bij elkaar. Zon-der hoop en verwachting. Want hun lieve Zaligmaker is gestorven en daarmee is hun hoop vergaan.
Mogen we het zo zeggen: deze discipelen zijn mensen die niet alleen in de stand van het genadeleven aan een einde zijn gebracht, maar zij zijn als vijanden van God waardig afgesneden te worden van hun leven.
Volk van God, bent u reeds door de inwinnende liefde des Geestes op die plaats gebracht?

De gesloten deuren.
Ze zitten bij elkaar achter gesloten deuren. Niemand kan zomaar de zaal uitgaan of binnenkomen.
Ze verwachten ook niemand. Zelfs Christus niet.
Gesloten deuren, daar hebt u ons aller beeld, lezer. Door onze diepe val is de deur van ons hart gesloten voor de Heere, Zijn dienst en Zijn Woord en het is onmogelijk om uit onszelf ooit dat gesloten hart voor de Heere te openen!
Veel erger, we betonen op een goddeloze of godsdienstige manier, dat we die deur ook liever voor eeuwig gesloten houden.
Wat is het daarom nodig dat de Heere door genade de deur van ons hart gaat openen door de kracht van Zijn Heilige Geest.
Kan dat nog? Ja, onbekeerde medereiziger, daar wijst onder andere het heilsfeit van Pasen op.
Omdat Christus is opgestaan zullen er verloren, verkoren zondaren door Woord en Geest opstaan uit de doden en zullen naar Gods welbehagen gesloten harten van Adamskinderen geopend worden.
Bedel dan, of de Heere dat wonder ook wil werken in uw en jouw hart.
Dat kan nog. Er is wel haast bij!
Gesloten deuren, dat is ook zo vaak waar na ontvangen genade in het leven van Gods Kerk.
Ook hier bij de discipelen. Ze zitten achter gesloten deuren. Aan hun kant is alles onmogelijk en geëindigd in de dood.
Zal er ooit verandering komen, dan kan dat alleen als de Heere er Zelf in de weg van het wonder aan te pas komt.
Zo blijven Gods kinderen in alle standen van het genadeleven altijd afhankelijk van de Heere, van Zijn genadige komst en van een wonder Gods ook bij vernieuwing.
En dat wonder gaat God in Christus door de Heilige Geest opnieuw verheerlijken in het leven van deze discipelen.

De komende Jezus.
“Kwam Jezus.” Hij kwam, terwijl de deuren gesloten waren.
Maar Hij opent ze door Zijn kracht. Hij komt, eenzijdig, soeverein, op Zijn tijd.
En dan gaat Hij Zijn hand tot Zijn discipelen wenden, bij wie alles naar recht geëindigd was in de dood.
Dan verschijnt Hij als de opgestane Levensvorst om Zijn verworven weldaden aan hen te openbaren, te schenken en toe te passen.
Dan mogen ze op grond van Zijn dood en bloedstorting ontvangen de vergeving van zonden, vrede met God en een recht op het eeuwige leven.
Dan mogen ze niet alleen verstaan, maar ook ontvangen en door het geloof toeeigenen dat Hij overgeleverd is om hun zonden, maar ook opgewekt is tot hun rechtvaardigmaking.
Dat is de weldaad van Pasen. Om in het verloren gaan onder Gods recht, uit de mond van God de Rechter op grond van Christus’ arbeid door de Heilige Geest te horen: Ik, Ik delg uw overtredingen uit.
Zou Gods Kerk daar niet naar staan, om dát te mogen leren.
Immers de wedergeboorte is hoofdzaak, maar de rechtvaardigmaking is noodzaak! En als Hij dan komt, dan gaat Hij altijd in het midden staan.
Daaraan kunt u weten of Hij gekomen is in uw leven, voor het eerst of opnieuw.
Want dat is de vrucht van elke geloofsoefening of weldaad die de Heere Zijn volk schenkt.
Dan komt Christus in het middelpunt te staan.
Daar wordt werkelijk waar niet anders te willen weten dan Jezus Christus en Dien gekruisigd.
Dan krijgt Goddrieënig alle eer!
Geliefde lezer, hebt u deze Zaligmaker in een eerlijke, Schriftuurlijke weg reeds bevindelijk leren kennen?
Is Hij in het verlies van al het uwe de enige grond van uw zaligheid geworden?
Als dat waar is, blijft er alleen maar verwondering over dat Hij wilde komen toen uw deuren gesloten waren en dat Hij Zelf ook in het midden ging staan.
Hier, volk van God, moet u helaas zo vaak getuigen dat ú in het midden staat en uzelf bedoelt.
Maar straks, als u verlost bent van uw eigen ik, zal dat Lam eeuwig staan in het midden des troons en dan zult u Hem eeuwig en volmaakt mogen grootmaken.
Dat wonder schenke de Heere u, jou en mij.

Ds. A. Verschuure