De eis om Jezus te volgen

Volg Mij

Johannes 1 vers 44b

‘Volg Mij’!
Zo geliefde lezer, luidt de eis van de lippen van de Heere Jezus tot ieder die een discipel van Hem wil zijn. ‘Volg Mij’.
Het is een eis, rijk van inhoud. Merk maar eens op Wie we te volgen hebben, ‘t Is Jezus de Christus, de eniggeborene des Vaders.
Hem hebben wij altijd te volgen. Nee, het is niet genoeg, dat ge Hem voor een tijdje volgt, om daarna weer uw eigen weg te gaan, of anderen te volgen.
Wij hebben Hem te volgen, niet alleen zondags, om dan in de week onze eigen wegen te kiezen.
Nee, Jezus moet gevolgd worden al de dagen van ons leven: in dagen van voorspoed en van tegenspoed, van gezondheid en krankheid, van vrede en strijd.
Hij moet gevolgd worden niet alleen in het openbaar, maar ook in het verborgen.
En ook omgekeerd.
Hij moet gevolgd worden niet alleen in de binnenkamer, maar ook in het openbaar, op alle terreinen des levens, waar we ook zijn.
Hij moet ook met het rechte doel gevolgd worden.
Niet om den brode, zelfs niet om de dood en de hel te ontgaan. We moeten Jezus volgen om Jezus! ‘t Moet gaan uit liefde tot Zijn Persoon.
Hij moet gevolgd worden zonder om te zien. ‘Niemand die zijn hand aan de ploeg slaat en ziet naar hetgeen achter is, is bekwaam tot het Koninkrijk Gods’, zegt de Heere Jezus in Lukas 9 : 62.
Nee, het moet zijn als bij Paulus.
Hij vergat wat achter was. En wat zien wij dikwijls om. Hij moet gevolgd worden zonder stilstaan.
Dan worden we slaperig; dan gaat het ons als de tien maagden uit de gelijkenis; dan verliezen we Jezus uit het oog.
Het moet dus volgen zijn en blijven, altijd door, zonder stilstaan.
Wat blijven wij dikwijls achter. Hij moet gevolgd worden.
We mogen niet vooruitlopen, ook niet als het tempo, waarin Jezus gaat, ons te langzaam is.
Volgen, Hém vóór laten gaan; blind voor de toekomst.
Gelovig volgen. O, wat komen we weinig achteraan. Wat zijn we Jezus vaak ver vooruit.
We moeten Hem volgen in de wegen die Hij gaat. Dat schijnt ons soms beslist gevaarlijk toe.
Immers, de weg die Jezus gaat, is vaak een weg van honger en kommer, van kruis en druk, van verzoeking, van smart, van vernedering en schande.
Ja, een weg, waarin we zelfs wel ons leven verliezen. Er wordt zoveel gepraat over het volgen van Jezus, maar zal het bij ons komen tot de daad, dan is daar genade toe nodig.
Er is genade toe nodig om ermee te beginnen, maar ook om het vol te houden ten einde toe.
Verreweg de grootste menigte zal er niet aan beginnen, maar ook, hoe weinigen houden het vol.
Hoevelen keren er terug, als zij gewaar worden hoe de weg achter Jezus is, zo heel anders dan men zich voorstelt.
En toch, alleen wie volharden zal tot het einde zal zalig worden. Er zijn er die zeggen: Heere, ik zal U volgen, maar laat mij toe, dat ik eerst nog dit of dat doe, daarna, nu nog niet.
Maar later zal ik U volgen.
Evenals Augustinus, die bad om bekeerd te worden, maar hij zei er stilletjes bij: nu nog niet.
En men weet niet of men morgen nog leeft. Salomo zegt wel dat er een tijd is om geboren te worden en om te sterven,
maar hij zegt niet dat er een tijd is om te leven.
Geef daar eens acht op. Er zijn er die willen Jezus ook volgen, maar zij zouden wel heel de wereld achter Jezus mee willen nemen.
Maar dat gaat niet. We hebben alles te verlaten wat niet mee kan en niet mee wil, zelfs vader en moeder.
Alles wat men achter Jezus aandraagt is ballast. O, er zijn er zoveel, die zouden de Heere wel voorwaarden willen stellen, waarop ze Hem zouden volgen.
Ze willen Hem volgen mits de weg niet te lang, niet te vernederend, niet te schadelijk, niet te pijnlijk is.
Mits ze dit of dat mee mogen nemen, of voor dit of dat bewaard blijven, enzovoort.
Maar de Heere wil van geen voorwaarden weten. Hij eist dringend onvoorwaardelijke onderwerping en gehoorzaamheid.
Maar, dan is er ook niemand van nature bereid om Hem te volgen.
Zo is het, geliefde lezer. Zullen we inderdaad en in waarheid volgelingen van Jezus worden en ten einde toe blijven, dan is het nodig dat Hij ons Zelf volgelingen van Hem maakt.
Wij volgen Hem, alleen dóór Hem!
Maar dat heeft Hij dan ook op Zich genomen, om al degenen, die Hij eenmaal de Vader voor zal stellen als een gemeente zonder vlek of rimpel, tot volgen te bewerken.
Dat doet Hij door Zijn Woord en Geest. Dat doet Hij door hen te wederbaren.
Hij ontbindt de knopen, die ons gebonden hielden aan het leven buiten Hem.
Hij stort maar liefde in ons hart uit, liefde tot God en liefde tot Christus, en dan… O wonder, wat eerst niet ging,
dat gaat dan vanzelf; wat eerst een moeten was, wordt dan een allerliefst willen;
wat ons eerst de dood toescheen, wordt ons dan het leven; wat ons eerst zo bitter voorkwam, wordt dan juist onze zaligheid.
Lezer, kunt u ook in oprechtheid des harten voor de Heere getuigen: wij hebben alles verlaten en zijn U gevolgd?
Is er dan bij u enige zelfkennis, Godskennis en Christuskennis?
Bedenk, van het volgen van Jezus hangt af de vrede des harten, troost in dit leven, en de ingang achter Jezus in het eeuwige Vaderhuis.

Wijlen ds. G. van Reenen (1864-1935)