De heerlijkheid van de Koning

Gij zijt veel schoner dan de mensenkinderen; genade is uitgestort in Uw lippen;
daarom heeft U God gezegend in eeuwigheid

Psalm 45 vers 3

Psalm 45 is een indrukwekkend bruiloftslied.
Het opschrift noemt het ‘een lied der liefde’, een lied dat de liefde tussen man en vrouw bezingt als een schone gave van God.
Deze psalm is gemaakt bij een bijzondere gelegenheid en met een bijzonder doel.
De kanttekenaar spreekt van ‘een uitnemend profetisch bruiloftslied, bij gelegenheid van het huwelijk van Salomo met Pharao’s dochter, gedicht over het geestelijk huwelijk van de Bruidegom Jezus Christus met Zijn lieve Bruid, de algemene kerk der Joden en heidenen’.
Kennelijk is de bruid reeds aangekomen in de stad waar Salomo woont.
Nog even, en dan zal ze met haar gevolg worden binnengeleid in het paleis, alwaar de koning op haar wacht.
Als de processie de ingang van het paleis heeft bereikt, doet de dichter een stap naar voren en brengt hij zijn lied ten gehore.
Wie is die dichter?
Waarschijnlijk was hij een lid van het tempelkoor dat bestond uit Levieten, ‘de kinderen van Korach’ (vs. 1).
Met andere woorden, deze psalm is een boodschap die vanuit Gods huis gericht wordt tot de koning en zijn bruid.
Het is dus God Zelf Die hen aanspreekt.
In dit lied gaat het vooral over de koning.
De psalmdichter wil goed van hem spreken. Hij zegt: ‘Gij zijt veel schoner dan de mensenkinderen…’.
Ook de bruid heeft een plaats in dit lied, maar de heerlijkheid van de koning staat voorop.
De bruidegom wordt geprezen vanwege zijn liefelijkheid, zijn krijgsroem en rijkdom.
Ja, hij is een beminnelijke koning.
Zijn schoonheid is hoog te loven en zijn woorden zijn welluidend.
Alle volken moeten zijn grootheid en macht erkennen.
Hij is anders dan de Oosterse despoten: Zijn scepter is er één van rechtmatigheid.
Hij is met vreugde gezalfd boven zijn medegenoten, de prinsen met wie hij is opgevoed.
Kortom, hij mag delen in de gunst des Heeren.
Gaat het nu in Psalm 45 alleen over een aardse koning? Allerminst!
De kanttekenaar wijst op de Messias. Er staan zaken in deze psalm die niet kunnen wijzen op Salomo of op welk schepsel dan ook.
In vers 8, bijvoorbeeld, wordt Hij ‘God’ genoemd!
Ongetwijfeld is de Bruidegom van Psalm 45 Koning Jezus. Ook de schrijver van de Hebreeënbrief legt het zo uit (Hebr. 1: 8 en 9).
Als het huwelijk op zichzelf al een beeld is van de verhouding tussen Christus en Zijn Kerk (Ef. 5:32), hoeveel te meer geldt het dan van een huwelijk tussen een zoon uit Davids huis en zijn lieve bruid! Van Christus kan in waarheid gezegd worden: ‘Gij zijt veel schoner dan de mensenkinderen…!’
Hij is blank en rood en draagt de banier boven tienduizend.
Ja, alles wat aan Hem is, is gans begeerlijk!
Van Zijn lippen vloeit genade tot ellendige zondaren. Eén woord van Christus kan een vijand in een vriend veranderen.
‘Hij spreekt, en het is er; Hij gebiedt, en het staat er.’
Denk maar aan Saul op de weg naar Damascus.
Het briesend paard moest eindelijk sneven.
Koning Jezus gebruikt Zijn Woord als een zwaard om harten te doorboren en zondaren te bekeren.
‘Uw pijlen zijn scherp, volken zullen onder U vallen’ (vs. 6a).
Als het uur van Gods welbehagen is aangebroken, doopt Hij een pijl in Goddelijke liefde en schiet hem in het hart van Zijn vijanden.
Dodelijk gewond vallen zij voor Hem, Hem smekend om genade.
Heeft zo’n pijl ook bij u reeds doel getroffen?
Is jullie hart al eens door Hem verwond, jonge mensen?
Dan ga je zien dat je een gevallen schepsel bent en kom je er buiten te staan om eigen schuld.
Maar dan kun je het nooit meer vinden in deze ondergaande wereld.
Dan heb je geen rust totdat je rust vindt in God. Wat zijn ze gelukkig, zij die ontdekt aan hun verloren staat voor God, iets mogen zien van de schoonheid van deze Koning!
Is Hij niet schoon in Zijn diepe vernedering als de stervende Zaligmaker, Die zo uitnemend heeft liefgehad en Zichzelf gegeven heeft als een rantsoen voor velen?
Is Hij niet schoon, ook als de verheerlijkte Middelaar Die verhoogd is boven Zijn medegenoten en nu zit aan de rechterhand des Vaders?
Gods kinderen zijn zo veilig onder de vleugels van deze Koning.
Hij regeert hen in recht en genade.
Hij onderricht hen door Zijn Woord en Geest.
Ja, Hij beschermt hen tegen al hun vijanden. Ach, die vijanden kunnen zo machtig en zo talrijk zijn; zij kunnen het zo bang maken in hun leven.
Maar Christus Jezus is de Held bij Wie God hulp besteld heeft, Die Hij uit het volk verhoogd heeft en Die verlossen kan.
Zijn troon staat vast tot in alle eeuwigheid en Hij zal Zijn hand tot de kleinen wenden.
Lezer, deze Koning hebt u nodig. Of gelooft u dat niet? Voelt u het niet?
O, mocht de Heere dan eens uw ogen openen en uw hart vermurwen!
De Koning gaat nog rond op het Woord van Zijn waarheid en rechtvaardige zachtmoedigheid. Verwerp Hem toch niet!
Zo gij Zijn stem dan heden hoort,
Gelooft Zijn heil- en troostrijk woord;
Verhardt u niet, maar laat u leiden.
Allen die Hem versmaden zullen Hem straks ontmoeten als de Ruiter op het witte paard Wiens naam is ‘Getrouw en Waarachtig’ (Openb. 19:11).
Zij zullen getroffen worden door pijlen die gedoopt Zijn in Gods toorn.
O, val Hem nog te voet en vraag om een plaatsje in het paleis van de Koning, die heerlijke woning waar de bruid eenmaal zal binnentreden!

Ds. C. Sonnevelt