De oude Anna

En er was Anna…….

Lukas 2:36-38

Geliefde lezers, na de geboorte van Christus lezen we van verschillende mensen die deze geboren Zaligmaker met ogen des geloofs mochten aanschouwen.
Onder hen waren er mensen van allerlei rangen, standen en leeftijden.
Ditmaal vraagt een oude weduwe de aandacht. Ook zij mocht in het geboren Kind van Bethlehem, haar Zaligmaker aanschouwen en er daarna ook tot anderen van spreken.
Het was de oude Anna, waar- van de tekst zegt: en er was Anna…… We willen van deze vrouw vier dingen zeggen.

Zij is verbonden aan Adam.
Dat komt wel het meest uit in het feit dat deze dochter van de voor ons onbekende Fanuël komt uit de stam van Aser.
Een stam uit het 10-stammenrijk die de Heere verlaten had in de lijn der geslachten.
Een stam die tenslotte in de ballingschap ten onder was gegaan. Anna kwam uit deze stam.
Ook Anna was een kind van Adam. Ook Anna was een kind des toorns die in het rijk Gods niet komen kon.
Ook Anna had geen uitzien naar de Heere van nature. Ook Anna lag dood in de zonden en de misdaden.
Maar juist ook in het leven van Anna schittert vrije soevereine en opzoekende zondaarsliefde.
De Heere had ook dit Adamskind uit de stam van Aser lief gehad met een eeuwige liefde.
Hij had haar in de tijd met wederbarende genade opgezocht en in een stervend leven een uitzien in haar hart gewerkt naar de komende Christus.
Lezer, genade valt zo eeuwig vrij. Anna kwam niet uit een beste stam. Anna had wellicht geen rijk voorgeslacht.
Anna was ook een verloren Adamskind. Maar zij werd opgezocht uit genade alleen. En die God van Anna leeft nog!
Hij zoekt nog het verlorene. Anna tekent ons dat er nog doen aan is, zelfs voor de grootste der zondaren.
Ja, zelfs nog voor een oude, koude en harde zondaar en zondares.

Zij is verbonden aan Gods inzettingen.
De Heilige Geest laat Lukas opschrijven dat ze niet week uit de tempel.
Daar lag haar leven. In de dienst des Heeren. Al was het dan een donkere tijd in godsdienstig opzicht.
Al waren er wellicht weinig godvrezende priesters, maar Anna was toch in de tempel.
Op de plaats waar de Heere in offers onderwijs gaf aan haar ziel. Ligt ons leven ook in de dienst des Heeren.
Dat we Gods Woord onderzoeken, dat we getrouw naar Gods huis komen op zondag en door de week.
Anna was er altijd al was ze dan al 84 jaar oud. Daar lag haar leven.
Anna die door Gods Geest geleerd had dat haar ongerechtigheden scheiding maakten tussen God en haar ziel.
En dat was de smart van haar leven geworden. Anna verstond met haar hart als het mes van de priester neerdaalde in het offerdier dat zo gedood werd, dat heb ik verdiend.
Maar Anna had als een rechteloze ook mogen verstaan dat er Eén komen zou Die haar zou verlossen van haar kwaad, de zonde, maar haar ook zou herstellen in Gods gemeenschap.
We lezen niet van haar dat ze net als Simeon daar een bijzondere belofte voor had gekregen.
Maar we weten wel dat ze als een profetes bijzonder door de Heere vanuit de Schrift was onderwezen in de heilgeheimen van het zalig worden en daar ook tot anderen van mocht spreken.
Haar leven was eigenlijk: vasten, bidden en God dienen (Lukas 2:37).
Vasten wil zeggen dat ze in beginsel een afkeer gekregen had van de zonde.
Ze was vreemdeling geworden op de aarde en haar leven was bidden om zo in het verborgene de Heere in alles nodig te hebben.
Ze had een afhankelijk gebedsleven. Ja, het nieuwe deel van de oude Anna, begeerde de Heere te dienen en te gehoorzamen en dat kwam uit in haar verbondenheid aan de dienst des Heeren, in haar uitziend leven naar Hem die in de offers werd aangewezen.
Zijn komst alleen kon haar heil maar volmaken.
Kom kent u ook dat missende, uitziende leven als een onwaardig Adamskind, die toch de Heere niet missen kan en zo in verbondenheid aan Gods inzettingen uw weg mag gaan?

Ze is verbonden aan de Zaligmaker.
Dat mag haar op haar hoge leeftijd ten deel vallen.
Wellicht vele jaren met de dichter gezongen; “mijn ziel vol angst en zorgen, wacht sterker op den Heere, dan wachters op den morgen, den morgen ach wanneer?”
En dan op Gods tijd, doorgaans na een lange bange weg van ontdekking, ontgronding en ontbloting, betoond de Heere als een verrassend God, in het toevallen van het recht, Hem te openbaren, de verwachte Messias (Kantt. 47).
Ze mag evenals Simeon, dat Kindeke aanschouwen wat daar in de tempel de Heere wordt voorgesteld.
Niet alleen met haar oude, natuurlijke ogen. Maar veel meer met de ogen des geloofs.
Hem zien, die ze dan belijden mag als de van God geschonken, volkomen Zaligmaker, die als God en mens in één Persoon, de Enige Middelaar is tussen de Heilige God en de doodschuldige Anna.
Ook haar geschonken in de stand van het leven tot wijsheid, gerechtigheid, heiligheid en een volkomen verlossing.
Ze mag met Maria in die onvergetelijke 10e ure, Hem ook haar Zaligmaker noemen.
O, uitziend adventsvolk, zo Hij vertoeft, verbeidt Hem, want Hij zal gewisselijk komen en niet achterblijven.
Hij zal ook u verschijnen tot vreugde van uw ziel.

Ze is verbonden aan Gods uitziend volk.
We lezen in Lukas 2:38 dat ze aan degenen die in Jeruzalem ook iets van dat uitziende leven kennen, mag gaan vertellen dat Hij gekomen is, en wat Hij aan haar ziel gedaan heeft.
Behoort u ook tot dat uitziende volk? Zou Anna ook bij u welkom zijn en gekomen zijn?
Of zouden we met Anna en haar boodschap geen raad weten?
Voor dat uitziend volk zal gelden, ook al bent u misschien al oud of denkt u dat er nooit een oplossing
komt voor uw ziel: gij die God zoekt in al uw zielsverdriet, houdt aan, grijpt moed, uw hart zal vrolijk leven!

ds. A. Verschuure