De waarheid uit de mond van een leugenaar

En gij overlegt niet, dat het ons nut is, dat één Mens sterve voor het volk, en het gehele volk niet verloren ga.

Johannes 12  vers  50

Geliefde lezers, onze mond kan mooie dingen zeggen, zonder dat we het met ons hart verstaan en begrijpen.
Hoevelen van ons zullen al vaak het gebed van de tollenaar: “O, God wees mij de zondaar genadig”, (na)gebeden hebben.
En toch de diepe inhoud met het hart niet verstaan en doorleefd hebben.
Hoevelen van ons hebben de dienst des Heeren anderen aangeprezen, zonder erbij te kunnen zeggen: ‘door mij bétracht en anderen aangeprezen’ (Psalm 119:7 ber.).
Wat komt het in ons leven toch altijd maar aan op waarheid in het binnenste en dat gewerkt door de Heilige Geest.
Welke ambtsdrager zal nooit eens bestreden zijn over het feit dat hij een Bileam is, die wel schone woorden over Christus gesproken heeft, maar zelf deze Zaligmaker niet kent (Numeri 24:17).
Ook onze tekst bevat een heerlijke waarheid, maar wel gesproken door een leugenaar en een vijand van Christus.
In dat licht mag ons aller bede wel zijn: ‘zet Heere een wacht voor mijne lippen’ en ook: ‘beproef me en zie of mijn gemoed iets kwaads, iets onbehoorlijks voedt.’
Het is de Hogepriester Kajafas die bovenstaande woorden spreekt in het midden van de vergadering van het Sanhedrin in Jeruzalem.
Ze zijn erg bezorgd over hun eigen eer en aanzien.
Want ze merken dat de Heere Jezus, zeker na de opwekking van Lazarus in het begin van dit hoofdstuk, door velen wordt geprezen en er ook velen waren die in Hem geloofden (Joh. 11:45).
Als dat zo door zou gaan, zou dat niet goed zijn voor de positie van het Sanhedrin en nog erger, in hun ogen, ook niet voor hun Joodse volk.
Als velen in ‘Deze Bedrieger’ zouden gaan geloven zou het volk verleid worden en raakte het Sanhedrin hun naam en eer kwijt.
De mensen van het Sanhedrin zijn net als wij allen van nature.
We zijn meer bezorgd om onze eigen eer, dan om de eer des Heeren.
Dat komt door onze diepe val.
Toen zijn we liefhebbers van onszelf geworden. Ja, zelfbedoelers en haters van God en van Christus.
Is dat reeds de nood van onze ziel geworden. Leerden wij de gruwelijkheid van ons hoogmoedig Adamsbestaan reeds kennen en bewenen?
In het licht van ‘deze nood’ dat hun naam eraan zou gaan, sprak Kajafas deze aangrijpende woorden.
Het is nuttiger en beter, dat één Mens, dat is deze Christus, sterft dan dat velen in Hem gaan geloven en het ons positie kost en het hele volk verloren gaat door te geloven in de woorden van ‘Deze Bedrieger’.
En zeker, was Christus werkelijk een oproermaker geweest, dan zou het beter zijn dat die Ene oproermaker zou sterven, in plaats van dat er allerlei groepen mensen met elkaar oproer zouden gaan maken en dat het vele doden zou kosten en een hoop ellende in het volksleven van de Joden teweeg zou brengen.
Maar Christus was geen oproermaker.
Hij was juist gekomen: niet om der mensen zielen te verderven, maar te behouden.
Daarom was het voorstel van Kajafas een goddeloos voorstel uit de mond van deze Hogepriester die uiteindelijk een vijand was van Christus.
En toch al was deze Hogepriester een vijand van Christus.
Al was hij een leugenaar aangaande zijn gedachten over Christus.
Toch sprak deze leugenaar, zonder dat hij het zelf begreep, wel een heerlijke waarheid uit.
Onze tekst bevat, staande aan het begin van de lijdenstijd van 2021, toch een volle waarheid in het licht van het lijdensevangelie wat we de komende weken weer mogen overdenken.
Het sterven van die Ene, is werkelijk tot nut van het volk, dat is Gods volk.
En als Hij niet gestorven was, zou het hele volk, alle mensen, verloren gaan.
Deze tekst bevat de zalige ruil van Christus voor Zijn volk!
Hij de dood in, om een schare die niemand tellen kan, naar Zijn welbehagen het Leven te verwerven en weder te geven.
Lezers, in Adam moeten alle mensen sterven.
En op ons allen rust het drievoudige vonnis des doods.
Was er geen verkiezend welbehagen, niemand zou er zalig worden.
Vooral in het licht van de lijdensweken, was er geen Borg en Middelaar Die in de plaats van Zijn volk, zou lijden en sterven, niemand zou behouden kunnen worden.
Daarom dat is werkelijk nuttig, dat wil zeggen, tot Gods eer en tot zaligheid van Gods uitverkoren gemeente, dat er Eén zou sterven, opdat Gods Kerk, op grond van recht eeuwig zalig zou kunnen en mogen worden.
De tekst spreekt van het geheim dat op de vraag des Vaders: hoe die uitverkoren Kerk, die in Adam verloren lag, toch met behoud van Gods rechtvaardigheid, genade en barmhartigheid zou mogen verkrijgen, Christus, die Ene, naar voren trad en beloofde, dat Hij zou sterven en zo antwoord gaf op de vraag des Vaders.
Eén Mens sterven.
Daartoe verliet Christus troon en kroon en nam de ware menselijke natuur aan uit de maagd Maria.
Hij die geen zonde gekend nog gedaan heeft, heeft al de schuld van Zijn Kerk op zich geladen.
Hij droeg de straf van Gods toorn en vloek op de zonde van Zijn Kerk door te kruipen als een worm in Gethsemané’s hof.
Hij heeft Gods wet volkomen vervuld tijdens zijn rondwandeling op aarde.
En Hij droeg Gods toorn en vloek weg en vermorzelde satan de kop, toen Hij uitriep: Het is volbracht en zich overgaf tot in de dood.
Waarlijk Hij is gestorven en welk een zalig nut is daaruit voortgevloeid.
Daardoor zal Zijn volk niet verloren gegaan, maar zal de ganse uitverkoren Kerk op grond van Zijn dood en bloedstorting, het leven en de zaligheid ontvangen tot in de eeuwigheid.
Zo heeft Kajafas het niet bedoeld.
Zo heeft het Sanhedrin het niet begrepen.
Voor dit woord waren zelfs Zijn discipelen blind.
En toch sprak de mond van deze leugenaar de volle waarheid.
De dood van deze Ene Mens, zou zulk een heerlijk nut aanbrengen.
Daardoor zou het gehele uitverkoren volk niet verloren gaan. Daar hebt u het lijdensevangelie in één zin samengevat.
Zonder Zijn dood, zouden alle mensen verloren gaan.
Door Zijn dood is er zaligheid mogelijk voor de gehele wereld. Kunnen Adamskinderen die verloren liggen nog zalig worden en behouden worden.
En door Zijn dood, zal Gods volk eeuwig mogen delen in het nut van Zijn dood en opstanding.
Zondag 15 zegt daar zo mooi van: “Opdat Hij met Zijn lijden, als met het enige zoenoffer, ons lichaam en onze ziel van de eeuwige verdoemenis verloste en Gods genade, gerechtigheid en het eeuwige leven verwierf.”
De vraag blijft over: deel ik door wederbarende genade in de weg van sterven en buigen onder Gods recht, ook in dat nut: dat deze ene Mens, ook voor mij stierf en ook ik delen mag in Zijn genade, Zijn gerechtigheid en het eeuwige leven?
Gods Kerk mag door Gods Geest het nut van Christus kruisdood door het geschonken en geoefende geloof eigenen en getuigen: “want daardoor ben ik zeker, dat Hij de vervloeking die op mij, op Zich geladen heeft, dewijl de dood des kruises van God vervloekt was” (Zondag 15, antwoord 39).
Mag deze waarheid ook al uit uw mond klinken.
Uit de mond van u, lezer, die uzelf leerde kennen als een bedrieger en een leugenaar, maar die vanwege de arbeid van Hem die de Waarheid is, nu op goede grond mag getuigen: Ook voor mij was het nut dat Deze Ene stierf, zodat ik daarom mag delen in Zijn liefde, genade, vergeving en zaligheid!

Uw en jouw ds. A. Verschuure