De werken des duivels door Christus verbroken

Wanneer een sterk gewapende zijn hof bewaard, zo is al wat hij heeft in vrede; maar als Eén daarover komt, die sterker is dan hij en hem overwint, Die neemt zijn gehele wapenrusting, waar hij op vertrouwde en deelt zijn roof uit.

Lukas 11:21-22

De Heere heeft zojuist een bezetene, die doof en stom was, genezen.
Dat wekte allerwege verwondering, behalve bij de Farizeeërs.
Die immers zeiden: ‘Hij werpt de duivelen uit door Beëlzebul, de overste der duivelen.’
De vurige laster nu wordt door de Heere weerlegd, want als satan tegen zichzelf verdeeld is, hoe zal dan zijn rijk kunnen bestaan?
Het uitwerpen van duivelen is niet een werk van de satan maar een uitgesproken werk Gods.
Ja, het bewijst, dat er Eén gekomen is. Die sterker is dan hij. En dan komen de woorden van onze tekst.
Met die sterke gewapende bedoelt de Heere de duivel, ofwel de overste der duivelen.
Dat was oorspronkelijk een heerlijke engel, doch hij was niet tevreden met zijn plaats onder God.
Zo ontketende hij in de hemel een opstand. En vele engelen wist hij aan zijn zijde te krijgen.
Na uit de hemel verdreven te zijn, stortte hij zich op de beelddrager Gods en bracht hem door sluwe verleiding ten val.
Zo maakte hij van de aarde en van het hart van de mens zijn hof en huis. De aarde is het rijksgebied des duivels, dat hij doorwandelt.
Het is ‘zijn roof’, want het komt hem niet rechtmatig toe, doch hij heeft er zich meester van gemaakt.
Vandaar dat hij genoemd wordt “de overste dezer wereld” en alle mensen zijn zijn onderdanen.
Hoe groot is zijn macht!
Christus noemt hem de sterkte. Niemand kan tegen hem op. En niet alleen is hij sterk, hij is ook nog gewapend.
Een zeer vervaarlijke tegenstander derhalve. Hij is het, die met een brandijzer de consciënties weet toe te schroeien, zodat de pijlen van het woord afketsen op de hardheid van het hart. Ja, waar het Woord van God in alle zuiverheid gepredikt wordt, daar is hij tegenwoordig, om zo mogelijk de kracht van het Woord te breken, zodat het onvruchtbaar blijft.
Hij gebruikt wetenschap, cultuur, kunst en techniek om de mens in zijn greep te houden en hen te misleiden ten eeuwige verderve!
Welk een machtig wapen is in zijn hand de radio, de T.V. (nu zouden we zeggen: de smartphone en netflix, ds.av) en de lectuur, om maar iets te noemen!
En waar nu deze sterke gewapende zijn hof bewaart, is alles wat hij heeft in vrede.
Neen, het wil niet zeggen, dat zijn rijk een vrederijk is, doch dat niemand zich tegen hem verzet en er zelfs niet aan denkt om zich tegen hem te verzetten.
In zijn rijk is rust en vrede omdat hij de zinnen verblind heeft, zodat men zich zijn ongeluk niet bewust is.
En zelfs al zou men willen ontsnappen aan zijn heerschappij, dan is dat volkomen onmogelijk.
Hoe droevig is het met de mens gesteld, die zich in de macht des duivels bevindt!
Zijn ondergang is gewis! Doch welk een liefelijk Evangelie vinden wij dan toch in onze tekst.
Want daarin gaat het over Eén, Die sterker is dan de sterke. God Zelf heeft hulp besteld bij een Held, Die machtig is te verlossen.
Neen, de Heere legt Zich bij satans triomf niet neer.
Dat duldt Zijn glorie niet. Zo ligt in de ere Gods de zaligheid van ellendige doemelingen verankerd.
Want daarom toch kwam Gods Zoon naar deze aarde, opdat de Naam Zijns Vaders opgeluisterd zou worden door satans macht te vernietigen en het volk des welbehagens uit zijn klauwen te verlossen.
En dat kan Hij, want Christus is sterker dan de sterke.
Hij is niet alleen waarachtig mens, maar Hij is tevens God te prijzen tot in der eeuwigheid.
Hij is het afschijnsel van des Vaders heerlijkheid en het uitgedrukte beeld van Zijn zelfstandigheid.
En knarsetandend moet de satan in Hem zijn meerdere erkennen. Dat bleek al bij de verzoeking in de woestijn.
Toen week hij van Hem voor een tijd. Straks evenwel vaart hij in Judas, die Hem zal verraden; dan neemt hij Petrus op zijn zeef, zodat hij Hem onder vervloeking en eedzwering verloochent.
Ja, straks zullen allen zich aan Hem ergeren en Hem verlaten.
Dan is het de ure en de macht der duisternis. En ja, het schijnt hem te gelukken, want als een machteloze wordt Christus gebonden en, na bespot te zijn, aan het kruis genageld en gedood!
Hoe juichte de hel, want daar hing nu de tweede Adam, smadelijk omgekomen aan het vloekhout des kruises.
Doch hij juichte te vroeg. Want door de dood deed Hij teniet degene, die het geweld des doods had, dat is de duivel.
Juist aan het kruis heeft Hij de overheden en machten uitgetogen en over hen getriomfeerd.
Toen heeft Hij zijn wapenrusting genomen, waar hij op vertrouwde!
Onder die wapenrusting hebben wij te verstaan de vloek der wet en het geweld des doods.
En door nu de vloek op Zich te nemen en de dood in te gaan ontnam Christus aan satan de macht.
Op Golgotha werden immers de zonden verzoend, en juist aan de zonde ontleende satan zijn geweld.
En dat de zonden werden verzoend bleek op de gezegende Paasmorgen, toen het graf van Christus werd geopend.
De dood kon Hem niet houden. En triomferend over satan, deelde Christus Zijn roof uit.
Hij gaf Zijn Vader het geroofde weer, namelijk het volk, dat Hij Zich had geformeerd, opdat het Zijn lof vertellen zou.
Over hen toch kon Hij beschikken. Hij verkreeg recht op hen. En in het uur der wedergeboorte eist Hij ze dan ook op en satan moet hen loslaten.
En verlost uit satans macht, deelt Hij ook aan hen zijn roof uit, waar Hij hen hergeeft, wat zij door hun val verloren.
Hij herschept ze naar het evenbeeld Desgenen, Die hen schiep.
Doch als Hij ze opeist uit satans macht, hoe leren zij dan hun ellende en banden kennen.
Dan komen zij tot zichzelf en krijgen besef van de ontzettende werkelijkheid.
Dan wordt ingeleefd: “Ik lag gekneld in banden van de dood, daar de angst der hel mij alle troost deed missen.”
En nee, dan kunnen zij niemand de schuld geven van hun nameloze ellende, want moed- en vrijwillig stortten zij zichzelf in het verderf.
Het zou dan ook geen wonder zijn, als de Heere hen liet in de ellende, die zij zelf over zich brachten.
Hoe bang hebben zij het. God niet te kunnen missen en Hem te moeten missen.
En is er geen hoop op behoud! Doch welk een blijdschap als dan het oog geopend mag worden voor die gezegende Held, Die sterker is dan de sterke.
Hij vermag hun ketens te verbreken. O, welk een eeuwig wonder, als Hij hun banden slaakt.
Maar zal satan hen niet opnieuw binden?
Wat kunnen ze daar bang voor zijn. Het kan zo droevig met hen gesteld zijn.
Ongerechtige dingen hebben soms de overhand over hen; en als dan satan hen toeroept; Gij hebt geen heil bij God, dan vrezen ze dat het waar is, en toch zullen zij niet omkomen, want niemand kan ze rukken uit Christus’ hand!
En laat dan satan machtig zijn, Christus heeft alle macht.
En in Zijn kracht worden ze door het geloof bewaard tot de zaligheid, die geen oog gezien en geen oor gehoord heeft en in geen mensenhart is opgeklommen, en dat om God daarin eeuwig te loven en te prijzen.

Wijlen ds. J. van Haaren (1933-1983)