Een welgelegen dag

En als er een welgelegen dag gekomen was

Markus 6:21a

Het gerucht van het optreden van de Heere Jezus ging door het gehele land.
Er werd druk gepraat over de tekenen en wonderen die Hij deed.
Sommigen zeiden: Een groot profeet is opgestaan en God heeft Zijn volk bezocht.
Koning Herodes dacht daar anders over. Leest u maar in vers 16: “Deze is Johannes, dien ik onthoofd heb; die is van de doden opgewekt”.
Zijn geweten begint te spreken. Nu vertelt de evangelist Markus, hoe de grootste ooit van een vrouw geboren, aan zijn levenseinde is gekomen.
Herodes werd bang, niet bedroefd. Bang is iemand die over de straf denkt.
De dichter heeft gezongen: “Geen zondaar zal het gewis verderf ontkomen, als in het gericht door God wordt wraak genomen”.
Weet u wie er bedroefd was? Die moordenaar, die zich één, misschien wel meer keren, had vergrepen aan het leven van een ander.
Dat was de droefheid naar God, die een onberouwelijke bekering tot de zaligheid werkt.
De Heere zal Zijn eigen werk altijd kronen: “Heden zult gij met Mij in het paradijs zijn”.
Het gaat hier over Herodes Antipas, zoon van Herodes de Grote, de man van de kindermoord in Bethlehem.
Deze Herodes was aanvankelijk getrouwd met een dochter van koning Aretas van Arabië.
Maar er is niets nieuws onder de zon. Herodes uit onze tekst, verlaat zijn vrouw en Herodias, zijn schoonzuster, trekt met haar dochter Salomé bij hem in.
Zoals in het oude testament, Izebel, koning Achab ophitste om kwaad te doen, zo is het hier met Herodias.
Het is een grote genade om eerlijk te zijn tegen de bedelaar, maar ook tegen de koning.
Johannes mocht dat doen: “Het is u niet geoorloofd de huisvrouw van uw broeder te hebben’.
Wij mogen leven bij de lamp van Gods Woord en we schuiven de meest wezenlijke dingen vooruit. Levensgevaarlijk.
Smijtegelt zei dat niemand het in het oordeel zwaarder zal hebben, dan uitstellers van hun bekering.
Herodes vreesde Johannes zegt vers 20. Dat wil zeggen, hij achtte hem hoog.
Hij heeft een troostprijs voor Herodias bedacht: naar de gevangenis met Johannes. Hij liet hem opsluiten in Macherus bij de Dode Zee.
Onbegrijpelijk toch? Johannes had nog maar anderhalf jaar gepreekt.
De koning hinkt op twee gedachten. De ene keer wil hij wel naar Johannes luisteren. Hij wil zelfs wel bepaalde dingen doen, of laten.
Maar de andere keer vindt hij de prijs te hoog. Als God met Zijn heilige Geest in ons leven komt, worden we, en dat is het grote verschil, lid van de strijdende Kerk.
Er wordt, hoe moeilijk en zwaar ook, een strijd tegen de zonde geboren. Een welgelegen dag.
Letterlijk staat er, een dag van aangename tijd. Herodias heeft een toegeschroeid geweten. Weg met die man. Ze heeft haar duivels plan gereed.
Ze misbruikt haar dochter daarvoor, want tegen de gebruiken van die tijd gaat Salomé dansend de feestzaal in.
Ouders, ga voorzichtig met uw kinderen om. Probeer liefde voor de dienst van God bij te brengen.
De koning heeft van haar dans genoten, ze mag nu vragen wat ze wil hebben. Ze vraagt het hoofd van Johannes de Doper.
Wat een onbegrepen weg. Nooit in de tijd dat hij in de gevangenis zat is de Heere Jezus bij hem geweest.
Johannes heeft gezegd: “Hij moet wassen, ik minder worden”. Heere, gaat dat langs die weg?
Hier zien we het leven van Gods gemeente. Diepten en hoogten.
David had de belofte dat hij koning zou worden, maar moest klagen: “ik zal nog een der dagen door de hand van Saul omkomen’.
Als we pas op weg zijn naar het hemelse Sion, kunnen we van harte zingen: “Zij gaan van kracht tot kracht steeds voort”.
Maar op weg naar de hemel is het eerst lopen, dan strompelen, dan kruipen en dan moeten we gedragen worden.
Dan is het niet meer mijn bekering, maar alleen vrede door het bloed des kruises.
In de gevange-nis is de beul binnengestapt.
Geen voorbereiding, geen gebed, zo in de eeuwigheid.
Het was voor Johannes, kort gestreden, vroeg gekroond. Herodes viel in ongenade en werd verbannen naar Frankrijk.
Salomé is door het ijs gezakt tot haar hoofd, waarna een grote ijsschots haar hoofd van het lichaam scheidde.
Wanneer Johannes is gestorven gaan zijn discipelen naar de Heere Jezus. Zo wijst in het geestelijk leven de wet wel de kwaal aan, maar het evangelie spreekt van het middel ter ontkoming.
Verlaat de slechtigheden en leef!

Ds. A.J. Gunst (emeritus-predikant)