”En gij zult ze uw kinderen inscherpen, en daarvan spreken”.

”En gij zult ze uw kinderen inscherpen, en daarvan spreken”.

Deuteronomium 6:7a

De ware godsdienst is een zaak van het hart.
Het hart bepaalt ons denken, doen en laten, handel en wandel, onze levenswijze en levensstijl.
De Schrift zegt dat vanuit het hart de uitgangen des levens zijn.
De Heere is alleen met het hart tevreden. Maar ook de opvoeding moet een zaak van het hart zijn.
De eis tot opvoeden lezen we in bovenstaand vers: ”En gij zult ze uw kinderen inscherpen”.
Mozes spreekt vaak over de zorg voor kinderen. Die zorg lezen we ook in Psalm 90: ”Laat Uw werk aan Uw knechten gezien worden en Uw heerlijkheid over hun kinderen”.
De oude knecht des Heeren roept het volk op hun kinderen op te voeden in de lering en vermaning des Heeren.
De ouders hadden bij de besnijdenis beloofd de Woorden Gods aan hun kinderen bekend te maken.
Dat was te meer nodig als ze straks in Kanaän zouden wonen. Hoe groot zou-den dan de verleidingen der zonde zijn.
Hoe groot was het gevaar dat de grenzen die God had aangewezen, uitgewist zouden worden.
En daarom klonk in de woestijn deze Goddelijke opdracht tot een Bijbelse opvoeding.
Maar die opdracht geldt ook ons. Ook onze ouders leggen bij de doop de eed af om hun kinderen te onderwijzen en te doen onderwijzen in de leer der Schrift en een leven vanuit de Schrift.
Hoe nodig is deze opdracht in deze tijd! Wij leven met onze kinderen in een boze tijd.
De machten uit de afgrond bundelen zich. Er zijn de geestelijke boosheden in de lucht.
Openlijk en driest vertoont satan zich in films, video’s, boeken, tijdschriften, disco’s, houseparty’s, (open) internet enz.
De wereldse levensstijl in kleding en haardracht dringt overal door. Er blijft steeds minder ruimte over voor God en Zijn dienst.
Zijn geboden en de normen op Zijn Woord gegrond. Het lijkt wel of alle grenzen uitgewist worden.
In die wereld groeien onze kinderen op. Zullen ze staande blijven? Zullen ze de verleidingen kunnen weerstaan?
Wat hebben ze het gebed van ons toch nodig! Maar ook liefde, begrip, meeleven, kortom, een open hart!
En bij dit alles hoort: inscherpen! Dit woord heeft veel te zeggen. Bij inscherpen denken we aan een zwaard dat gewet, scherp gemaakt wordt.
Zoals een zwaard geslepen wordt op een slijpsteen, zo moet het onze kinderen worden ingeslepen dat ze de Heere moeten liefhebben met hart en ziel.
Dit woord wijst echter ook op een andere zaak. Bij inscherpen is sprake van hard, weerbarstig materiaal.
De harten van onze kinderen zijn hard, weerbarstig. De Schrift spreekt van hardheid van het hart.
De wereld behoeft haar boodschap niet in te scherpen. Wereldse liederen en woorden zijn niet moeilijk te leren.
Maar het Woord Gods stuit op verzet, tegenstand, vijandschap. Hoe komt dat toch?
Omdat het onze kinderen zijn. Omdat ze een onreine vader en moeder hebben. ”Wie zal een reine geven uit een onreine?”
Dit alles predikt onze diepe val. We zijn, ook onze kinderen, niet meer op God gericht.
Integendeel, we verzetten ons tegen God, staan afkerig tegenover Zijn dienst, geboden en inzettingen.
Waarom? Omdat het onze schuld blootlegt. Calvijn zegt dat we de ware God verdringen en ons gevoel en onze kennis omtrent God onderdrukken.
Ons hart is gesloten! O, bij het sterven begeren we de hemel, maar aan de God van de hemel heb-ben we geen behoefte.
Dat komt omdat we God niet meer liefhebben. We kennen God niet meer. En onbekend maakt onbemind!
Wie Hem door genade leert kennen, gaat lief krijgen. Maar al is het hart gesloten en vijandig, toch klinkt de Goddelijke opdracht tot inscherpen.
We worden geroepen onze kinderen de Woorden Gods in te scherpen, omdat Hij het zo waard is gevreesd en gediend te worden.
Omdat Hij recht op ons leven heeft. Omdat er een Rechterstoel wacht.
Dat inscherpen geschiedt, zegt onze tekst, door spreken en voorleven! Deze twee zaken horen bij elkaar.
O, velen spreken wel over, maar leven niet naar het Woord. Ouders, grootouders, leerkrachten, leidsters en leiders, we moeten onze jeugd ervan spreken, maar bovenal voorleven!
En daarom moeten Gods Woorden in onze harten zijn. Het inscherpen moet beginnen vanuit het hart, de binnenkamer, op de knieën.
Daar leren we dat wij onze kinderen niet kunnen bekeren, niet kunnen bewaren, dat zelfs het rechte inscherpen niet mogelijk is.
Zo brengt die opdracht, die eis tot het gebed: ”Heere, Gij hebt bevolen dat men Uw bevelen zeer bewaren zal, och, dat mijn wegen gericht werden om Uw inzettingen te bewa-ren”.
Zo zullen we behoefte krijgen aan Hem Die de Woorden Gods in het hart droeg. Het was Zijn hoogste lust en vermaak om Vaders wil te doen.
Hoe nodig is het dan met deze Goddelijke opdracht tot Bijbelse opvoeding bij Christus terecht te komen.
Bij Hem is raad! Hij is de Weg, de Waarheid en het Leven.
Dan worden opvoeders bede-laars aan Gods genadetroon: ”Leer ons en onze kinderen, o God van zaligheden, ons leven toch in Uw dienst besteden”.
Dan wordt ook de gunning geboren. Ja, dan zal het opgemerkt worden dat de vreze Gods in ons woont.
De Heere geve ons zulk een geestelijke opwekking. Dan zal er weer geur van de kerk des Heeren uitgaan en zullen ande-ren jaloers worden gemaakt, maar zal bovenal Zijn Naam worden verheerlijkt.
Zonder Hem kunnen we niets. Maar Hij heeft beloofd: ”Opent uwe mond, eist van Mij vrijmoe-dig, op Mijn trouwverbond; al wat u ontbreekt, schenk ik, zo Gij ’t smeekt, mild en overvloedig “. (Psalm 81:12).

Ds. B. van der Heiden