Geen Andere Naam

En de zaligheid is in geen Anderen; want er is ook onder den hemel geen andere Naam, Die onder de mensen gegeven is, door Welken wij moeten zalig worden

Handelingen 4:12

Wat heeft Petrus hier voor de Joodse raad van Jezus een schoon getuigenis mogen geven.
Deze oversten begeerden maar één ding, namelijk dat de Naam van Jezus ver-zwegen moest worden.
Deze Naam mocht onder het volk niet genoemd worden.
Zij haatten deze Naam. Jezus had over hen immers veelvuldig het ”wee” uitgesproken.
Lees het maar eens na in Matthéüs 23. Daarnaast had Jezus hen vaak gewezen op het tekort van hun eigen gerechtigheid om daarmee voor God te kunnen bestaan.
Dan hadden zij een andere gerechtigheid nodig, een volkomen gerechtigheid.
Zijn gerech-tigheid! Dat zegt Petrus nu ook tegen hen. Hij zegt: “En de zaligheid is in geen Ande-ren”.
Letterlijk staat er: “er is geen behoudenis in anderen”!
Er is dus geen behoudenis van het gewisse verderf dan alleen in de Naam van Jezus.
Er is geen zaligheid, geen gemeenschap met God, dan in en door Jezus.
Buiten deze Naam is er geen verzoening met God.
Buiten Jezus is er geen vrede met God en geen recht op het eeuwige leven.
Er is geen heiligmaking en heerlijkmaking buiten de Naam Jezus. “En de zaligheid is in geen Anderen!”
Wij kennen deze waarheid allen wel met het verstand en belijden het met de lippen. Maar zeg eens eerlijk, zoeken wij allen van nature de zaligheid niet buiten deze Naam?
De één zoekt de zaligheid in dit aardse leven. Een verloren paradijs!
De ander zoekt de zaligheid in zijn gerechtigheid buiten Jezus.
Dus in eigengerechtigheid! Dat u, wanneer daarin uw leven getekend ligt, het tekort daarvan eens zou mogen zien!
Zie toch de armoede van zulk een leven. Bedenk, dat u daarmee omkomt!
Buiten deze Naam is er geen zaligheid, ook geen vermeende zaligheid. Echter ook een begenadigd mens, een levend gemaakt mens, een mens die de schuldbrief heeft thuis gekregen, zoekt de zaligheid en de vrede met God nog buiten Jezus’ Naam. Jezus’
Naam en Per-soon is voor hen verborgen. Deze mensen zoeken vrede en rust voor de ziel te beko-men door allerlei heilige werkzaamheden te verrichten.
Die zoeken rust voor hun arme ziel door middel van reformatie in het eigen leven, in het gezinsleven.
Hun gebeden, hun lezen, hun onderhouden van de wet, alles wordt anders van aard.
Het wordt geeste-lijk in plaats van oppervlakkig en vleselijk. Hun gebed wordt gekenmerkt door oprechte schuldbelijdenis.
De taal van de dichter is hen niet vreemd: “Mijn zonde maakte ik U bekend, en mijn ongerechtigheid bedekte ik niet”.
Het lezen van Gods Woord en de geschriften van de vaderen gaat gepaard met een geestelijke en ware honger.
Ze bege-ren onderwijs voor hun arme ziel. Hoe komen we tot God bekeerd? Hoe komen we met Hem verzoend?
De onderhouding van Gods wet komt op uit liefde tot God en Zijn dienst.
Ze gaan ernstig leven. Ze beseffen immers, dat bij overtreding van de wet God hen rechtvaardig zal straffen.
Dan moeten ze voor eeuwig buiten en zonder Hem verke-ren in de rampzaligheid.
Dat is het ergste voor een ontdekte ziel: God te missen!
Maar hoewel al deze dingen niet gemist kunnen worden, het kan geen grond zijn voor God.
Welgelukzalig is de mens die dit mag leren, die in zijn leven vastloopt met al de werk-zaamheden voor God en voor wie het buiten hope wordt of geworden is.
Zijn die men-sen welgelukzalig te noemen? Ja, geliefde lezers! Weet u waarom? Omdat die mensen een Ander nodig krijgen in het leven.
Een Naam, een Persoon Die hen kan redden van de dood.
Die hen kan behouden van het gewisse verderf.
Die hen terug kan brengen in de gemeenschap met God.
Dat predikt Petrus hier nu. Hij zegt: “Ik weet geen andere Naam, dan de Naam van Jezus!” Zie, zegt Petrus, Hij maakt zalig!
Hij heeft alles wat u nodig hebt. Gerechtigheid, heerlijkheid, vrede. Hij kan rust geven voor uw arme ziel.
Er is geen Andere Naam onder de hemel gegeven! Onder de hemel was het eens een lust-hof, maar nu is het een plaats waar de vloek op rust.
Vervloekt is het aardrijk om uwentwil. Onder de hemel, waar de dood heerst, is een Naam gegeven!
Het is de Naam van Jezus, gegeven door God. Hij is de Heilige en Verhevene, Die in de eeuwigheid woont.
Hij Die geen mens nodig had en heeft, gaf een Naam, opdat zondaren zouden delen in Zijn zaligheid.
Die Naam komt van de Eeuwige, uit de eeuwigheid en zal ge-roemd worden tot in eeuwigheid, naar het welbehagen van de Vader.
O, dat u door het geloof zien mocht op Hem, op Zijn Naam, op Zijn arbeid, op Zijn heerlijkheid, die aan-gebracht is in de weg van het offer.
En wanneer we op Hem mogen zien, zoals Petrus zag, dan belijden wij ook: “En er is geen andere Naam”.
Hij is gegeven van eeuwigheid, gegeven in de belofte van het Woord in de prediking om Hem te verheffen als de Ba-nier, gegeven om Zijn Naam voor te stellen in de prediking als noodzakelijk tot verzoe-ning voor de zonde.
Die Naam is gegeven omdat Hij de deugden van God verheerlijken kon en verheerlijkt heeft.
Die Naam is ook gegeven in het persoonlijk leven van de zondaar om Hem te leren kennen door Woord en Geest in het ware en zaligmakende geloof.
Wat wordt die Naam en Persoon de Kerk dan dierbaar.
Petrus heeft daarvan veel geleerd. Hij wist het bevindelijk: “En de zaligheid is in geen Anderen; want er is ook onder de hemel geen andere Naam, Die onder de mensen gegeven is, door Wel-ken wij moeten zalig worden”.
Die Naam is onder de mensen gegeven, omdat God in mensen een welbehagen heeft.
Wat een onbegrijpelijk wonder! Aan mensen, die God de rug en nek hebben toegekeerd, gaf Hij Zijn Zoon.
Er staat: ”Door Welken wij moe-ten zalig worden”. Het woordje ”moeten” geeft een Goddelijk moeten weer.
Dat wil ons leren, dat God het zo gewild heeft. God wil Zich verheerlijken in Zijn Naam.
Het is Gods welbehagen, dat in een weg van recht, door Jezus vervuld, vrede wordt geschonken en ontvangen.
De Kerk zal dan ook zalig worden, omdat God het wil.
Dat is wel eens de geloofsblijdschap van de Kerk. Dan mogen ze zingen: “Het is door U, door U alleen, om het eeuwige welbehagen!”
Hebben we dit ook wel eens gezongen?

Ds. A. Vermeij