Het Borglijden van Christus

“Kruis Hem, Kruis Hem”

Lukas 23:21b

Christus, in de staat der vernedering als Schuldenaar aan het recht Gods, heeft voor Zijn volk in dadelijke gehoorzaamheid de wet volbracht.
Maar ook in lijdelijke gehoorzaamheid de straf gedragen en de wet van haar vloek ontwapend, als plaatsbekledende Borg voor Zijn Sion.
Hoe zwaar en smartelijk deze weg is, ligt verklaard en gedocumenteerd in de Heilige Schrift.
Ja, Sion is duur gekocht en het bloed des Lams wordt steeds noodzakelijker ter verzoening.
Het dierbaar borglijden wordt voor de Leeuw uit de stam van Juda steeds zwaarder naarmate het einde nadert.
Als een Held droeg Hij het lijden tot de eer van Zijn Vader en tot troost van Zijn Sion.
Hoe diep de mens geval-len is, is in woorden niet uit te drukken. Christus is gevangen genomen, door Petrus verloochend, voor de Grote Raad geweest.
Nu is Christus weer tot Pilatus gezonden, maar ook hij heeft moeten getuigen: “Ik heb in dezen Mens geen schuld gevonden van hetgeen waar gij Hem mede beschuldigt”.
Nee, niets werd in Hem gevonden. Hij was dat heilige Offerlam voor de zonde, Dat Zelf zonder zonde was.
Hoe dierbaar wordt Zijn borglijden voor een doodschuldige en door de Heilige Geest ontdekte en over-tuigde zondaar.

Een oproermaker, een bruut.
Pilatus bedenkt een list om toch nog tot de vrijlating van Christus te komen.
Het volk wil hij de vrije keus geven naar de gewoonte dat op het Paasfeest een gevangene werd losgelaten.
Barábbas tegenover Christus. De Zoon des mensen tegenover het kind des duivels. Hoe ver kan het toch gaan met de mens.
Een oproermaker, een bruut, een moordenaar tegenover de Koning der koningen.
De hoop van Pilatus is ijdel. Nee, de keus valt niet op Christus. Barábbas vrij, Christus overgegeven tot de dood.
De raad Gods zal in alles worden uitgevoerd, hoe onbegrijpelijk voor het verstand. Christus stond de vijand in de weg.
Wat moeten ze met Christus doen? Wat moet de godsdienst met Christus?
Wat moet het verstand met Christus? De natuurstaat in Adam heeft geen begeerte in de kruisverdienste van Christus en is er vijand van.
Welzalig die mens die het onderwerp mag worden van vrije genade. Wat is de mens gelukkig, die gaat in- en doorleven de scheiding tussen God en zijn arme ziel.
Nee, ze verstaan niets van de verzoening door voldoening.
God Zelf zal hen leren wat genade en verzoening zijn. Zij leven het bestaan als oproermaker en moordenaar in.
Nee, in hen is niets wat meedoet in hun behoudenis. Heel het leven is een bange aanklacht tegen God.
Welzalig als God een weg ontsluit in een Ander. Maar met dat alles kunnen ze voor God niet bestaan.
Ze hebben het bloed der verzoening nodig. Ja, dat kruis wordt noodzakelijk. “Kruis Hem” wordt het grootste wonder in het leven.

De hoogste prijs.
Volk des Heeren, al durft u Hem nog niet te eigenen, al is uw rechtszaak nog niet voorgekomen en toegepast, hier is de enige prijs, ja, de hoogste prijs tot een volkomen verzoening.
Hij is ter dood veroordeeld, Hij moest de dood in en dat in de plaats van de doodschuldige zondaar.
Het is niet in woorden uit te drukken wat het zeggen wil dat Christus heeft volbracht datgene wat Gods heilige wet eist.
Gods eer is nu verhoogd. O, welzalig het volk, dat met God verzoend is door de dood van Christus.
Nu geen ontsluiting, maar verlossing door Zijn kruislijden. Ja, verzoend door Zijn dood, maar ook behouden door Zijn leven. ‘Kruis Hem’.
Dat is nu de verzoening en de grote ruimte van het zalig worden.
Alles om niet. En toch is er nog meer te krijgen. Straks zullen ze eeuwig en volmaakt, storeloos en eindeloos, zonder enige zonde Hem mogen bedoelen.

Onbekeerde medereiziger, nog is het te verkrijgen. Zoek, vraag en roep om deze verzoening.

Ds. C. van Krimpen (Yerseke)