Het gekrookte riet zal Hij niet verbreken en de rokende …

Het gekrookte riet zal Hij niet verbreken en de rokende vlaswiek zal Hij niet uitblussen.

Jesaja 42 vers 3a

Jesaja wordt wel genoemd: de evangelist van de oude dag en ook wel: de adelaar onder de profeten.
De zoon van Amos profeteert van oordelen, maar ook van het heil in Christus.
Vooral in dit hoofdstuk leert ons de profeet wie Christus is en wat Hij wil zijn voor een arm volk.
Wie is Hij? Christus is de uitverkoren Knecht des Vaders.
De Vader heeft in Hem een welbehagen; God de Vader heeft dat ook van de hemel uitgeroepen toen de Zoon gedoopt werd.
Christus is van God de Vader verordineerd en met de Heilige Geest gezalfd.
De Knecht des Vaders zal niet schreeuwen, noch Zijn stem verheffen, noch Zijn stem op de straten laten horen.
Toen de Heere Jezus op aarde was, heeft Hij gedurig de mensen scherpelijk geboden, dat ze Hem niet openbaar zouden maken.
De Heere deed in stilte Zijn werk, opdat vervuld zou worden, hetgeen gesproken is door Jesaja de profeet zeggende: “Ziet, Mijn Knecht, Welke Ik verkoren heb, Mijn Beminde, in Welke Mijn ziel een welbehagen heeft.
Ik zal Mijn Geest op Hem leggen en Hij zal het oordeel de heidenen verkondigen, Hij zal niet twisten, noch roepen, noch zal er iemand Zijn stem op de straten horen.”
Ach, veel mensen doen wat de Heere Jezus niet deed.
Onze kanttekenaren zeggen, dat Christus niet veel rumoer zal maken gelijk de prinsen dezer wereld doen.
Het zijn heden ten dage niet alleen de prinsen, die tumult maken.
Velen schreeuwen en verheffen hun stem op de straat, terwijl ze zich een gekrookt riet noemen.
Christus gaf in alles het volmaakte voorbeeld.
God geve dat wij in alles Zijn voetstappen mogen drukken.
Wat zou de Heere Jezus NIET doen als Hij zou gekomen zijn?
Jesaja profeteert van Hem, dat Hij het gekrookte riet niet zou verbreken.
Er is in onze tekst dus sprake van gekrookt riet.
Wat is riet? Het riet dat aan de oevers van de rivieren groeit, behoort tot de familie der grassen.
Het wordt niet gezaaid door mensen en is derhalve een planting Gods.
Hoewel het riet geen edele plant is, zo heeft het toch waarde als dakdekking en het dient ook voor afscherming van gewassen, die in de winter overblijven.
Van Gods volk lezen wij, dat het niet vele rijken, wijzen en edelen zijn.
De Heere heeft het arme, verachte en onwijze verkoren om het wijze der wereld te beschamen.
Riet groeit aan de waterkant en is zeer diep van wortel en wanneer het riet bloeit, dan openbaart zich dit in een pluim.
Gods werk is geteeld in het eeuwig verbond der genade en bij het sterven ontvangt elk kind van God een pluim.
Sterven betekent voor Gods volk een afsterven van de zonde en een doorgang tot het eeuwige leven.
In onze tekst is sprake van gekrookt riet of zo ge wilt een geknakt riet.
Dit is het beeld van een ziel, die gans neergebogen is.
We vragen ons wel eens af: Zou dat geknakte riet nog in leven zijn?
Het gekrookte riet komt overeen met Kleingeloof in de Christenreis van Bunyan.
Kleingeloof lag als dood langs de weg.
Zou hij nog leven? Zou hij nog in het bezit zijn van de juwelen?
Het blijkt, dat de struikrovers niet in staat zijn om Gods volk de juwelen af te nemen.
De Knecht des Vaders zal de rokende vlaswiek niet uitblussen.
Door de rokende vlaswiek, verstaan wij de katoen van vlas in de ouderwetse petroleumlampen.
Deze katoen van vlas kan alleen maar licht geven als er olie is en als er geen olie is, gaat de vlaswiek walmen of roken.
Hoe geduldig is de Knecht des Heeren t.a.v. een gekrookt riet en een rokende vlaswiek.
Onze kanttekenaren zeggen: “Hij zal geduld hebben met de zwakheden der arme zondaren en Hij zal verslagen consciënties verkwikken.”
Stel daar eens tegenover, wat mensen elkaar soms aan kunnen doen.
Grote christenen, die soms heel hoog in de boom zitten, zetten de voet op de nek van een gekrookt riet.
Mensen, die zich christen noemen en de zalving van Christus niet deelachtig zijn, trappen de rokende vlaswiek uit.
Hoe vertroostend is het dan voor een arm volk om te horen dat de Knecht des Vaders niet zal verbreken en niet zal uitblussen.
Het wachten is op Hem, omdat Hij als Profeet het recht de heidenen zal voortbrengen.
Als Priester zal Hij de schuld verzoenen en als Koning zal Hij regeren en beschermen.
Wat valt het dan mee voor een volk dat in het paradijs rechtop ging.
Door eigen schuld zijn ze gekrookt en door eigen schuld is hun lamp uitgeblust.
Als Hij komt brengt Hij alles mee.
De kreupele zal dan springen als een hert en de tong der stomme zal juichen.

Wijlen ds. A. Hofman (1912-1990)