Kerst – oudjaar – nieuwjaar

Kerstfeest

“En er waren herders (..), Maria en Jozef (..), er was een mens te Jeruzalem, wiens naam was Simeon (..), en er was Anna.”

Lukas 2:8a, 16m, 25a en 36a

Lukas twee spreekt van sommige mensen die het geboren Kindeke kort na Zijn geboorte mochten aanschouwen.
Enkele namen staan weergegeven in de zojuist genoemde teksten.
Aangrijpend is het dat de grote keizer Augustus er niet bij staat.
Dat de godsdienstige farizeeën gemist worden. En dat de verwonderde mensen uit Bethlehem ook niet naar de kribbe zijn gegaan.
Hoe blijkt het ernstige woord uit Maria´s lofzang: “Rijken heeft Hij ledig weggezonden.”
Hoort u ook nog bij die rijken, lezer?
Wie er wel rondom de kribbe kwamen? Het mag ons wel opvallen dat we er vinden van allerlei leeftijden, rangen en standen.
Een jonge Jozef en Maria, een oude Anna, een uitziende Simeon.
Arme herders en straks zeer rijke wijzen uit het Oosten. Van allerlei leeftijden, onderscheiden rangen en diverse plaatsen vergadert de Heere Zijn Kerk en brengt Hij hen aan Zijn gezegende voeten.
De boodschap die uitgaat van de mensen rondom de kribbe is dat ook heden voor de Heere niemand te jong, te oud, te rijk, te arm, te goddeloos of te eigengerechtigd is.
Hij maakt nog waar: “Ik wil en zij zullen.” Voor de Heere bestaat er geen hopeloos geval.
De mensen rondom de kribbe.
Het zijn allemaal mensen die door de Heilige Geest iets geleerd hebben van de beestenstal van hun hart.
Dat heeft hen onwaardige en rechteloze zondaren gemaakt. En die worden op Gods tijd in de weg van het wonder gebracht tot de kribbe, om daar met ogen des geloofs het Kind te mogen aanschouwen.
Lezer, ontving u reeds een plaatsje onder dat volk dat leerde knielen rondom de kribbe?


Oudjaar

Laat hem ook nog dit jaar.”

Lukas 13:8m

De laatste dagen van het jaar bepalen ons erbij dat niets op aarde zijn stand kan behouden.
De gelijkenis van de onvruchtbare vijgenboom spreekt daar ook van.
Weer was er een jaar ten einde en opnieuw kwam de landman tot degene die voor zijn – door hem geplante – vijgenboom gezorgd had.
Hij kwam bezien of deze vrucht gedragen had. Maar helaas: hij vond geen vrucht.
Lezer, aan het einde van het jaar, na al de arbeid die aan onze onsterfelijke ziel op reis naar de eeuwigheid besteed is, komt ook de grote Landman, de Heere van hemel en aarde, onze Schepper en Rechter heden door middel van deze gelijkenis ons hart be-zien.
Hebben het lezen van Gods Woord, de prediking, Gods roepstemmen, slagen en zegeningen vrucht afgeworpen in het jaar dat achterligt?
Of moet de Heere aan het einde van dit jaar over ons klagen: ‘en vindt geen vrucht’?
O, hoor wat de landman zegt: ‘Houw dan de boom maar uit.’ Als de Heere dat heden,
in de laatste dagen van het jaar, eens sprak: ‘Neem dat leven van die jongen, dat meisje, die man of vrouw maar weg.
Het is genoeg geweest. De genadetijd is voorbij!’ Hoe zou u het dan maken?
Nu mag aan het einde van dit jaar nog klinken: “Laat hem ook nog dit jaar”, dat wil zeggen: het volgende jaar staan.
Opdat er opnieuw, in de genadetijd, arbeid aan zijn ziel mag worden besteed.
Laat hem nog staan.
Nog één jaar. Hoelang zal uw levensboom nog mogen staan? Tien jaar, vijftig jaar, nog twee jaar of echt nog maar één jaar? En dan?
Heden zo gij Zijn stem hoort, verhardt u niet, maar laat u leiden. Zoekt den Heere, terwijl Hij nu nog te vinden is!


Nieuwjaar

“De HEERE zegene u uit Sion”

Psalm 134:3a

Vele goede wensen worden weer uitgesproken voor het nieuwe jaar.
Mogen wij onze wens aan u allen samenvatten met de woorden van de tekst.
“De HEERE zegene u uit Sion.” Het eerste dat opvalt is het kleinste woordje uit de tekst, “u”.
De kanttekeningen zegt daarover: “Dat is persoonlijk hoofd voor hoofd.”
Zegen van de Heere ontvangen is een persoonlijke zaak.
Je kan een moeder of vader hebben die de zegen van een nieuw hart ontving.
Maar genade is geen erfgoed. Op reis naar de eeuwigheid kun je het met een broer, zus, vriend of vriendin niet doen.
De genadezegen is persoonlijk. Dat moeten we zelf door Woord en Geest uit Gods mond horen in ons hart.
Kent u/ken jij net als Samuël dat persoonlijk, inwendig geroepen zijn door de Heere? Bedel daarom in 2021!
Wie zal zegenen? De HEERE, zegt de tekst. Dat is de Drieënige Verbondsgod. Zegen is er alleen vanwege Gods verkiezend welbehagen.
Zegen is er alleen om Christus Die een vloek geworden is, om zo zegeningen te verdienen.
Zegen kan alleen ontvangen worden door het werk van de Heilige Geest.
De zegen van de HEERE, dat is de Verbondsgod Die nog steeds voortgaat, ook in 2021 D.V. om vloekwaardige Adamskinderen te zegenen.
Ook nu mag je weer smeken: ‘Heere, zie op mij in gunst van boven neder.’
Zegen uit Sion. In de tempel die stond op de berg Sion sprak alles van Christus. Hij is Degene Die de zegen verdiende door Zijn dood.
Hij heeft de woorden des eeuwige levens.
Hij deelt vanuit de hemel nog uit aan vijanden, zodat ze weer bij de Heere mogen wonen tot in eeuwigheid.
Uit Sion wil vooral zeggen dat die zegen verkregen wordt in een eerlijke en rechte weg.
Juist in de tempel bij het brandofferaltaar wees alles erop dat er eerst een dier moest sterven.
Dat wees erop dat Christus eerst de straf op de zonde door Zijn dood heeft betaald.
Zo is aan Gods recht voldaan en mag een buigende, rechteloze zondaar, zegen ontvangen uit genade door recht, om Jezus wil.
Die zegen in rijke mate een ieder van harte toegewenst!
Of mag u/jij in een rechte weg reeds in die zegen delen? Dan kan men de onbekende toekomst gerust in gaan.
Want de zegen uit Sion zal de eeuwigheid verduren.

 ds. A. Verschuure