Neergebogen

De HEERE richt de gebogenen op

Psalm 146:8b

Zondaar, hoe bent u zó hard en zó zorgeloos, terwijl u van God verlaten bent?
En dat, waar de Heere Jezus Zelf zó over uitriep, als Hij nabij Jeruzalem kwam, en wenende zei: “Jeruzalem, Jeruzalem, och, of gij ook nog bekendet, ook nog in dezen uw dag, hetgeen tot uw vrede dient.”
God zegt: “Och, dat zij zulk een hart hadden om Mij te vrezen en al Mijn geboden te alle dagen te onderhouden”, en in Psalm 81: “Och, dat Mijn volk naar Mij gehoord, dat Israël in Mijn wegen gewandeld had!”
Wel zondaar, waarom zijt u dan niet neergebogen?
Hebt u dan geen zonden?
Kent u er geen in u?
Kent u er geen in uw kinderen?
Deed het u niet eens in het eenzame gaan en zeggen: ik heb zulk een schuld, tot aan de hemel groot, van mijn jonkheid aan tot heden toe?
Hoe hebt u het ermee gemaakt? Zondaar, waarom bent u niet neergebogen?
Is God dan niet zo’n Hoge, tegen Welke u gezondigd hebt?
Is het niet een rechtvaardig en waarachtig God?
Ach, de zonden zijn geen beuze¬lingen, het zijn zulke dingen waardoor u uw ziel verbeurt; de toorn Gods komt erom over u, zo u niet neergebogen wordt.
Zondaar, God is heilig, Hij kan geen gemeenschap maken met de zonden, en Hij is zo waarachtig.
Hij heeft gezegd: “Vervloekt is een iegelijk die niet blijft in al hetgeen geschreven is in het boek der wet, om dat te doen”, en Hij zal niet terug gaan.
Zondaar, waarom bent u niet neergebogen?
Of voedt ge u met deze gedachten, dat als u sterft, dat u dan God ontmoeten zult met de taal van de tollenaar: “O God, wees mij zondaar genadig?”
Durft ge u meer te beloven dan een Petrus, David en anderen, die van het dal der tranen tot de top van vreugde geraakten?
En dat zijn vrienden Gods geweest. Zou de Heere Jezus het zo hard gehad hebben?
De tijd zal komen dat u zult neergebogen worden; dan zal God zeggen: verkrom hun rug tot alle tijd.
Hoe neergebogen, neerslachtig en radeloos zult u zijn, als u voor God zult staan! Wie zal u dan troosten?
De vromen moeten wij ook nog wat behandelen. Bent u een nedergebogene?
Er zitten er hier wel zulken die het zijn.
U zult zeggen: dat durf ik niet te zeggen; was ik maar terdege nedergebogen!
Een woord, vijf of zes, tot u.
Ten eerste, hoe groot moet uw nederbuiging wezen naar uw gedachten? Dat wilden wij wel eens weten.
Ten tweede, God bepaalt het niet hoe hoog dat zij gaan moet.
Ten derde, God bepaalt wel wanneer zij te hoog gaat: als het is als een Kaïn, Saul, Judas.
Ten vierde, gaat zij nog niet hoog genoeg als u radeloos zijt?
Ten vijfde, als zij zo hoog gaat, kunt u het zelf dan nog wel stellen?
Ten zesde, als het zo hoog gaat, kunt u dan wel ergens mee voldaan worden dan met de genade Gods in Christus?
De allernedergebogenste moet dat zeggen: ik kan geen genoegen hebben als ik Uw gunst in Christus mis; dan roep en schrei ik tot U. Wilt u nog meer?
Hebt u wel eens oprichtingen ondervonden?
Vertrouw het Hem maar toe; op Zijn tijd zal Hij het weer doen; kleef Hem maar achteraan.
Kunt u zonder Mij wel iets doen? zegt de Heere. Zegt u: het moet God zijn Die mij helpt; duivel noch mensen noch ik kan het doen?
Hebt u zulke gedachten, dat er geen hulp is dan van God?
Werpt u het alles weg? Is het zo met u: dank, zing een psalm en een lied, en zeg met de psalmist in deze Psalm: “Ik zal den HEERE prijzen in mijn leven, ik zal mijn God psalmzingen, terwijl ik nog ben.”
Zijn het uw zonden waar u over neergebogen bent?
Niets in de wereld kan u helpen, niemand dan de Drie-enige God. Zeg: Heere, U in Christus kunt mij helpen.
Als Hij zegt: kom bij Mij, o bruid! Zeg dan ook: ik kom tot U. De HEERE, is nabij de gebrokenen van hart en Hij behoudt de verslagenen van geest.
Hij geneest de gebrokenen van hart, en Hij verbindt hen in hun smarten.
Het is gelijk als een mens die een wond heeft: als ze verbonden is, dan is het er wat beter mee.
Zo zal Ik ook doen, zegt de Heere. Dan is het: Heere, Gij hebt Uw Woord waargemaakt.
Die niet veel neerbuigingen bezit door geestelijke verlatingen: bid er niet om, zoek het niet.
Bent u zo iemand die niet nedergebogen zijt: ontferm u over anderen en verdruk ze niet.
En die nedergebogen zijt: houd moed, het zal wellicht niet lang meer duren.

Bernardus Smytegelt (1665-1739)