NIEUWJAAR

Want Ik, de HEERE word niet veranderd, daarom zijt gij, o kinderen Jacobs niet verteerd.

Maleachi  3  vers  6

EEN BESCHAMENDE, MAAR OOK TROOSTVOLLE BOODSCHAP

Wanneer deze kerkbode verschijnt, zijn we een nieuw jaar binnengegaan.
We weten niet wat dit jaar ons brengen zal.
Terugziende, moeten we zeggen: ‘Het zijn de goedertierenheden des Heeren dat we niet vernield zijn.’
Welk een arbeid der liefde heeft Hij in het achterliggende jaar betoond.
Ernstig vermanend, maar ook nodigend heeft het Woord Gods tot ons geklonken.
Aan roepstemmen ontbrak het niet. Maar wat is de vrucht van al deze arbeid en zorg?
Waar heeft het ons gebracht? De Heere komt eenmaal op Zijn Woord terug.
De dag van het oordeel komt. Wat heeft de mens met de lokstem van het Evangelie gedaan?
Hebt u zich verhard of bent u eronder vernederd?
Ook na de terugkeer uit de ballingschap zond de Heere Zijn profeten.
Maar opnieuw verzondigde het volk het en wilde niet luisteren.
De Heere moest van Zijn volk getuigen dat het hard van hart was. Aangrijpend,
Israël verdiende verteerd te worden. In hoogmoed en trotsheid ging het zijn weg.
Het was onverbeterlijk. Rechtvaardig kon de Heere het wegstoten en doen ondergaan.
Geen mens zou dan kunnen zeggen dat de Heere onrecht deed. Maar dat geldt ons ook.
Als God ons in dit nieuwe jaar voorbijgaat, is het verdiend. Beseffen we dat wel?
Verstaan we de nood van Ps. 130: ‘Zo Gij HEERE, de ongerechtigheden gadeslaat, Heere, wie zal bestaan?’
O, dat de goedertierenheden des Heeren ons toch tot bekering mogen leiden.
Het afgelopen jaar overziende, moeten we belijden: ‘Wij hebben God op het hoogst misdaan, wij zijn van ‘t Heilspoor afgegaan, ja wij en onze vaders tevens.’
In ons persoonlijk, kerkelijk en gezinsleven is zonde, ongerechtigheid, liefdeloosheid en ontrouw!
En ondanks dat alles legt de Heere nog mest om onze levensboom.
Hoe komt het dat wij niet verteerd zijn? De reden is bij de mens niet te vinden.
Het is omdat God Zich uit het verloren mensengeslacht een volk verzamelt, dat Hem eeuwig zal dienen en grootmaken.
Daarom blijft de aarde nog staan. Omdat er nog toegevoegd moeten worden tot de gemeente die zalig worden zal.
Omdat er een eeuwig Verbond der Genade is. Waarom verdraagt de Heere de goddeloosheid nog?
Omdat Zijn Huis nog niet vol is. Bent u al als een steen ingevoegd in dat Godsgebouw, dat naar Zijn gemaakt bestek in eeuwigheid zal rijzen?
Wij weten toch dat een uiterlijke belijdenis niet voldoende is om voor God te kunnen bestaan.
Onderzoek uzelf of gij in het geloof zijt, beproef uzelf. De jaren gaan als een schaduw voorbij.
De eeuwigheid wenkt. Het nieuwe jaar kan uw sterfjaar worden.
Wie zullen dit jaar opgeroepen worden om voor God te verschijnen? Gemeente, als we onbekeerd zijn, verkeren we in het grootste gevaar.
Alleen achter Christus’ bloed is er voor zondaren schuiling te vinden.
Buiten de Ark des Behouds is er geen veiligheid.
Als de Heere door Zijn Woord en Geest ons daar de ogen voor opent, wordt het ons een wonder dat we niet vernield, verteerd, zijn.
Verdiend verstoten te worden en toch…. nog niet verteerd.
En waarom niet? Zalig als het geheim geopenbaard wordt. Omdat Hij de HEERE is. Hij is de Onveranderlijke, de God des Verbonds.
Vanwege dat eeuwig onveranderlijk Welbehagen. Van eeuwigheid is Hij aan dat Jacobsvolk verbonden.
Hij getuigt: Jacob heb Ik liefgehad. Liefgehad met een eeuwige liefde.
Voor dat Jacobsvolk gaf Hij Zijn Zoon en vanwege Zijn Werk worden ze als verloren en doodschuldige zondaren aan Gods Voeten gebracht.
Hij trekt met koorden van liefde en goedertierenheid.
Nee, in dat Jacobsvolk blijft geen roem over. Jacob en zijn kinderen waren zondaren.
Jacob bedroog zijn oude vader Izak, Ruben bedreef overspel, Simeon en Levi waren moordenaars, Juda bedreef bloedschande.
En ondanks dat: ‘Ik de HEERE word niet veranderd, daarom zijt gij, kinderen Jacobs niet verteerd.’
Welk een tegenstelling vinden we in onze tekst. Tegenover de soevereine, onveran¬derlijke, getrouwe Verbondsjehova staat een ontrouw, schuldig, van God afdwalend Jacobsvolk.
En als Hij niet de Getrouwe bleef, kwam Jacob eeuwig om.
Maar welgelukzalig is het volk dat de God Jacobs tot Zijn Hulp heeft, wiens verwachting van de Heere Zijn God is.
Dit woord geldt ook voor 2022. Het einde aller dingen is nabij.
De voetstappen van Jezus’ wederkomst worden vernomen.
We behoeven geen profeet te zijn om in de ontwikkeling van het wereldgebeuren de tekenen der tijden op te merken.
Zelfs godloochenaars beginnen te geloven dat het zo niet door kan gaan.
Maar: ‘Hoe donker ooit Gods Weg zal wezen, Hij ziet in gunst op die Hem vrezen.’
Ik de HEERE word niet veranderd, daarom zijt gij o kinderen Jacobs niet verteerd.
Het Welbehagen Gods gaat door de Hand van Christus voorspoedig voort. Gods Kerk is niet verteerd en zal niet verteerd worden.
Nee, in zichzelf is dat volk onverbeterlijk. Kinderen Jacobs is geen vleiende naam. Een naam die wijst op zonde en ongerechtigheid.
Maar de God des Verbonds zal het werk in hen begonnen, bewaren en voleindigen.
Ze worden echter wel opgeroepen ‘nuchter’ te zijn en wakende te zijn in de gebeden.
Zo wil de Heilige Geest Zijn Kerk aan het begin van het nieuwe jaar onderwijzen.
Nee, indien de zaligheid van hun waken en gebeden afhing, zouden ze omkomen. Er is een vastere grond.
Het is de grond van het eeuwig Welbehagen Gods. De Drie-enige God staat er garant voor dat hun geloof eenmaal verwisseld zal worden in aanschouwen, de hoop in bezit en het gebed, de boetezang, de klacht, in een eeuwige lof.
Nog laat Hij prediken: “Die in de Schuilplaats des Allerhoogsten is gezeten, die zal vernachten in de Schaduw des Almachtigen”.
Die enige Schuilplaats is voor een ieder van ons nog bereikbaar in de weg van bekering en geloof.
Laat het onze grootste zorg in het nieuwe jaar zijn om deze Schuilplaats te vinden.

Wijlen ds. B. van der Heiden