Paulus’ reisverslag…

“Maar het geschiedde mij, als ik reisde…”
Handelingen 22:6a

Hoe was uw vakantie? Wat kunnen we benieuwd zijn naar elkaars reiservaringen… Natuurlijk, het ging allemaal niet zo gemakkelijk, maar velen onder ons zochten toch elders wat op. Gegund hoor! Maar hoe was uw vakantie? Hoe wás uw reis? Hoe ís uw levensreis? Reisverslagen… naar hartenlust worden ze gedeeld. In onze snelle tijd zijn we daar heel bedreven in. Uren kunnen we daarmee vullen, we ‘delen’ er wat op los!

Persoonlijk

In Handelingen 22 vinden we ook een reisverslag. Het is een nogal persoonlijk reisverslag, lees maar: “Maar het geschiedde mij, als ik reisde…” Twee keer staat er een persoonlijk voornaamwoord: “mij” en “ik”. Het is de apostel Paulus, de zwerver van Christuswege, die even terug is in het oude Jeruzalem. Wat een herkenning voor deze man! Gewoon weer onder zijn eigen volk. Maar van een warm welkom is bepaald geen sprake! Paulus ziet letterlijk de dood voor ogen. Landgenoten zoeken hem te doden, ze brallen: “Weg met hem” (Hfst. 21:36). Ontzet door de Romeinen, krijgt hij het woord op de trappen van de burcht Antonia. Ogen vol haat, lippen die verbeten op elkaar zijn geklemd, volgen het reisverslag van Paulus. Het is de bekende reis waar Paulus over vertelt. Hij gaat zijn bekering tot God verhalen. Nee, niet om zichzelf in het middelpunt te plaatsen, maar om te verkondigen: Christus raapte mij, de grootste van de zondaren, op; dan kan het voor u zéker! Een persoonlijk relaas. “Maar het geschiedde mij…” Was Paulus alleen op weg? Zeker niet. Soldaten gingen met hem mee. Toch… in dít reisverslag gaat het om de enkeling. Om Paulus. Wie er over nadenkt, hoort iets van het wonder. Hij was het alleen, die staande werd gehouden. Het had in Paulus’ waarneming ook een ander kunnen gebeuren. Hier schittert Gods welbehagen; van Godswege lag deze enkeling in het eeuwige en onveranderlijke besluit der verkiezing tot de zaligheid. Een persoonlijk verslag hoe God een mens te sterk werd op de levensweg, wat is dát onmisbaar in een mensenleven. Godsdienstig óf werelds, we zijn allemaal verdoemelijk voor God, daarom is dít persoonlijk onmisbaar! “Het geschiedde mij…”. Daar valt iedereen weg en blijf ik alleen met God over.

Feitelijk

De verantwoording van zijn levensreis vindt onder de meest moeilijke omstandigheden plaats. De vorst der duisternis is tastbaar onder zijn gehoor aanwezig! Toch begeert Paulus te spreken over het zuivere werk Gods. En hoe eerlijk! In Handelingen 9 lezen we ook van Paulus’ bekering, dan is het een verslag van Lukas. Nu is het zijn eigen verhaal. Een feitelijk verhaal! Niet aangedikt. Niet mooier gemaakt. Nee, daar is niet aan toegedaan en niet van afgedaan. Hoe komt dat? Wel Paulus krijgt woorden. Zou het Christus niet zijn, Die bij Zijn Vader om woorden vraagt? Hij krijgt woorden op een van de meest onmogelijke momenten van zijn leven. Wat een les voor het zwijgende christendom heden ten dage. Hij begint met “maar”. Dat is een tegenstelling. Zojuist heeft Paulus zijn landgenoten verteld: ‘Ik was net als jullie, precies hetzelfde. Ik maakte het zelfs nog érger dan jullie!’ Een vervolger van de gemeente Gods. De reisbestemming was Damascus en veel activiteiten stonden gepland. “Maar…” Dát werd het cruciale moment voor Paulus op de levensweg: vóór de poorten van Damascus. Een Goddelijk licht! Een Goddelijke stem! En daar ligt hij: een vijand wordt een vriend Gods. Een leeuw wordt een lam. Het is klaar met Saulus. Ik reisde… en “het geschiedde mij”. Nooit had Paulus er om gevraagd. Integendeel! Een onberispelijke en vrome jongen en tegelijk een bruut. Wie kwam hij dan tegen op reis? Wel, God kwam hém tegen. Dat is het wonder! Wat een gelukkige reis, als u mag zeggen: ‘Het geschiedde mij, als ik reisde, dat God mij tegenkwam.’ Neergeworpen en openbaar gemaakt als een vroom beest. Het veranderde in één klap zijn reis. Hoewel de bestemming ongewijzigd bleef, zagen de activiteiten er ineens zo anders uit. De hemel geeft getuigenis: “Zie, hij bidt.” We luisteren nog even naar het reisverslag van een man, wiens bekering wordt afgenomen. Nee, hij wordt niet boos. Er komen vragen, zoals nooit eerder gesteld: “Wie zijt Gij, Heere?” De godgeleerde weet het niet meer. Gods Geest steekt af naar de diepte. Maar het zijn zulke liefdeswerkingen, want Saulus wordt gedrongen om nu voortaan te doen wat God wil. Dat maakt hem zo eerlijk. Het ‘ik vind’ en ‘ik denk’ is niet meer aan de orde: “Heere, wat wilt Gij dat ik doen zal?” Het reisdoel van Paulus mag ongewijzigd blijven: Damascus. Maar wat gaat de reis er anders uit zien…! De vervolger van Jezus zal een verkondiger van Jezus worden. Lezer, wát verandert er veel als de Heere in het leven komt! Kom, op de levensreis is veel te delen. Zeker naarmate we ouder worden. Maar dít zinnetje, kon u dat al optekenen in uw reisverslag: “Maar het geschiedde mij, als ik reisde…?” Het nieuwe seizoen gaat weer beginnen. Wat kan er een uitzien zijn naar dergelijke reisverslagen! Wat een wonder, als dan verhaald mag worden: ‘Maar…’ O, gezegend keerpunt in mijn leven, dat begin uit God! “Het geschiedde mij….” Heel persoonlijk én het is een verslag, waarin het zuivere Godswerk schittert. Stilgehouden door de verhoogde Middelaar op reis. Gelukkige mens! Dát stilhouden van de enkeling gaat nog door! Wel een enkeling, maar tegelijk een grote menigte.

Ds. P.C. Vlot