Petrus in de gevangenis

Petrus dan werd in de gevangenis bewaard; maar van de gemeente werd een gedurig gebed tot God voor hem gedaan.

Handelingen 12 : 5

Geliefde lezers, waar de Heere Zijn genadewerk verheerlijkt, zal de vorst der duisternis altijd proberen om dat werk aan te vallen en tegen te staan.
Zo gebeurt het ook in de gemeente van Jeruzalem waar de jonge Christengemeente mag ervaren dat de Heere dagelijks toedeed tot degenen die de Heere mogen gaan vrezen.
Heeft de duivel in onze tijd ook nog zoveel werk of zijn we maar lauw en is er weinig uitbreiding van Gods Koninkrijk?
Hoe teerder Gods Kerk mag leven, hoe meer de strijd van de oude mens gevoeld kan worden.
Het is geen best teken als we nauwelijks of geen strijd kennen in ons leven.
Dan is het te vrezen dan we nog een dood mens zijn.
In het leven der genade is, zeker als het teer ligt, zo vaak de strijd tussen de oude mens en de nieuwe mens.
Kent u, lezer, die strijd?
In de Jeruzalemse gemeente gaat satan ook te keer.
We lezen in Handelingen 12:1-3 dat satan Herodes gebruikte om Jakobus, één van de apostelen, te doden.
En vervolgens heeft Herodes nu Petrus gevangen genomen en deze wacht op zijn terechtstelling, wat zijn dood zal betekenen.
Het lijkt alsof de poorten der hel Gods gemeente zullen overweldigen.
Zo kan het wel lijken. Soms ook in het leven van Gods kinderen. Dan vrezen ze nog één der dagen om te komen in de handen van die helse Saul, de duivel.
Maar dit zij uw troost, aangevochten zielen, zo zeker als Petrus bevrijd is uit de gevangenis, door des Heeren alvermogen, zo zeker zal de Heere Zijn Kerk bewaren en bevrijden, ook nu nog.
Gewis hoe hoog de nood mag gaan. God heeft en zal de kop van satan verslaan.
Want Hij maakt waar; “Ik ben met ulieden, al de dagen tot aan de voleinding der wereld”.
Petrus zit in de gevangenis, maar let op, wat is hij rustig de laatste nacht (vers 6a) voordat hij zal gedood worden.
Daar hebt u iets van Gods zorg over Zijn kinderen.
Als de Heere zijn nabijheid doet ervaren, dan kunnen we zelfs in het aangezicht van de dood rustig zijn.
“Want deze God is onze God”, zegt psalm 48, “Hij zal ons geleiden tot de dood toe”.
Wat wijst onze tekst ook op het gebedsleven van de gemeente.
Wanneer de apostel in groot gevaar is, is er van de gemeente een gedurig en vurig gebed voor hem.
Hebben wij als gemeente ook dat vurige en gedurige gebedsleven voor de ambtsdragers van de gemeente.
Als de ouderlingen mogen voorgaan in de gemeente?
Als de broeders op (huis)bezoek komen?
Mag u en jij zijn als een Aäron en een Hur voor mij, in het licht van het telkens weer mogen neerleggen van Gods woord aan uw ziel.
Ja, kennen we als gemeente dat gebed voor elkaar te midden van zoveel noden en zorgen die er zijn in de gemeente.
Juist nu we elkaar zo weinig ontmoeten kunnen in Gods huis, moge het gebed te meer en te vuriger zijn.
Ja, zou het niet dagelijks mogen leven: “Heere leer ons bidden.”
Petrus wordt bewaard in de gevangenis. Op zo’n wijze (vers 4 en 6) dat ontsnappen of bevrijd worden werkelijk onmogelijk is.
En toch de Heere doet grote wonderen en bevrijdt Zijn knecht (vers 7-11).
Ligt daar geen bemoedigend onderwijs in, allereerst voor u en jij die nog onbekeerd voortleeft.
Gevangen in de macht van satan, gebonden met ketenen aan de zonde en de ongerechtigheid.
Is dat onze nood al? Bent u ook zo’n vurige roeper tot de Heere: “o God, verlos mij uit de banden waarin de boze mij beknelt?”
Dezelfde God van Handelingen 12, is nog de Almachtige.
Het is voor Hem maar een wenk van Zijn alvermogen om ons uit de gevangenis van de wrede kaken van de zonde, de duivel en de dood los te maken.
Nee, nooit om ons gebed, maar op het gebed doet de Heere nog steeds grote wonderen.
Maar wat bevat de verlossing van Petrus ook een troostboodschap voor Gods Kerk in de strijd.
Wereld, zonde, duivel en eigen ik, kunnen zo te keer gaan.
Maar de Heere regeert en zoals toen, wil Hij nog in het leven van Zijn kinderen en knechten, Zijn almacht tonen.
Hij zal zijn kudde bewaren tot het einde toe. Ook als u na genade struikelt en valt in de zonde.
Of als u op een zondige wijze ligt te ‘slapen’ en niet dicht bij de Heere leeft.
Wanneer u niet wandelt als een gast en een vreemdeling op de aarde, maar slordig en aardsgezind bent.
Hij zal Zijn werk voor u en in u voleinden.
Ja, hier blijft het op aarde een gevangenisleven in de woestijn.
Maar Gods goedheid zal uw druk, eens verwisselen in geluk.
Daarom hoop op God, want u, volk des Heeren, zult Hem eeuwig loven.
Een gedurig gebed. Kent u dat? Wat rekent u voor uw gebed?
Hebben we samen al geleerd dat ons gebed geen enkele waardigheid in zich heeft?
De biddende gemeente in Jeruzalem had dat geleerd.
Toen de bevrijdde Petrus aan hun deur klopte, hebben ze niet gezegd “dat is Petrus.
Wij hebben er zo om gebeden. Het was te verwachten dat de Heere hem zou bevrijden”.
Ze hebben vurig gebeden, maar ook weer een nul leren zetten onder hun gebed.
Dit werk is door Gods alvermogen, door des Heeren Hand alleen geschiedt.
Hun bidden gaat straks over in aanbidden en dankzeggen (vers 13-17).
En Herodes? Hij vertrok als verliezer beschaamd weg uit Jeruzalem (vers 18-19).
Eenmaal zal de vorst der duisternis voor eeuwig geworpen worden in de poel die van vuur en sulfer is brandende.
Gods Kerk komt Thuis, maar satan en zijn navolgers komen eeuwig om.
Geliefde lezers, want wil de Heere op het gebed nog grote wonderen doen.
Onze tekst is er een voorbeeld van. Daarom de dringende oproep aan ons allen: bidt zonder ophouden.
Zoek de Heere en leeft. Ja, roep Hem nog aan terwijl Hij nu nog nabij is.
Gij die God zoekt in al uw zielsverdriet; wacht op de Heere, ja wacht op den Heere.
Hij komt op Zijn tijd. Het was bij Petrus de laatste nacht voor zijn doodvonnis.
Het kan lang duren, maar Hij komt nooit te laat. En volk des Heeren, dat vurige gebed moge de Heilige Geest rijkelijk onder ons verwekken, voor u zelf, maar ook voor de gemeente.
Christus woord moge in dat licht ons tot onderwijs zijn: “waakt en bidt opdat gij niet in verzoeking komt.”

De HEERE wilde op mijn kermen,
Zich over mij ontfermen,
Hij heeft mijn stem verhoord.
De HEERE zal op mijn smeken,
Geen hulp mij doen ontbreken,
Hij houdt getrouw Zijn woord. (Psalm 6:9)

Uw en jouw ds. A. Verschuure