Pinksteren

En als de dag van het Pinksterfeest vervuld werd

Handelingen 2:1a

Met Pinksteren gedenken wij de uitstorting van de Heilige Geest.
De Heere Jezus had tot de Zijnen gesproken: Het is u nut, dat Ik wegga; want indien Ik niet wegga, zo zal de Trooster tot u niet komen; maar indien Ik heenga, zo zal Ik Hem tot u zenden.
De zalig-heid voor de ganse kerk was verdiend.
We onderscheiden in Christus de dadelijke en lijdelijke gehoorzaamheid die Hij beide heeft betracht.
Door Zijn lijdelijke gehoorzaam-heid heeft Hij de straf, die Gods volk eeuwig had moeten ondergaan, weggenomen.
En door Zijn dadelijke gehoorzaamheid heeft Hij het eeuwige leven verworven.
Want het leven was toch op het doen der wet beloofd.
Doe dat en gij zult leven. Wij hebben dat in ons verbondshoofd Adam laten liggen, wij hebben die gehoorzaamheid niet be-tracht, maar de weg der ongehoorzaamheid betreden en alzo de dood gekozen boven het leven.
En door onze diepe val kunnen wij nu om eigen schuld nooit meer aan de eis der wet voldoen, zodat er ook nooit zaligheid te verkrijgen is aan des mensen zijde.
De wet is krachteloos geworden om ons het leven te schenken, vanwege de verdorvenheid van ons vlees.
Maar nu heeft Die dierbare Heere Jezus Zich onder de wet geplaatst, want Hij is geworden uit een vrouw, geworden onder de wet, opdat Hij degenen die onder de wet waren verlossen zou.
Nu is dit alles door Hem volbracht, zodat Hij van de dood niet gehouden kon worden.
Hij is opgewekt en leeft tot in eeuwigheid en is ver-heerlijkt aan de rechterhand Zijns Vaders.
Hij leeft en Zijn volk is met Hem gezet in de hemel.
Maar wat de kerk des Heeren voorwerpelijk in Christus heeft, moet onderwerpe-lijk worden toegepast.
En dat is het werk des Heiligen Geestes.
De Heilige Geest neemt het uit de volheid van Christus om de met Zijn bloed gekochten de zaligheid deelachtig te maken.
En vóór dat de Heere Jezus ten hemel is gevaren, heeft Hij de Heilige Geest beloofd: En Ik zal den Vader bidden, en Hij zal u een andere Trooster geven, opdat Hij bij u blijve in der eeuwigheid.
Namelijk de Geest der waarheid. Welken de wereld niet kan ontvangen; want zij ziet Hem niet, en kent Hem niet; maar gij kent Hem; want Hij blijft bij ulieden, en zal in u zijn.
Ik zal u geen wezen laten; Ik kom weder tot u.
Die belofte is vervuld met Pinksteren. O, wat een dag is dat geweest.
Op die Pinksterdag te Jeruzalem is de Derde Persoon in het Goddelijk Wezen nedergekomen om woningen bij Zijn volk te maken.
En vanzelf, zulk een Pinksterdag is er maar één.
Wij gedenken slechts van jaar tot jaar met Pinksteren het onbevattelijke feit wat toen geschied is.
Zoals Christus éénmaal geboren is en wij dit jaarlijks gedenken, zo is de Heilige Geest éénmaal nedergekomen op de doorluchte Pinksterdag te Jeruzalem, tien dagen na de hemelvaart van Christus.
En sinds die nederdaling woont de Heilige Geest in Zijn kerk en blijft bij haar.
O, dat is nu het grote wonder van Gods genade wat wij met Pinksteren weer gedenken mogen.
En dat het niet zou blijven bij alleen gedenken, want dat is eeuwig tekort.
Wat wij op Pinksteren gedenken, daar zullen we bevindelijk iets van moeten leren in dit leven.
God de Heilige Geest moet in onze harten woning komen maken en als dit niet gebeurt, o lezer en lezeres, dan gaan we voor eeuwig ver-loren.
Velen menen wel dat het anders kan en dat zij de werking en toepassende bedie-ning des Heiligen Geestes niet nodig hebben.
Die nemen zelf aan, die passen zelf toe en het zal straks openbaar komen dat ze met lege handen staan: Gewogen, gewogen, maar te licht bevonden.
De Heere zegt: Niet door kracht, noch door geweld, maar door Mijn Geest zal het geschieden.
En daar openbaart zich al meer de vijandschap tegen, nl. tegen het werk des Heiligen Geestes.
Want als de Heilige Geest het is Die het in ons werkt, dan vallen wij daar weer buiten en wat komt er tegen dat eenzijdige Godswerk toch een vijandschap openbaar.
Maar onthoudt het: Niemand kan voor God bestaan, zo hij vreemdeling blijft van het vernieuwende werk des Heiligen Geestes.
Buiten Chris-tus is alles te kort om God te ontmoeten.
En buiten Christus is ieder, in wie de Heilige Geest geen woning maakte.
O, dat is het Pinksterwonder, God de Heilige Geest kwam neder om te wonen in het hart van verloren zondaren.
O, nooit te vatten, die nederbui-gende goedheid Gods, die onpeilbare liefde Gods, om in zulke vuile harten woning te komen maken.
Dan is de boodschap van Pinksteren ook weer: Geen zondaar te slecht, geen hart te vuil.
De Trooster kwam. Was de Heilige Geest er dan voor de Pinksterdag niet?
O ja, Hij is van eeuwigheid tot eeuwigheid God.
Werkte de Heilige Geest dan nog niet voor die doorluchte Pinksterdag? O zeker, Hij was eer Hij kwam, zoals de Zone Gods was, eer Hij in onze menselijke natuur Zich openbaarde.
En gelijk Christus in de belofte en ceremoniën werd uitgedragen en leefde in Zijn volk dat door het geloof in Hem rust vond, alzo waren de werkingen des Heiligen Geestes, eer Hij in Zijn Persoon op de Pinksterdag kwam.
Zonder de werking des Heiligen Geestes is en was er geen zaligheid, geen deel aan Christus.
En nu is er onderscheid of wij kennis hebben gekre-gen aan de werking des Heiligen Geestes of ook aan de Persoon des Heiligen Gees-tes.
De Heilige Geest wordt in Zijn werk het eerst gekend, maar het laatst in Zijn Per-soon.
Er zijn maar weinigen van Gods kinderen die deze weldaad kennen, nl. de Heilige Geest in Zijn Persoon.
Hij is ook in Zijn Persoon beloofd en die belofte is vervuld.
De Heilige Geest is uitgestort op die doorluchte Pinksterdag.
Onder de tekenen van een geweldige, gedreven wind en verdeelde tongen als van vuur werd de Geest uitgestort.
Een geweldige, gedreven wind is niet tegen te houden.
Zo werkt de Heilige Geest ook onwederstandelijk.
Gelukkig maar, anders werd er niemand zalig, want wij doen niets anders dan tegenstaan.
Maar door de onwederstandelijke kracht des Heiligen Geestes wordt de zondaar neergeveld en getrokken uit de macht des doods en de macht der zonde en de macht der hel.
En daardoor moet het briesend paard sneven.
Hij reinigt dat volk gelijk het vuur zuivert en reinigt.
Hij brandt de zonde uit.
Hij verlost ze van de heerschappij voerende kracht der zonde, al blijft hier de strijd onder de kwellende macht, waar ze straks ook eenmaal van verlost zullen worden.
O vuile, zwarte, onreine, ellendige en arme zondaren, dat de bediening des Geestes veel in uw leven zou ervaren worden en de reiniging en verzoening in het bloed van Christus door de Heilige Geest werd toegepast tot de ere Gods en zaligheid en troost uwer zielen.
Ja de Heere schenke in onze donkere dagen dat Hij in Zijn verzegelende kracht gekend zou mogen worden daar Hij toch Die grote Verzegelaar is van het ganse verlossingswerk.
Dat het zo op onderscheiden wijze nog eens Pinksteren zou mogen worden, ook voor onze onbekeerde medereizigers naar de eeuwigheid.
Dat er nog velen verslagen zouden mogen worden in het hart en wereld en zondedienst zouden gaan verlaten en uit gingen roepen: Mannenbroeders, wat moeten wij doen om zalig te worden?
Zo schenke de Heere in ons midden in de aanvang en in de voortgang de bediening des Heiligen Geestes, uit louter genade om Zijns Naams wil.

Wijlen ds. J. Koster (1934-1993)