Staan bij het kruis

En bij het kruis van Jezus stonden Zijn moeder en Zijner moeders zuster, Maria, de vrouw van Clópas en Maria Magdalena

Johannes 19 vers 25

De woorden van de tekst brengen ons temidden van enkele toeschouwers bij het kruis van Jezus.
Het overgrote gedeelte van het Golgothapubliek is bezet met leedvermaak, maar deze drie vrouwen zijn vervuld met heilig leedwezen.
Wat is het een genadevoor-recht tot dat afgezonderde leven van deze vrouwen te behoren.
Ja, dat leven te kennen en te bezitten. Het is het genadeleven van de gemeente Gods, dat bij ogenblikken in de geest vertoeft op Golgotha en door het geloof ziet op een schulddragende Borg.
De vrucht van dat geloofsaanschouwen geeft een zoete vrede in de ziel.
Jesaja zegt het: ‘Hij is om onze overtredingen verwond, om onze ongerechtigheden is Hij verbrijzeld; de straf die ons de vrede aanbrengt, was op Hem en door Zijn striemen is ons genezing geworden.’
Maar voordat Gods kinderen de vrede, als vrucht van Christus’ Borgtocht genieten, gaat er wat vooraf.
Ziet u ze staan: Maria, de moeder des Heeren?
O, daar gaat het zwaard zielsverwondend door haar heen. Met recht zingt Da Costa:

Bij het kruis stond Jezus’ moeder,
Zonder Zoon meer, zonder Hoeder,
En het zwaard ging door haar ziel!
O gij heem’len! zaagt ge ooit smarte,
Als die aan dat moederharte
Op dien stond ten beurte viel?

Zo heeft de weg van het voetstappen drukken van Jezus, ook haar gebracht op de vervloekte kruisheuvel, opdat ook zij met Christus zou gekruisigd worden.
Deze heilsweldaad zal haar straks doen instemmen met de geloofsroem van de apostel: ‘Ik ben met Christus gekruisigd; en ik leef, doch niet meer ik, maar Christus leeft in mij’.
Zie daar staat Maria Magdalena bij het kruis waar haar Verlosser aan genageld is.
Hoe heeft Hij door Zijn Goddelijke almacht de duivelen uit haar ziel geworpen.
En daar hangt Hij, het Voorwerp van haar liefde, tot spot en hoon van Zijn versmader.
Staande bij het kruis, wachten de getrouwe volgelingen op het einde.
Nee… ze verlaten Hem niet! Daarin zien we dat hun belijdenis beleving is: “Tot wien zullen wij anders heengaan?
Gij hebt de woorden des eeuwigen levens.”
Daar horen ook de woorden van de stervende Borg bij.
Ze drinken die als het ware van Zijn lippen. Hoe betekenisvol zijn die kruiswoorden van Christus, gesproken in die laatste uren.
Daarom, ze blijven staan bij het kruis.
Niets weerhoudt hen, niets schrikt hen af. Geen soldaten noch oproerig volk.

Ik zal vol heldenmoed,
Daar mij Zijn hand behoedt
tienduizenden niet vrezen.

Wat hen daar staande houdt? Dat is in de eerste plaats de liefde.
Het Hooglied zegt daarvan, dat vele wateren haar niet zouden uitblussen, ja de rivieren niet verdrinken.
En in de tweede plaats is daar het onwankelbare geloof, dat door een onlosmakelijke band aan Hem verbindt.
Nee… wanneer ze daar staan bij het kruis hebben ze er zeker niet alles begrepen: “Wij zien het, maar doorgronden het niet.”
Daar is het licht van Gods Geest voor nodig.
Ja, ten diepste zal daar de eeuwigheid voor nodig zijn om dat uit te wonde¬ren.
Het is de oprechte liefde, die wortelt in het geloof, die hen staande houdt bij dit kruislijden.
Kom, geliefde lezer, kennen we iets van dat vertoeven bij het kruis, als een boetvaardige zondaar?
Want alleen arme, ellendige, gans doemwaardige zondaren worden naar het kruis van Christus gedreven.
Verloren zondaren worden gewezen door de vinger van Johannes: ‘Zie het Lam Gods, Dat de zonde der wereld wegneemt!’
De oppervlakkige godsdienst vertoeft ook bij het kruis in alle mogelijke passie liederen en spelen, maar mist de kracht en de waarde van het kruis voor de arme ziel.
Bedenk dat Hij, Die daar draagt de eeuwige toorn van God, geen voorwerp is van medelijden en tranen.
Hij is enkel Voorwerp van Gods eeuwig welbehagen.
Nee… de gevoelige aandoeningen van ons hart verbinden niet aan Hem (hoewel het niet buiten het gevoel omgaat).
Maar alleen het geloof schenkt ons deel aan Hem.
De Heere schenke dat geloof om met de nood van zonde en schuld de toevlucht tot Hem te nemen.
Want Zijn bloed reinigt van alle zonden en Zijn gerechtigheid is genoegzaam voor de allergrootste zondaar of zondares.
De afrekening met een schuldenaar tot zijn verlossing en zaligheid vindt niet anders plaats dan aan het kruis.
Hierin verheerlijkt de Heere Zich tot opluistering van Zijn Goddelijke deugden.
O, kinderen des Heeren, wat ligt uw zaligheid vast in een Ander, namelijk in Christus Jezus en Die gekruisigd.
We eindigen met het besluit op de 43ste preek van vader Hellenbroek uit ‘De Kruistriomf van Vorst Messias’: `Dus zult gij in de bescherming van Jezus blijven, totdat gij hier niet meer behoeft onder Zijn kruis te staan, maar van alle ongevallen verlost zijnde, eens van Hem gezet zult worden voor de troon van Zijn Vader, daar Hij tot u zal zeggen: Ziet uw Vader.
En tot de Vader: Ziet Uw Zonen en dochteren; Mij en de kinderen die Gij Mij gegeven hebt.
Daar zal dan uw grote Meester Jezus u voor eeuwig zal opnemen in Zijn huis, dat huis daar vele woningen zijn, om van alle denkbare goederen verzorgd zijnde, eeuwig bij de Heere te zijn’.

Ds. J.J. Tanis