Werkt uws zelfs zaligheid met vreze en beven

Werkt uws zelfs zaligheid met vreze en beven

Filipp. 2 : 12

Deze woorden hebben wel enige toelichting nodig.
Temeer daar deze door velen uit hun verband worden gerukt.
Dan zouden ze de schijn kunnen geven alsof de mens door eigen krachten de zaligheid zou kunnen werken.
Laten we eerst zien tot wie Paulus dit spreekt.
Dat wordt ons duidelijk gezegd in hoofdstuk 1:6. “Vertrouwende ditzelve dat Hij, Die een goed werk in u begonnen heeft, datzelve zal voleindigen tot op de dag van Jezus Christus.”
Tot dezen richt Paulus het woord der vermaning, dat rust op een onbedriegelijke grondslag.
Die grondslag ligt in vers 13 (Want het is God die in U werkt ….).
Het woordje “want” verbindt het 13e vers met onze tekst.
De kanttekenaren zeggen: “Dit wordt daarbij gedaan, opdat men uit deze voorgaande vermaning niet zou denken of besluiten,
dat de mens uit zichzelf en door zijn eigen krachten de zaligheid zou kunnen werken.”
Maar waarom staat er dan “Werkt uws zelfs zaligheid met vreze en beven?”
Daar spreekt de kanttekening ook over als er staat:
“Dat is, benaarstigt, bearbeidt, gebruikende de middelen die God tot bevordering derzelve heeft verordineerd, met een nederig gevoelen van u zelven en met grote kinderlijke zorgvuldigheid”.
Paulus zegt: werkt uw eigen zaligheid, uw geschonken zaligheid met vreze en beven.
Onze vaderen hebben gezegd: de ziel nu bewrocht zijnde, werkt nu zelf ook, afhankelijk van de Geest des Heeren.
Hoe? Met vreze en beven.
Met bange aanvechtingen bestookt de satan en trekt het werk Gods in twijfel in dat volk.
Het ongeloof brengt velen in bange vrezen.
De liefde en de ijver kunnen soms geheel uitgeblust schijnen.
Vreze en beven is er menigmaal, vanwege de gedachte aan zelfbedrog.
Vreze en beven, vanwege de ongelijkvormigheid.
Daarom roept de apostel de gemeente toe: “Werkt uw zelfs zaligheid met vreze en beven.”
Hoe onbekwaam is de Kerk van zichzelf. Neen, nooit zal een zondaar door werken de zaligheid kunnen verdienen.
Al zouden we alles gedaan hebben wat we moeten doen, zo zijn we nog onnutte dienstknechten.
Hoe kan er ooit een werk zijn dat naast Gods werk zou kunnen gesteld worden?
Neen, alle geloofswerk komt voort uit Gods werk.
Daarom riep de bruid: “Trek mij, wij zullen U nalopen”.
Dat werken is niet een staan naar grote dingen, maar omgekeerd, een leven in zelfverloochening, verootmoediging, een volgen van Hem, Die het kruis verdragen heeft en de schande veracht.
Wie kan dat van zichzelf?
Het is God, Die in u werkt. Alle roem is uitgesloten.
De Heere zegt: “Ik zal maken dat hun werk in der waarheid zal zijn”.
Met vreze en beven. Hoe groot is het gewicht der eeuwige zaligheid en de verkrijging daarvan.
Met vreze, dat ziet op de onwaardigheid en ellendigheid.
Deze vreze is niet een slaafse vreze, maar een kinderlijke vreze.
Met beven voor de hoge en heilige Majesteit Gods.
Hoe heeft het heilige Godslam gebeefd toen Hij de zaligheid van Zijn kerk uitwerkte.
Hoe boog Hij onder de rechtvaardigheid Gods, toen Hij de drinkbeker van de toorn Gods tegen de zonde dronk tot de laatste druppel.
Daarom is het noodzakelijk dat in de arbeid der ziel Christus een gestalte in het hart verkrijge tot de eeuwige zaligheid.
Hoe gemakkelijk worden deze woorden uitgesproken, hoe weinig worden ze beoefend.
Jong en oud, er is zoveel eigen werk, zoveel eigen bedoeling.
De mens wil door een verbroken werkverbond zalig worden.
Kent u dat werken met vreze en beven? Dan kent u ook, dat het God is, Die in u werkt, beide het willen en het werken naar Zijn welbehagen.
Wij hebben allen de dure roeping de middelen der genade waar te nemen.
God wil door deze middelen werken.
Neemt u ze waar met vreze en beven? We bedoelen daarmee niet de slaafse vreze, het gaat hier over de kinderlijke vreze.
Gewis, de mens is verantwoordelijk.
Hoe zullen wij ontvlieden indien wij op zo’n grote zaligheid geen acht geven.
Wij willen tot God niet komen, opdat wij het leven zouden hebben.
Anderzijds zouden we te kort doen aan de ere Gods als we zouden stellen dat de mens door eigen krachten kan geloven.
Het is God Die in u werkt.
De Heere werkt dat door de middelen.
Dat we niet in zorgeloosheid en valse lijdelijkheid heimelijk de schuld op God zouden werpen, maar biddend zouden vragen: “Och of ik klaar en onderscheiden zag”.
Het werk Gods wekt de ziel op de leden niet te stellen tot wapenen der ongerechtigheid, maar tot wapenen der gerechtigheid en heiligmaking.
Er staat niet: God wil en werkt in uw plaats, maar Hij werkt in u het willen en werken naar Zijn welbehagen.
Neen, deze leer maakt geen zorgeloze en goddeloze mensen.
Verre van dat. Wel mensen, die zeer afhankelijk zijn van de invloeden van Gods Geest, biddende om de Geest der genade en der gebeden.
Dan wordt het ook een wandelen in vreze, de tijd onzer inwoning.

Wijlen ds. A. Hoogerland