Zielsverkwikking

Als mijn gedachten binnen in mij vermenigvuldigd werden, hebben uw vertroostingen mijn ziel verkwikt

Psalm 94 vers 19

Elk mens heeft een gedachtenwereld die niet los staat van zijn leven.
Uit de langzaam gerijpte gedachten, worden vaak de daden geboren.
Boze en verkeerde gedachten zijn vaak het begin van boos en verkeerd handelen.
Godvrezende gedachten leiden dikwijls tot een godvrezend leven. Onze gedachten zijn voor de medemens verborgen.
Onze vrienden, onze man, vrouw of kinderen mogen met vele zaken op de hoogte zijn, wat onze gedachten aangaat, staan zij voor een gesloten deur.
De wereld van onze gedachten, waarin zo ontzaglijk veel kan omgaan, is voor de ander onbekend.
Ik geloof ook niet dat het wenselijk zou zijn, wanneer onze gedachten, al was het slechts van een dag, op de deur van onze woning geschreven zouden worden.
Wij belijden zo gemakkelijk dat de wereld waarin wij wonen in het boze ligt, maar geldt dat niet in het bijzonder onze gedachtenwereld?
De zondesmet heeft ons denken tot in de laatste vezel doortrokken. Wat een onzuivere gedachten kunnen er in een ogenblik door ons hoofd gaan.
Meen ook niet dat alleen onze daden ons schuldig stellen voor God.
Dat is een valse illusie. Wanneer God een mens bekeert, dan begint het zuiveringsproces juist in het hart.
“Ik zal”, zo zegt de Heere, “het stenen hart uit u wegnemen, en u een vlesen hart geven”.
We lezen dat de gedachten van de dichter van Psalm 94 vermenigvuldigd werden. Er kunnen zeer veel omstandigheden zijn die onze gedachten doen vermenigvuldigen.
Jonge mensen, kwam bij jullie de gedachte nooit op “Wat heeft de godsdienst eigenlijk nog voor zin?
” of de gedachte ” Is het niet tevergeefs de middelen waar te nemen, wanneer ik toch niet uitverkoren ben? ”
Het mag dan wel niet over onze lippen komen, maar in onze gedachten kan het vuur van vijandschap hoog oplaaien.
Wat kunnen ook in het leven van Gods kinderen de gedachten vermenigvuldigen.
In wegen waarin de Heere hen een bijzonder kruis oplegt of hen door diepe wegen leidt.
Wanneer de Heere Zijn aangezicht verbergt en een stroom van ongerechtigheden de overhand heeft.
Nooit zou er iets van hen terecht komen, wanneer de Heere Zelf hen niet bij de voortduur vertroostte.
Van daar ook dat de dichter niet blijft staan bij “als mijn gedachten binnen in mij vermenigvuldigd werden”,
maar – zo laat hij er op volgen – “hebben uw vertroostingen mijn ziel verkwikt”.
Hier is sprake van zielsverkwikking! Er is zoveel in ons leven wat ons afmat.
Dat behoeft u niet alleen op het terrein van de wereld te zoeken, dat kunt u ook op het terrein van de nette, godsdienstige kerkmens vinden.
Zelfs activiteiten op het terrein van de kerk, de zending, de evangelisatie en het verenigingsleven kunnen de mens grotelijks vermoeien, in plaats van verkwikken.
Veel kan er zijn waarmee de mens zich tracht te verkwikken, wat echter allemaal van tijdelijke aard blijkt te zijn.
Zo was het echter in het leven van de dichter niet. Toen zijn gedachten in hem vermenigvuldigden, hebben de vertroostingen des Heeren zijn ziel verkwikt.
Het was God Zelf Die tot hem sprak: “Zie ik ben uw heil alleen”.
Wat een verkwikking brengen die vertroostingen Gods met zich mee voor een schuldverslagene.
Hij verdrijft de ijdele gedachten van binnen en de verstoorders van buiten. Wat een ademtocht voor de ziel, die zichzelf als een walgelijk zondaar voor God leert kennen, wanneer Hij Zijn Woord doet horen: “Troost, troost Mijn volk zal ulieder God zeggen”.
Wat een verkwikking in het leven van dat door Gods Geest overtuigde volk, wanneer niet alleen van buiten, maar ook van binnen alle vijanden het zwijgen eens wordt opgelegd.
Die vertroostingen des Heeren omvatten de vervulling van alle noden voor tijd en eeuwigheid.
Hoe staat het in uw leven met die vertroostingen?
Wanneer we u zouden vragen, weet u wat het zeggen wil verkwikt te worden, dan zou u daar wel “ja” op kunnen zeggen.
Weet u echter ook wat het zeggen wil door de Heere in uw ziel verkwikt te worden?
Als u daar “ja” op mag zeggen, dan zult u geen vreemde zijn van de ware zielennood.
Bij hoevelen vermenigvuldigen de gedachten als het gaat om de dingen van de tijd, maar zijn in hun gedachten nooit bezig met de dingen der eeuwigheid.
Weet toch dat de wereld u nimmer een blijvende vertroosting kan bieden.
Misschien zijn er ook onder u die met hun gedachten bij tijden wel bezig zijn met de dingen der eeuwigheid.
Bedenk echter, dat u met het denken over deze dingen niet klaar bent. We hebben hemels onderwijs nodig om te verstaan wie wij zijn geworden door de zonde, en wat de Heere wil zijn voor een zondaar.
De dichter van Psalm 94 zegt van de mens: “Welgelukzalig is de man, o Heere, dien Gij tuchtigt en dien gij leert uit Uw wet” (vers 12).
Dat volk gaat met de profeet Jesaja uit de volheid van het hart uitroepen: “Tot uw gedachtenis is de begeerte van mijn ziel!”

Ds. J. Mijnders (Barendrecht, emerituspredikant)